# Date: Mon, 12 Sep 1994 14:11 +0100 (MET)
# From: Willem Kuiper <kuiper@alf.let.uva.nl>
# Subject: Col: 9409.09: Column Willem Kuiper, no. 10:
# "Het verzworen oog van Moenen"
Column Willem Kuiper, no. 10:
Het verzworen oog van Moenen
Een paar maanden geleden heb ik het met u gehad over de heilige
Brigida, en wel naar aanleiding van de sotternie De Hexe. Ik heb u toen
verteld dat haar levensverhaal geen deel uitmaakt van de grootste
bundel middeleeuwse heiligenlegenden, de Legenda Aurea. Dat was wel en
niet waar. Strikt genomen wel, maar achterin de verschrikkelijke
Latijnse editie van Graesse (Graz 1890) staat een aantal samenvattingen
van heiligenlevens en daartussen zit ook het leven van de heilige
Brigida van Kildare (gest. 523). Het begint als volgt:
- Sancta BRIGIDA virgo religiosa, videns sibi instare tempus
desponsationis, dominum rogavit, ut aliquam deformitatem sibi
immitteret, ut saltem hoc modo procorum instantiam vitaret. Tunc
unus oculus eius crepuit et liquefactus est in capite suo.
Wat zich in hedendaags Nederlands laat parafraseren als:
- Toen de heilige BRIGIDA, een godvruchtige maagd, het moment
zag naderen waarop zij aan een man gekoppeld zou worden en zij
de Heer vroeg haar te misvormen om toch eens eindelijk verlost te
worden van dat gedoe van die vrijers, toen maakte Hij haar oog
stuk en er kwam (voortdurend) vocht uit.
Een druipoog dus. Niet alleen onprettig om naar te kijken, maar
vermoedelijk even onplezierig om te ruiken. Hoe dan ook, afdoende
bescherming tegen mannelijke avances.
Het kan ook anders. Ik ken een verhaal van
soortgelijk jong meisje
dat omwille van haar relatie met Jezus van Nazareth het zwaard van haar
vader onder diens hoofdkussen vandaan griste, dat onder haar neus
plaatste en met kracht naar boven duwde, en zich zo de neus afsneed!
Wij kennen nog het spreekwoord: wie zijn neus schendt, schendt zijn
aangezicht. Gedurende de Middeleeuwen was dat maar al te waar. Had
iemand iets geflikt dat voor de doodstraf in aanmerking kwam - maar zag
men om wat voor reden dan ook van terechtstelling af - dan was het niet
ongebruikelijk iemand van zijn neus en/of oren te beroven. Dan was
zowel de persoon in kwestie als de rest van de samenleving
gewaarschuwd. Of het liep met een sisser af - letterlijk wel te
verstaan - het geluid dat brandmerken maakte. Een meisje zonder neus
was onhuwbaar.
Niet religieus bevlogen maagden hanteerden
stank als wapen om zich
de mannen van het lijf te houden. Zo vertelt de Benedictijnse monnik
Paulus Diaconus (ca 720 - ca 799) in zijn Historia Longobardorum hoe de
kuise dochters van de ontuchtige Romilda kipkluifjes tussen hun borsten
stopten wat na een paar dagen zo godallemachtig ging stinken, dat toen
de Avaren zich aan hen wilden vergrijpen, hun neus het van hun lust
won. Deze truc treffen we ook aan in de van oorsprong Franse,
laatmiddeleeuwse prozaroman Paris et Vienne, die in eigen land zo
onbekend is dat hij ontbreekt in het prachtige Dictionnaire des Lettres
Françaises (Le Moyen Age). Hadden wij ook maar zo'n boek. De Goudse
incunabeldrukker Gerard Leeu heeft hem vertaald in het Hollands. De
roman is (nog) onuitgegeven.
Vienne mag niet trouwen met de man waarmee ze
wil, en wil niet
trouwen met de man waarmee ze moet. Ze wendt voor ongeneeslijk ziek te
zijn en al in een terminaal stadium te verkeren. Om dit kracht bij te
zetten loopt ze met kippepootjes onder haar oksels. Als haar
`verloofde' haar komt opzoeken, omdat hij het niet vertrouwt, gaat hij
bijna van zijn graat en hoeft niet meer.
Door dat druipoog van Brigida moest ik aan Moenen denken, de bekendste
duivel uit de Middelnederlandse literatuur. Moenen die niet alleen
Mariken een rad voor ogen draaide, maar ook nu nog slachtoffers maakt.
Dankzij Moenen denken `wij' dat duivels zich niet als mens kunnen
vermommen zonder een gebrek te vertonen. Ik las het onlangs weer eens
in de Volkskrant...
Welnu, dat is dus niet waar. Dat kan Moenen nu
wel zeggen dat zij
geesten de macht verloren hebben om zich te volmaken (ed. Coigneau,
p. 67), maar in andere middeleeuwse verhalen is daar niets van te
merken. Integendeel, de gelijkenis is perfect. De duivel kan niet
alleen de gedaante van een man of vrouw aannemen, maar ook die van een
engel, ja zelfs van Maria, zijn grootste vijand. Ik ken geen
(Middelnederlandse) teksten ouder dan Mariken van Nieumeghen waarin de
duivel een gebrek vertoont.
In de Legenda Aurea wemelt het van de
duivels. Je kunt bij wijze
van spreken geen deur dicht doen of er zit een duivel tussen. En al die
duivels zijn, als ze dat willen, puntgaaf en recht van lijf en leden.
