# Date: Mon, 22 May 1995 13:23:24 +0200 (MET DST)
Column Willem Kuiper, no. 17: Over elfjes en duivelsHet huis dat ik bewoon dateert uit het begin van deze eeuw. Toen ik het op 5 december 1975 voor de eerste keer betrad, verkeerde het in een staat van absolute verwaarlozing. De vorige eigenaar - zoon van de bouwer en eerste eigenaar - was namelijk timmerman. Een timmerman met een roestige hamer. Hij timmerde overal, behalve thuis.Waar alle andere huizen inmiddels een verlaagd plafond hadden, met spotjes, en waar alle schuifdeuren al lang al aan het grof vuil waren meegegeven en de kamers doorgebroken, zag mijn huis er nog net zo uit als toen het omstreeks 1906 werd opgeleverd. Dus zonder zolder, kelder, badkamer en toilet. Achterin de bijkeuken stond de doos, met een tondeurtje naar de steeg. Toen eind jaren-'50 de gemeente Zaandam de ton en het schijthuis boven de sloot verving door riolering en water closet, heeft hij een pleetje in elkaar getimmerd, zo belabberd en zo liefdeloos, dat het mij een raadsel is dat de heilige Jozef hem niet met pot en al door de vloer heeft laten zakken. Omdat het huis met maar een (koud)waterkraan was uitgerust - in de keuken - liet ik een badkamer aanleggen. Die bleek niet bestand tegen de Hollandse winter. Ook niet met een gevelkachel. Er was een groot, hoog raam in die kamer en dat was zo'n warmtelek, daar was geen stoken tegen. Er zat niets ander op dan het raam dicht te laten metselen. En daar zit je dan met een dichtgemetseld raam. Geen gezicht. Daar moest dus iets mee gebeuren. Daar moest na lang nadenken een schildering komen die uitzicht suggereerde. Maar wat? Terwijl ik mij hierover de hersens brak, overleed een oma. Van de erfenis kocht ik wat getijdenboeken in facsimile, onder andere de Tres Riches Heures du Duc de Berry. En daar vond ik mijn uitzicht: de miniatuur van de maand Maart! Op de voorgrond zien we een ploegende boer, in het midden zien we wijngaarden en op de achtergrond het schitterende kasteel van Lusignan. De miniatuur had het gewenste perspectief en de kleuren accordeerden met de wand- en vloertegels. Er was slechts een dissonant, ik ben een kreeft. Op mijn schaakclub zat iemand die aan de Rietveld Akademie schilderen studeerde en graag contactlenzen wilde hebben. Als een ware mecenas beloofde ik hem die contactlenzen alsmede warme maaltijden als hij voor mij de maand Maart zou naschilderen - 135 cm x 235 cm - met de sterrenhemel van juni/juli: tweelingen - kreeft. Zo gezegd, zo gedaan. Het heeft bijna anderhalf jaar geduurd, maar het resultaat is oogverblindend en nog elke dag kijk ik er met plezier naar. Rechts in de lucht vliegt een gouden draak: Melusine, vrouwe van Lusignan. Ooit was zij een vrouw van vlees en bloed, maar toen haar echtgenoot Raymond haar tweede natuur onthulde, veranderde zij in een serpent.
Het verhaal van Melusine is in 1392 geschreven door Jean d'Arras, in
opdracht van bovengenoemde Jean, duc de Berry. Deze was eigenaar
geworden van de burcht te Lusignan en had bij die gelegenheid vernomen
dat er een vloek op het kasteel rustte: het bleef niet langer dan
dertig jaar in de hand van zijn eigenaar.
Melusine kiest zich een man, Raymond, geheten. Dat is typisch voor het
genre. Waar in de epiek de man door zijn dapperheid zichzelf een vrouw
verwerft, is het hier de vrouw die zich een minnaar kiest. Niet kracht,
maar schoonheid, tederheid, trouw en integriteit zijn van belang. Ook
zij belooft hem geluk en voorspoed zolang hij haar maar op zaterdag
ongezien laat. Zo gezegd, zo gedaan, maar wederom is er twijfel en
afgunst omtrent de wonderlijke vermogens die deze vrouw bezit, wier
afkomst niemand kent, wat hoogst verdacht is.
Raymond heeft een broer, die graaf van Forez is. Deze heeft het niet
begrepen op zijn schoonzuster. Hij maakt haar verdacht als
overspeelster en slaagt er zo in zijn broer de belofte te laten breken
haar nooit op zaterdag in bad te aanschouwen. Als Raymond met zijn
zwaard een gat in de deur gemaakt heeft, ziet hij haar in bad zitten,
zonder minnaar, maar met de staart van een serpent.
Daarin heeft hij geen gelijk, maar geef hem eens ongelijk. Je kunt het namelijk zien, zoals hij zelf zegt: "Op het geloof dat ik God verschuldigd ben, ik geloof dat deze vrouw een kwaadaardige geest is, en ik geloof ook dat de vrucht van haar ingewanden niet volmaakt kan zijn. Zij heeft mij kinderen geschonken die allemaal een vreemd teken dragen...."
Bij het lezen van deze monoloog moest ik opeens aan Moenen denken. Zou
Melusine de bron geweest zijn van Moenens mededeling: "Wi gheesten en
hebben dye macht niet, dats verloren, ons te volmakene doer gheen
bespreck. Altoos es aen ons eenich ghebreck, tsi aen thoot, aen handen
oft aen voeten."
Het verhaal van Melusine is in het Nederlands vertaald. In 1491 verscheen de roman rijk geïllustreerd in druk bij Gheraert Leeu en in 1510 in herdruk bij Henrick Eckert van Homberch. De tekst is niet geëditeerd. Bij deze maak ik bekend dat te zullen gaan doen. Nadere bijzonderheden volgen. Willem.Kuiper@Let.UvA.NL |