# Date: Tue, 14 Feb 1995 12:56 +0100 (MET)
Column Willem Kuiper, no. 14: Het wassende waterMiddeleeuwse mensen hadden het niet zo op water. Water was goed voor het land en het vee. Je kon niet zonder, maar je had er gauw te veel van. In dat geval sprak men niet van drinken, maar van verdrinken (het voorvoegsel 'ver' betekent vaak 'helemaal').Het was niet normaal om water te drinken. Was je van adel dan dronk je wijn - witte wijn - met een alcoholpercentage dat geschommeld zal hebben rond de 5 %, hoog genoeg om bederf tegen te gaan en laag genoeg om niet (te snel) dronken te worden. Rode wijn was minder gebruikelijk. De techniek om tanninerijke rode wijn (op vat) te laten rijpen had men nog niet goed genoeg onder de knie. Om rode wijn drinkbaar en genietbaar te maken voegde men honing en andere kruiden toe. Men dronk het na het eten of als medicijn. Was je van eenvoudiger komaf dan dronk je bier, 'dunnebier', met een alcoholpercentage dat rond de 3 % geschommeld zal hebben. Dat kun je de hele dag door drinken zonder uit te drogen. In kloosters brouwde men zwaarder bier, maar dat was niet zozeer om te drinken als wel als geneesmiddel bedoeld. Net als het 'aqua vite' dat wij nog kennen als Benedictine (Benedictijnen) en Chartreuse (Kartuizers). Boeren dronken het melkafval dat overbleef na de bereiding van kaas en boter, wat in de ogen van de stedeling de verklaring van hun hersenverweking was. Zuivel was namelijk verdacht. Maar wie dronken er dan wel water? Gevangenen, religieus bevlogenen, herders en herderinnetjes (in de literatuur althans). Mensen dus, die geen deel uitmaakten van de (normale) maatschappij. Water drinken was straf of versterving. Het drinken van bier en wijn was geen drankzucht maar hygiëne. Anders dan iedereen op voorheen de lagere school leerde/t, kenden de middeleeuwers wel degelijk reinheidsgeboden, en waren zij zich zeer wel bewust van bederf en besmettelijkheid. Het grote voordeel van dunnebier boven drinkwater uit de rivier was dat het bier gebrouwen (gekookt) was en dus gezuiverd van menselijk en industrieel afval. Wij denken dat milieuproblemen typisch van deze tijd zijn. Nou, vergeet het maar! Natuurlijk, men putte water, maar dat gebruikte men haast uitsluitend voor huishoudelijk werk, om te wassen en schoon te maken, om mee te koken. Er zal heus wel af en toe een slok van genomen zijn, maar dan wel bij gebrek aan beter.
Een middeleeuwer ging niet graag te water. Niet dat men de zwemkunst
niet machtig was, leren zwemmen hoorde bij de lichamelijke opvoeding
die adellijke jongetjes tussen hun twaalfde en vijftiende kregen, maar
men deed dat niet voor zijn plezier. Ik althans ben nog nooit een
plaats in een middeleeuwse roman tegengekomen waar men voor zijn lol
gaat pootjebaaien, laat staan kopje onder.
Nee, de mens en het water waren twee verschillende, elkaar vijandige
werelden. Zo bedreigend zelfs ervoer men het water dat men niet goed
wist of iemand die zich in een schip op 'de hoge zee' begaf eigenlijk
nog wel tot de levenden gerekend mocht worden. Objectief gezien was zo
iemand halfdood. Tot de meest indrukwekkende wonderen van Jezus van
Nazareth behoort dan ook zijn wandeling over het water. Door de lucht
vliegen gold als een kleiner kunstje. Tovenaars zat die dat konden.
Maar over het water lopen...
Het mooiste middeleeuwse watersnoodverhaal dat ik ken werd geschreven
door Geoffrey Chaucer. Het maakt deel uit van de Canterbury tales.
Chaucer legde het in de mond van de molenaar: Ik ga het hier niet
navertellen, lees het zelf maar, maar het gaat over en student die op
kamer woont bij een oude timmerman en diens jonge vrouw (grapje
richting Jozef en Maria). Natuurlijk is die student smoorverliefd op
zijn hospita en even natuurlijk is de oude timmerman stinkend jaloers.
Dus moet er een list gevonden worden. De student die in de sterren kan
kijken ziet zogenaamd een nieuwe zondvloed aankomen. Daar weet de oude
timmerman raad mee. Hij gaat in het geniep op zolder een ark bouwen
zodat hij, als het water komt, zichzelf en zijn vrouw in veiligheid kan
brengen. Terwijl de timmerman op zolder overuren maakt, geven zijn
vrouw en de student zich over aan de Liefde.
Willem Kuiper - Kuiper@Alf.Let.UvA.NL |