# Date: Thu, 14 Apr 1994 12:27 +0100 (MET)
Column Willem Kuiper, no. 6: Gebrek aan geld, of gebrek aan visie?Mijn kennismaking met computers dateert van 1975, toen ik bij onze buren, het Instituut voor Fonetische Wetenschappen UvA, voor mijn doctoraalscriptie de rijmwoorden van de Ferguut analyseerde in de hoop het gelijk van Eelco Verwijs te kunnen aantonen.De Ferguut is de eerste Middelnederlandse ridderroman die integraal werd uitgegeven. Dat gebeurde in Utrecht, in het jaar 1838. De editeur was prof. L.G. Visscher (1797-1859), een brave borst, iemand die zichzelf een "dilettant" noemde, die het goed bedoelde en die na de Franse overheersing reclame maakte voor de moedertaal, zowel in het zuiden (Leuven) als in het noorden. Nou, hij heeft het geweten. De arme man is gerecenseerd op ongeveer dezelfde manier waarop mijn bijna naamgenoot Willem KuiperS - met wie ik voortdurend verward wordt - in De Volkskrant mijn collega Rudolf Geel kapot geschreven heeft. Visschers Ferguut-editie werd tot kakografie bestempeld, verheven tot een schoolvoorbeeld van hoe het niet moest, en tot de oude fiets waarop je het moet leren. Studenten kregen bij wijze van meesterproef -tig regels editie-Visscher en moesten dan de fouten eruit halen en tekstkritiek bedrijven, d.w.z. ze moesten die fouten verbeteren door middel van `emendaties' (verbeteringen met argumenten) en `conjecturen' (gissingen zonder argumenten). In 1872 verscheen een editie van de Franse voorbeeldtekst van de hand van de Duitse romanist Ernst Martin. Daarvoor was al in 1841 een editie (op basis van een ander handschrift) van de Fergus verschenen, maar deze was exclusief gedrukt voor de leden van een leesclubje in het Schotse Edinburgh dat belangstelling voor deze Arturroman had opgevat, omdat de hoofdpersoon Fergus een Schot zou zijn geweest. Eelco Verwijs (1830-1880), de auteur van het eerste in het Nederlands geschreven proefschrift over een onderwerp uit de Nederlandse letterkunde, kreeg de editie-Martin te pakken, vergeleek de Middelnederlandse vertaling met het Franse origineel en zag tot zijn verbazing dat de Ferguut als een vertaling begon, maar rond versregel 2592 opeens overging in een vrije navertelling. Ra ra, hoe kan dat? Verwijs zocht en vond de oplossing: de Middelnederlandse Ferguut was het werk van twee auteurs, de eerste was een hoofs vertaler die zijn Frans kende, de tweede meer een `dorper', die omdat hij onvoldoende Frans kende, de tekst alleen bij benadering kon navertellen. Dit was de essentie van de inleiding die Verwijs aan zijn Ferguut-editie vooraf wilde laten gaan, maar hij heeft hem niet kunnen voltooien. Verwijs, die sedert 1872 aan een longkwaal leed, stierf. Zijn Middelnederlandsch Woordenboek-collega Jacob Verdam (1845-1919) bezorgde de editie-Verwijs in 1882. Verwijs' stelling vond geen instemming bij de coryfeeën Jonckbloet (1817-1885) en Verdam. Zij redeneerden als volgt: het eerste stuk is niet hoofser dan het tweede, dus zijn er ook geen twee auteurs. Alle verschillen kunnen worden verklaard door te veronderstellen dat het tweede stuk uit het hoofd vertaald is. Deze weerlegging werd algemeen geaccepteerd, immers ook toen ging het er niet om `wat' er gezegd werd, maar `wie' het zei, terwijl Thomas à Kempis ons daar al voor waarschuwde (De Imitatione Cristi: I, 5). Tijdens het schrijven van mijn proefschrift waarin ik mij onder andere verdiepte in deze auteurskwestie bekroop mij het gevoel dat een man erachter kwam dat Verwijs inderdaad wel eens gelijk zou kunnen hebben. Niet voor wat betreft de tegenstelling hoofs-dorper, want die is er niet, maar wel voor wat betreft de door Verwijs veronderstelde twee auteurs. Nu is een proefschrift geen medium om illustere voorgangers verdacht te maken, en daarom heb er niet in geschreven dat ik de indruk heb dat de Groningse hoogleraar taalkunde G.S. Overdiep tegen beter weten in de Ferguut als het werk van een auteur bleef beschouwen. Ik denk dit omdat Overdiep a) van mening was dat alleen stilistisch onderzoek zoals hij dat bedreef uitsluitsel kon geven over een enkelvoudig of dubbel auteurschap; b) Overdiep inderdaad de hele Ferguut stilistisch diepgaand onderzocht heeft; om c) zich vanaf een bepaald moment, zonder opgaaf van redenen, uitsluitend tot het eerste stuk te beperken. Het kan haast niet anders of hij voelde op zijn minst nattigheid en besloot toen tegen beter weten in (?) de communis opinio, die tot dan toe ook de zijne was, in tact te laten. Dit kan mij in het hiernamaals op twee blauwe ogen en een bloedneus komen te staan, maar voor hetzelfde geld zorgt Eelco Verwijs er nu voor dat ik niet ontslagen wordt.
