# Date: Tue, 11 Apr 1995 14:26 +0100 (MET)
Column Willem Kuiper, no. 16: "Madonnabeeldje huilt tranen in bisschops armen" (De Volkskrant, vrijdag 7 april 1995)Toen het christendom in de tweede helft van de eerste eeuw in Rome doordrong, was men daar vertrouwd met het fenomeen beeldencultus. Goden en als god vereerde mensen werden in de vorm van beelden vereerd. Je kon je, als je van de desbetreffende god een gunst verlangde, met een cadeautje tot diens beeltenis wenden om verhoord te worden. Zoals ook de afbeelding van de keizer op het muntgeld garant stond voor de waarde en betrouwbaarheid ervan. De eerste Romeinse christenen waren niet tegen beelden, neen, zij waren tegen de verkeerde beelden. Tegen afgodsbeelden. Die weigerden zij te offeren, tot de marteldood erop volgde. Sterker nog, als het even kon, trachtten zij deze beelden stuk te maken. Deels om aan te tonen dat het 'maar' beelden waren en geen goden. Deels om te bewijzen dat de duivels die in het beeld zaten - waardoor het beeld bijvoorbeeld kon praten - niet opgewassen waren tegen de macht van de Ware God.In de nadagen van het Westromeinse Rijk veranderde het christendom sterk van karakter. Van een staatsgevaarlijk geachte slavengodsdienst werd het onder keizer Constantijn (gest. 337) staatsgodsdienst. Na de val van het Rijk overleefde het christendom de invallen van Goten, Vandalen en Franken. In het Frankenland schoolde de Gallo-Romeinse adel, die eerst de macht van de onzichtbare keizer te Rome vertegenwoordigde, zich om tot de uitbater van de even onzichtbare, maar desalniettemin alomtegenwoordige en almachtige God. Door te dreigen met Zijn macht en die van Zijn heiligen slaagde zij erin een krachtig tegenwicht te vormen tegen de nieuwe heersers: ongewapend weliswaar, maar alles behalve geweldloos. De heiligen uit deze periode zijn licht ontvlambaar en hebben harde handen. Wie deze tijd en het raadsel van de huilende madonna begrijpen wil, raad ik aan de Historien van Gregorius van Tours (573-594) te lezen. Daarvan verscheen vorig jaar bij Uitgeverij AMBO te Baarn een Nederlandse vertaling. Aan die vertaling gaat een even leesbare als lezenswaardige inleiding vooraf van de Groningse hoogleraar Oude geschiedenis, M.A. Wes. Een formidabele analyse van Gregorius en diens tijd die door Kees Fens in De Volkskrant volstrekt ten onrechte werd afgekraakt. Lees Wes en oordeel zelf.
Een van de grotere probleem waarmee bisschoppen ten tijde van Gregorius
geconfronteerd werden was: hoe maak je hemelse macht zichtbaar? Je kunt
wel dreigen, maar hoe maak je die dreiging geloofwaardig? Soms schoot
moeder natuur te hulp met noodweer, een komeet, een zonsverduistering,
een epidemie, overstroming, droogte, onvruchtbaarheid, enzovoort. Maar
soms moest je als bisschop een handje helpen, door middel van 'pia
fraus', dat wil zeggen: vroom bedrog.
Talloos zijn de verhalen van beelden die tot leven kwamen. Zo was er
ooit een Vlaamse wandschilder die zo prachtig Maria op muren kon
schilderen terwijl zij met haar voeten de kop van de duivel vertrapte.
Totdat de duivel er genoeg van kreeg en de ladder, waarop de schilder
stond, onder zijn voeten vandaan schopte. "Help!", riep de vrome
schilder, waarop het schilderij een hand uitstak en hem net zo lang
vasthield totdat te hulp geschoten mensen de ladder weer overeind
konden zetten.
Net als in Ab urbe condita van Livius of in Lodewijc van Velthems
voortzetting van de Spiegel historiael zijn huilende beelden voorbodes
van rampspoed. Zo'n beeld - dat wil zeggen, degeen die verbeeld
wordt - kan namelijk in de toekomst zien, waarvoor de gewone
stervelingen blind zijn. Door in tranen uit te barsten wordt een
ultieme poging gedaan het schier onafwendbare af te weren.
Het Mariabeeld van Civitavecchia - een kopie van de miraculeuze
madonna van Medjugorje in ex-Joegoslavië - was het meer dan ernst. Dit
beeld schreidde geen tranen, maar bloed! Natuurlijk geloofde de
bisschop er aanvankelijk niets van, maar nadat hij het beeld zelf in
zijn armen genomen had, zag zijn schoonzuster (sic) als eerste dat er
bloed uit de ogen van het Mariabeeld kwam. Tja, en toen moest hij wel
geloven.
Helaas! Het ongeluk wil dat consumentenorganisaties bij justitie een
aanklacht wegens volksverlakkerij hebben ingediend. Het beeld is in
beslag genomen en naar een gerechtelijk laboratorium gebracht. Daar
werd geconstateerd dat er geen reservoir en pompje in zat, zoals domme
sceptici veronderstelden. Wel dat het mannenbloed was.
Willem.Kuiper@Let.UvA.NL |