Van zichzelf is de duivel foeilelijk (zijn uiterlijk is afgeleid van de
Griekse herdersgod Pan) en soms gebruikt hij die lelijkheid om ons
angst aan te jagen, om ons dood te schrikken, in de hoop dat wij op dat
moment in staat van (dood)zonde verkeren. Maar aan Jupiter (en andere
antieke goden die gedurende de Middeleeuwen via afgoden in duivels
veranderen) dankt hij het vermogen tot metamorfose. En als Jupiter zich
in een stier verandert om Europa te verschalken of in een zwaan om Leda
te beminnen dan is er niets mis aan die stier of zwaan. Integendeel!
Under cover is de duivel nog gevaarlijker dan
in zijn ware gedaante.
Soms is hij als knappe jonge man vermomd, veel vaker als een mooie
jonge vrouw. Want HET wapen van de duivel is de wellust die de mens in
zich draagt en die door de confrontatie met lichamelijke schoonheid o
zo makkelijk geactiveerd kan worden. Waartegen ook koning David, koning
Salomon, en de zelfs wijze Aristotiles niet opgewassen bleken.
Daarom is het zo bijzonder dat Moenen een oog heeft "die is of si mi
uut waer ghesworen". Het maakt hem exemplarisch onaantrekkelijk en
daarmee ongeloofwaardig.
Mijn verklaring was (en is) dat Moenen niet zo
zeer uit is op
Mariken, als wel Mariken gebruikt als wapen tegen anderen. Moenen doet
dat in een herberg, een duivelse plek op aarde. Dat drank ontremmend
werkt, was Moenen bekend. Het publiek van Mariken van Nieumeghen ook.
Denk maar aan wat de kluizenaar Jan van Beverley overkwam. Deze brave
heremiet was zo godvruchtig dat het de duivel te machtig werd. Hij nam
de gedaante van een engel Gods aan en vermaande Jan niet net zo heilig
als zijn Heer te willen zijn. Hij moest op zijn minst een zonde begaan.
Hij mocht kiezen uit: 1) iemand vermoorden; 2) een vrouw bekennen; 3)
dronken worden. Jan koos voor het laatste...
Maar wat gebeurt? Terwijl Jan dronken is, komt
zijn zuster hem
opzoeken. Hij verkracht haar, en als hij zich realiseert wat hij gedaan
heeft, maakt hij haar van kant. Zo zie je maar.
Moenen exploiteert Mariken door met haar een
exemplarisch ongelijke
verhouding te hebben. Zij een mooi jong meisje, hij een lelijke man die
haar vader had kunnen zijn. Dat kan geen zuivere koffie zijn. `Male
quesite male perdite' denken de gasten in de herberg De Gulden Boom,
maar vervolgens richt hun agressie zich tegen elkaar en vallen er
dagelijks doden en gewonden.
In `Mariken van Nieumeghen, een gerenoveerd
Maria-mirakel'
(Spektator 15, (1985-1986), p. 249-267) interpreteerde ik het verzworen
oog als een variatie op het manke been van Vulcanus, de ongelijke
echtgenoot van Venus. Het maakte hem lelijk. Niets meer en niets
minder. Nu twijfel ik.
Aan het slot van Mariken van Nieumeghen, in haar biecht, bekent Mariken
de paus als man en vrouw met Moenen geleefd te hebben. Tot op
heden heb ik dat altijd geloofd. Niet omdat ik het slot voor
oorspronkelijk houd. Het slot is apocrief. Dat hebben anderen voor mij
beweerd, mede naar aanleiding van de houtsneden, en zij die dat beweerd
hebben, hebben gelijk. Het slot is apocrief. De oorspronkelijke Mariken
eindigde met de val op het marktplein. Het weigeren van de biecht en de
tocht naar Rome is er later aan toegevoegd.
De reden dat de biecht geweigerd wordt, is
Marikens bekentenis als
man en vrouw met Moenen samengeleefd te hebben. Zo'n zonde is zo zwaar,
daar durft zelfs de paus geen absolutie voor te geven.
Mariken geeft weliswaar toe dat zij al die tijd
geweten heeft dat
Moenen een duivel was - de Engelse bewerking is hierin nog explicieter
- maar dat klopt niet met de logica van dit type teksten: Mariken
voelde wel nattigheid maar had geen zekerheid. Het is een
schoolvoorbeeld van dramatische ironie, het poppenkasteffect. De
kinderen zien wat een van de poppen niet ziet en zetten het op een
brullen: pas op, achter je, hij wil je slaan, enz. En de pop doet net
alsof hij de kinderen niet hoort, om op het laatste moment gevolg aan
hun gegil te geven.
Met Mariken gaat het net zo. Iedereen weet dat
Moenen de duivel is.
Hij zegt het zelf. Dat hij horens draagt op de houtsnede bewijst niets.
Die zijn er naderhand bijgesneden om hem toch vooral maar als duivel
aan te wijzen. Nee, Mariken weet niet wat iedereen weet, namelijk dat
Moenen een duivel is. Zeven jaar lang balanceert zij tussen leven en
dood door enerzijds haar hoop niet op God te vestigen en anderzijds
- dankzij Maria - door zich niet volledig aan Moenen over te leveren.
Dankzij Maria en dankzij het verzworen oog! Ik kan me vergissen, maar
stel dat Moenens verzworen oog nu eens op dezelfde manier functioneert
als het oog van Brigida? Dat zou betekenen dat de verhouding tussen
Mariken en Moenen niet als man en vrouw was. Dat Moenen zich wel in
jonsten WILDE versamen met Mariken, maar dat het er door dat verzworen
oog (net) niet van kwam. Zou dat - naast het gebed van de professional
oom Ghijsbrecht - de verklaring zijn dat Mariken zeven jaar lang langs
de rand van de afgrond liep zonder erin te vallen?
Willem Kuiper - Kuiper@Alf.Let.UvA.NL
|