Dat Verwijs gelijk had met zijn twee auteurs, daarvan was ik diep in
mijn hart overtuigd vanaf het moment dat ik met de auteurskwestie
kennis maakte. Alleen hoe bewijs je het? Met een computer! En zo zat ik
in de zomervacantie van het jaar 1975 met op de transistorradio Theo
Koomen in de Tour de France achter een ponskaartenmachine rijmwoorden
en versregelnummers in te voeren in de hoop dat machinale manipulatie
patronen zichtbaar zou maken die voor het ongewapend oog verborgen
bleven. Er werd voor mij een programma geschreven dat de rijmwoorden
retrograde kon alfabetiseren, de ponskaarten werden in een geleider
gezet, de IBM met een werkgeheugen van 16 Kb werd in gang gezet en na
een ganse nacht rekenen vertrouwde het apparaat dat de omvang had van
een professionele diepvrieskist het resultaat aan de printer toe: er
waren inderdaad verschillen, maar kwantitatief stelde het niet veel
voor. Jammer, maar niet geschoten is altijd mis.
Een van de eerste dingen die ik deed was het invoeren van de Ferguut en
de kaartenbakken. Al snel bleek dat er een wereld van verschil is
tussen papier en bits en bytes. De computer schiep nieuwe mogelijkheden
maar stelde tegelijkertijd andere eisen. Van voetganger werd je
automobilist met als gevolg dat je een andere weg moest kiezen. Een van
de grootste voordelen van een digitale Ferguut boven een typografische
was het feit dat je kon zoeken. Middeleeuwse teksten zijn, mede door
het gebruik van gepaard rijmende versregels, tot op zekere hoogte
stereotiep. Zo rijmt `vader' altijd op `(al)gader' en `vleesch' op
`eesch'. Dankzij die zoekfunctie kon ik veel meer correcties
reconstrueren door te kijken hoe de tekst in vergelijkbare passages
luidde.
Zo'n anderhalf jaar geleden werd er door NWO een Taakgroep ingesteld
die de behoefte aan een tekstencentrum zou inventariseren. Voornamelijk
hoogleraren, dus mijn argwaan was gewekt. Dit keer ten onrechte. De
hoogleraren bleken zeer verlicht en de niet-hoogleraren Hans Voorbij en
later Theo Meder demonstreerden een visie en een werkkracht die
bewonderenswaardig is. In de laatste aflevering van Dokumentaal kunt u
een opsomming vinden van wat er allemaal al aan gedigitaliseerde
teksten voor handen is. Wat ligt er meer in de lijn der verwachting dan
dit materiaal te bewerken en ter beschikking te stellen op cd-rom, het
medium van de nabije toekomst.
Over een jaar of vijftig, pak hem beet honderd, zal men de introductie van de computertechnologie in de alfawetenschappen vergelijken met de uitvinding van de boekdrukkunst zo'n 500 jaar geleden. Ook toen waren er mensen die zich bewust waren van de mogelijkheden van dit nieuwe medium, terwijl anderen het absoluut niet zagen zitten. Raphael de Marcatellis (1437-1508) bijvoorbeeld, een van de minstens 26 bastaarden van de Bourgondische hertog Philips de Goede (1418-1467), die er minstens 33 maîtresses op na heeft gehouden - Een nieuwe lente, een nieuwe vrouw - Raphael was allergisch voor drukwerk. Op jonge leeftijd was hij Benedictijn geworden in de St. Pietersabdij te Gent. Hij studeerde theologie in Parijs, waar hij in 1462 promoveerde tot magister theologiae. Een jaar later, Raphael was toen 26, werd hij abt van de St. Pietersabdij te Oudenburg. In 1478 werd hij abt van de steenrijke St. Baafsabdij te Gent, alwaar hij een vermogen aan boeken uitgaf. Handschriften wel te verstaan, en niet van die kleintjes ook. Zijn boeken hadden een formaat van minstens 30 bij 40 centimeter, waren voorzien van vele bladgrote miniaturen (`miniatuur' als benaming voor een schilderij in een boek heeft niets met `klein' te maken), en gebonden in met fluweel overtrokken eikenhouten platten. In de UB Gent liggen er een stuk of wat. Krankzinnige boeken, ten dele afgeschreven van gedrukte boeken. Willem Kuiper - Kuiper@Alf.Let.UvA.NL |