# Date: Thu, 23 Nov 1995 10:47:38 +0100 (MET)
Column Willem Kuiper, no. 21: De donkere dagen voor KerstmisVorige week zaterdag was het weer zo ver: Sint Maarten. Met Luilak (de zaterdagochtend voor Pinksteren om 01:00 opstaan, uren fikkie steken, daarna warme bollen eten en vervolgens als het licht geworden was naar bedrijfsvoetbal kijken) behoorde Sintere Maarten tot de hoogtepunten van het kinderfeestenjaar. Daags voor de elfde van de elfde maakten wij ons een lampion - bijvoorbeeld door een koolraap uit te hollen - monteerden daar een kaarsje in, en vroegen moeder uit een afgedankt kussensloop een snoepzak te naaien. Zodra de duisternis was ingevallen gingen wij van deur tot deur en zongen daarbij liedjes als: Sintere Sintere Maarten.
[Hier aangekomen in het lied werd de bewoner geacht op het punt te staan de deur te openen.] Heb je Sintere Maarten horen roepen?!!!! [Nu werd de bewoner geacht de deur inderdaad te openen, blij verrast te kijken en spontaan snaai uit te gaan delen.] Hier woont een rijk man,
[Hier aangekomen viel het gezang doorgaans stil omdat inmiddels alle
aandacht uitging naar het op- en openhouden van de snoepzak, wat de
sadisten onder de gulle gevers snoeihard afstraften met: doorzingen!
Hier woont een kikkerbil,
Een ergere veroordeling was er niet.
Sintere Maarten had een koe.
Welk fatalistisch lied werd afgesloten met een vrolijk: Hooidebooi, hooidebooi,
Later, veel later ga je begrijpen dat dit ritueel een merkwaardige
mengeling is van (middeleeuws) christendom en heidense praktijken. Sint
Martinus van Tours (geboren ca. 316 - gestorven ca. 400) was gedurende
de Middeleeuwen een topheilige. Hij begon als ridder, deelde op een
winterse dag zijn overmantel met een bedelaar en werd na een cursus
duiveluitdrijving door de heilige Hilarius en een tijdje kluizenaar
geweest te zijn tot bisschop van Tours gekozen.
Anders dan het hierboven geciteerde lied suggereert, had Sint Maarten
geen hekel aan koeien. Zo is er in de Legenda Aurea een legende van hem
bewaard gebleven, waarin wordt verteld hoe een koe door de duivel
bezeten was. Het beest leek wel dol en nam voortdurend mensen op de
hoorns.
Het heeft er alle schijn van dat Sint Maarten gebruikt werd als witwasser van zwartmagische praktijken. Die Sint Martins vogel zal wel een raaf of kraai geweest zijn, een lievelingsdier van de Germaanse oppergod Wodan. En dat rondlopen met lichtjes in het donker lijkt verdacht veel op het bezweren van geesten. Sint Maarten is geen bedelfeest, maar een lichtfeest. Op elf november wordt 'gevierd' dat de donkere periode ingaat. Dat gebeurt met vuur en licht, met gezang en lawaai. Nu de duisternis het van het licht gaat winnen krijgen de demonen vrij spel. Gelukkig weten wij waar ze bang voor zijn, licht en geluid. Daarom branden wij vreugdevuren, blazen wij hoorns en steken vuurwerk af. En op de donkerste dag van het jaar laten wij de Verlosser geboren worden ...
Door omstandigheden kan ik me de angst van de middeleeuwer voor de
donkere dagen voor Kerstmis heel goed voorstellen. Middeleeuwse mensen
hadden namelijk net zulke goede ogen als wij. Als wij en masse onze
brillen af zouden zetten, onze contactlenzen uit zouden doen, niet meer
naar de oogarts zouden gaan en de lichten zouden doven dan zouden wij
erachter komen wat een slechtziend iemand uit ervaring weet: slecht
zien is niet alleen niet zien wat er wel is, maar ook wel zien wat
er niet is.
Willem.Kuiper@Let.UvA.NL |