# Date: Mon, 24 Oct 1994 13:52 +0100 (MET)
# From: Willem Kuiper <kuiper@alf.let.uva.nl>
# Subject: Col: 9410.17: Column Willem Kuiper, no. 11:
# "Het mes in de keel"
Column Willem Kuiper, no. 11:
Het mes in de keel
Als de tante van Mariken van Nieumeghen hoort dat de kasteelheer van
Grave de oude hertog Arent heeft vrijgelaten, en dat hij feestelijk
ontvangen is in 's-Hertogenbosch barst zij bijkans van woede. Nu zal,
vreest zij, de jonge hertog, voor wie zij partij trok, het onderspit
delven. Zo onverdraaglijk is haar deze gedachte dat zij besluit een
eind aan haar leven te maken. Zij neemt een "opsteker" en plant die in
haar strot. Honend kijkt de duivel toe. "Partie ende nidicheyt baet der
hellen menich millioen" (439), luidt zijn commentaar.
In de vierde van de negen houtsneden die de
druk van Willem
Vorsterman van ca. 1515 verluchten - afgedrukt in de editie-Coigneau,
en in het artikel van F.W. Willemsen in Spektator 2 (1972-1973), afl.
6, p. 349-359 en 348 - zien we een vrouw op de grond zitten die zich
een zwaard in de keel gestoken heeft. Op de achtergrond zien we de ziel
in babygedaante door twee duivels door de lucht afgevoerd worden.
Jammer dat de techniek mij niet toestaat de houtsnede hier te
reproduceren.
Wie de moeite neemt deze houtsnede te bekijken, kan zich met mij over
een aantal dingen verbazen.
1) Waarom ziet de vrouw die zich van kant maakt, eruit als het meisje
in de houtsneden 1, 2, 5 en 6, en niet als de vrouw in houtsnede 2 die
model staat voor de tante?
2) Hoe komt de vrouw aan een zwaard?
In de tekst is sprake van een "opsteker", zeg maar dolk. Op de
houtsnede zien we iets dat meer op een zwaard lijkt. Hoe komt een vrouw
(als Marikens tante?) aan een zwaard, en sinds wanneer kan zij dat
hanteren?
3) Waarom is de vrouw linkshandig?
Op linkshandigheid rust gedurende de Middeleeuwen, en nog lang daarna,
een taboe. Je linkerhand is je vieze hand. Met je linkerhand veeg je je
reet af. Een hoofse vrouw plast door de vingers van haar linkerhand om
geen geklater te laten horen, dat was dorper. Je linkerhand gebruik je
voor zwarte magie. Maar zelfmoord plegen? Nee, dat doe je met je
rechterhand.
4) Waarom pleegt zij op deze manier zelfmoord?
Stel u wilt zichzelf euthanaseren met een mes, hoe doet u dat? Als u
het bij een poging wilt laten, snijdt u zich de polsen door. Is het u
ernst dan zet u zich het mes op de borst, stoot het richting hart, en
valt voorover. Succes verzekerd. Kijk maar naar Floris als hij zich
omwille van Blancefloer met de schrijfstift die hij van haar gekregen
heeft, van het leven wil beroven. [Dat een schrijfstift daarvoor
gebruikt kon worden, lezen we bij Suetonius, die beschrijft hoe Julius
Caesar zich tijdens de aanslag in de senaat met zijn griffel verdedigt
en iemand die hem bij zijn keel gegrepen had de pols doorboort.]
Tot op heden ben ik nog maar een 'middeleeuwer' tegengekomen die zich
van het leven berooft door zich het mes op de keel te zetten: Pontius
Pylatus. De tekst is bij mijn weten (nog) niet uitgegeven, maar staat
in het Comburgse handschrift, pal na de Reynaert. Het is getiteld Van
Pylatus gheborte ende sine doot. Een fabeltastisch, waar gebeurd
verhaal over een koning Tyrus die in de sterren ziet dat als hij die
nacht een zoon zal verwekken, die zoon een groot heerser zal worden.
Vervelend genoeg is hij op reis en is zijn echtgenote niet in de buurt.
Dus dan maar een andere vrouw gezocht en gevonden: Pyla, de dochter van
een molenaar, Atus geheten. Omdat Tyrus na de verwekking meteen weer
opstapt, zonder zijn naam bekend te maken, noemde zijn moeder het kind
toen maar Pylatus.
Op driejarige leeftijd, d.w.z. als hij van de
borst is, wordt hij
naar het hof gestuurd. Daar groeit hij op met zijn ongeveer even oude
halfbroer. Uit nijd doodt Pylatus zijn halfbroer en voor straf wordt
hij naar Rome gestuurd. Daar vermoordt hij, wederom uit nijd, de zoon
van een Frans edelman die daar voor hetzelfde zat. De Romeinen
besluiten hem al rechter naar het eiland Pontes te sturen. Het volk
daar is zo slecht, dat alleen iemand die nog slechter is ze de baas
kan. Het lukt, en zo komt hij aan zijn volledige naam, Pontius Pylatus.
