# Date: Mon, 14 Mar 1994 10:05 +0100 (MET)
Column Willem Kuiper, no. 5Het begrijpen van een andere tijd blijft, alle wetenschap ten spijt, een subjectieve bezigheid. Die andere tijd is in mijn geval de Middeleeuwen, een - net als Gotisch trouwens - door de vijftiende-eeuwse Humanisten bedachte, onvriendelijk bedoelde benaming van die periode in de geschiedenis van de mensheid die begon met de ineenstorting van het Westromeinse Rijk (AD 410) en eindigde met de (Italiaanse) Renaissance. Ik schrijf hier met opzet (Italiaanse) omdat maar weinig mensen weten dat mediëvisten daarvoor al een Karolingische Renaissance (ca. 800) en een Renaissance van de Twaalfde Eeuw onderscheiden.Ten tijde van, en in kringen rond Karel de Grote, toen de onzekerheid van het bestaan tijdelijk wat minder groot geworden was, ontstond een enorme bloeiperiode in de Latijnse literatuur, die bekend staat als de Karolingische Renaissance. De klassieke literatuur is vooral dankzij de Karolingische Renaissance en in Karolingische handschriften bewaard gebleven. De Renaissance van de Twaalfde Eeuw bracht onder andere de doorbraak van de geschreven literatuur in de volkstaal: de klassieke romans met de geschiedenis van Troje, Eneas en Thebe, leven en werken van Alexander de Grote, en de Arturromans van Chrétien de Troyes, een auteur die op de wereldranglijst aller tijden een plaats in de top 3 verdient, maar die - je gelooft je eigen ogen niet - niet is opgenomen in Het Cultureel Woordenboek. Encyclopedie van de algemene ontwikkeling. Baarn [Areopagus] 1992. Erger nog, als je op gaat zoeken wat de redacteur Wereldliteratuur, mevr. Christel van Boheemen s.t. (nooit van gehoord, maar dat zal wel aan mij liggen) onder het lemma `Arthur' meedeelt, dan lees je als aspirant algemeen ontwikkelde:
De Middeleeuwen hebben dankzij de (Italiaanse) Renaissance, de Hervorming, de 80-jarige oorlog, de Gouden Eeuw, de Franse bezetting, de leerplicht en het Lager Onderwijs nog altijd een slechte naam. Als ik teruggekomen van vacantie zou vertellen dat ik in een middeleeuws hotel gelogeerd heb, dan wordt dat geïnterpreteerd als: slecht eten, slechte bedden, slecht sanitair, slechte bediening, beroofd, opgelicht, aan de schijterij, enzovoort. Bijna niemand zal op het idee komen dat het misschien wel een heel comfortabel hotel geweest kan zijn, gevestigd in een gebouw dat nog uit de Middeleeuwen dateert. Middeleeuwse toestanden is zo'n beetje het ergste wat je in onze moderne maatschappij kan overkomen. Nee, neem dan onze Gouden Eeuw! Ooit wel eens Boeventucht van Coornhert gelezen? Moet u eens doen en u vervolgens afvragen waarom de Coornhert-stichting de Coornhert-stichting heet. Over kolonialisme en slavenhandel een andere keer.
Wat bezielt iemand om zich te verdiepen in de Middeleeuwen? In mijn
geval gaf mijn bewondering voor het oeuvre van Louis Paul Boon de
doorslag om Nederlands te gaan studeren in plaats van scheikunde. Het
was 1969, de Maagdenhuisbezetting was net beëindigd, de hoogleraar
Hellinga was een gracht verderop voor zichzelf begonnen, er heerste
grote animositeit tussen de historisch taalkundigen (die Hellinga had
achtergelaten) en de rest van de Instituutspopulatie. Er werd om
Kritische Neerlandistiek geroepen: `maatschappelijk relevant' daar ging
het om. De docenten gaven geen onderwijs maar hielden een vlootschouw.
Kortom het was een zootje. Maar desondanks was er voor de eerstejaars
het doctoraalcollege van Lulofs. Dat was een beetje `fout', want a)
Lulofs behoorde tot de dissidenten, en b) het Algemeen Bestuur had bij
consensus besloten dat er geen onderscheid gemaakt mocht worden tussen
de MO-B studenten en de `doctoraal' studenten. Lulofs' colleges waren
een belevenis, maar Boon stond nog altijd nummer 1. Na afloop van mijn
studie zou ik promoveren op Boons verzamelde cursiefjes in relatie tot
zijn literaire werk. Daarna zou Boon dood gaan en zou ik zijn Verzameld
Werk redigeren. Iets dergelijks stond mij voor ogen.
Studeer je Russisch of Chinees, dan ga je naar Rusland of naar China.
Ik raad het je niet aan, maar je kunt erheen. Ik weet niet of er nog
culturen bestaan die nog nooit een blanke man gezien hebben, maar als
cultureel antropoloog kun je een eind komen. Voor de Middeleeuwen geldt
dat in veel mindere mate. Dat een middeleeuwer zich per paard of
muilezel verplaatste, waar wij dat met fiets, motor, auto of vliegtuig
doen, daarin schuilt het verschil niet. Het verschil zit hem in hun
hoofd en ons hoofd, in hun kijk op (de zin van) het leven en de onze.
Een mediëvist is in mijn ogen een advocaat van het verleden en geen galeriehouder van wat op een bepaald moment bij het nageslacht in de mode is. Wij moeten vooroordelen ontkrachten: de Middeleeuwen waren helemaal niet zo statisch, bijgelovig, vies, onbeschaafd, ongeletterd, enz. als wij denken. Maar anderzijds moeten we het ook niet te mooi willen zien op basis van de voornamelijk fictionele, idealiserende teksten die historisch-letterkundigen als uitgangspunt nemen. Het gaat om de realiteit: het was een gruwelijke tijd. Aan ons te verklaren waarom dat in hun ogen normaal en juist was. Momenteel maak ik deel uit van een multidisciplinaire werkgroep Epiek. Allemaal specialisten op hun gebied. Aardige mensen ook. Alleen ze komen uit hele andere Middeleeuwen. Ik moet voortdurend aan Lulofs denken en voel mij een Stones-fan op een Beatles-reünie. Willem Kuiper |