Hij sluit vriendschap met Herodes en staat de Joden toe Jezus uit nijd
te doden.
Om keizer Tiberius die zich over dit onschuldig
gestorte bloed
zou kunnen vertoornen, tevreden te stellen, stuurt hij een
vertrouweling, Adrofinus geheten, met schepen en geschenken naar Rome.
Door een storm belandt de vloot in Galicië, te Sint Jacobs. Daar heerst
de Romeinse landvoogd Vespacianus, die zijn naam dankt aan de wormen
(vespa) in zijn neus. `Jammer', zegt Adrofinus, `in Jeruzalem hadden we
iemand die dat ongetwijfeld had kunnen genezen, maar die is helaas nu
dood.' Miraculeus genoeg blijkt het geloof dat deze wonderdokter
hiertoe inderdaad in staat zou zijn voldoende om hem van zijn wormen te
verlossen. In Rome hoort keizer Tiberius die aan lepra lijdt, ook van
de Joodse gebedsgenezer, en via zijn vertrouweling Albanus, vraagt hij
Pontius Pylatus hem naar Rome te sturen. Pontius houdt Albanus aan het
lijntje, maar kan niet verhinderen dat deze kennis maakt met Veronica,
die Jezus' gelaat in een doek bezit. Samen gaan ze naar Rome, genezen
Tiberius en vertellen wat er gebeurd is. Pontius Pylatus wordt
gearresteerd en ter dood veroordeeld. "Als pylatus dit verstoet doe nam
hi een mes ende sneet hem seluen de storte ontwee." (fol. 216ra).
Het zichzelf de keel doorsteken is gedurende de Middeleeuwen geen
realiteit, geen zelfmoordtechniek, maar een iconografisch tafereel. Het
is een verbeelding van de hoofdzonde 'Ira' (woede). Tante is woedend,
des duivels, letterlijk en figuurlijk. Om dat te onderstrepen verhangt
zij zich niet, of springt zij niet van een toren, of verdrinkt zich in
de Maas (wat zij Mariken toewenst), maar steekt zij zich een mes/zwaard
in de keel.
De houtsneden van Mariken van Nieumeghen vallen uiteen in twee
stijlgroepen. De eerste zes zijn met aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid `oud'. Ze illustreren gebeurtenissen te Nijmegen. De
Antwerpse jaren zijn niet in beeld gebracht. De laatste drie houtsneden
zijn `jong'. Ze horen bij de sacramentale omwerking van dit van
oorsprong volksdevotionele mirakelverhaal.
Behalve in de derde houtsnede zijn alle
personen in de eerste zes
linkshandig afgebeeld. De man en vrouw zwaaien het meisje vriendelijk
met hun linkerhand uit, de mannen op de markt te Nieumeghen ballen hun
linker vuist.
De verklaring moet gezocht worden in de manier waarop deze houtsneden
tot stand kwamen: het zijn kopieën. Een afdruk is een positief. Snijd
je die na dan krijg je een negatief. Druk je dat af dan krijg je een
afbeelding die spiegelbeeldig is ten opzichte van het origineel.
Maar hoe zit het dan met de derde houtsnede.
Daarop zien we het
meisje (Mariken?) en een man met hoorns (Moenen?). De hoorn hebben
waarschijnlijk als functie de persoon in kwestie als duivel te typeren.
De man steekt zijn rechterhand uit, het meisje draagt haar mandje
rechts. Zoals het hoort. Hoe kan dat?
Het kan omdat deze houtsnede van een andere
hand is! Kijk maar
naar de kleding van het meisje.
Uitgerekend deze houtsnede komt ook voor in een andere Vorsterman-druk:
de prozaroman Margarieta van Lymborgh (1516). Omdat de houtsneden die
Mariken van Nieumeghen illustreren ook al voorkwamen in Mary of
Nemmegen, de Engelse vertaling van Jan van Doesborch - men
veronderstelt dat de houtsneden van Willem Vorsterman kopieën zijn van
de houtsneden van de druk van Jan van Doesborch - is men er altijd
vanuit gegaan dat Willem Vorsterman zijn Margarieta van Lymborgh
geïllustreerd heeft met een houtsnede uit Mariken van Nieumeghen.
Daaraan dankt de Mariken ook haar datering ca. 1515, want Margarieta
van Lymborgh dateert van 1516. Dat is zeker.
Kijken we nu nog eens naar die houtsnede 3. De man lijkt niets aan zijn
ogen te mankeren. Links op de achtergrond zien wij bloemen... Op de
andere houtsneden komen geen bloemen voor. Vergis ik mij, of zijn het
margrieten?
Willem Kuiper - Kuiper@Alf.Let.UvA.NL
|