# Date: Sun, 24 Mar 1996 21:37:56 +0100 (MET)
# From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@let.UVA.NL>
# Subject: Col: 9603.13: Column Willem Kuiper, no. 24: "Hoe
# mooi is Ysabele van Endi?"
Column Willem Kuiper, no. 24:
Hoe mooi is Ysabele van Endi?
Nadat Walewein zijn oom, koning Artur, beloofd heeft voor hem het
Zwevende Schaakspel te bemachtigen is hij via koning Wonder, de
bezitter ervan, doorverwezen naar koning Amoraen. Die namelijk is in het
bezit van het Zwaard met de Twee Ringen, en tegen dat wapen wil koning
Wonder het schaakspel wel ruilen.
Op de burcht Ravenstene wordt Walewein door
koning Amoraen
als een wereldberoemdheid ontvangen. Amoraen kent hem nog van
toen hij zijn bruid, de dochter van de koning van Ierland, ophaalde en met
haar koning Arturs hof bezocht. Helaas, na een decenniumlang gelukkig
huwelijk is zijn vrouw overleden. Walewein komt als geroepen.
'Zeg maar wat ik voor u doen kan', biedt 'Der
Avonturen Vader' aan.
En dan stelt koning Amoraen Walewein het Zwaard met de Twee Ringen in het
vooruitzicht op voorwaarde dat hij voor hem een missie vervult. Walewein
hapt niet dadelijk toe, hij vraagt het zwaard eerst te mogen zien. Het
zwaard wordt gehaald, maar koning Amoraen durft het niet uit de schede te
trekken. Dat is te gevaarlijk. Van de vorige eigenaar weet hij dat het
Zwaard met de Twee Ringen spontaan mensen aanvalt en alleen hanteerbaar is
door de beste ridder ter wereld.
'Een klein stukje maar', vraagt Walewein. En
dan gebeurt het wonder:
als Amoraen het zwaard een klein stukje uit de schede trekt, springt het er
uit eigen beweging uit, gaat voor Walewein staan, en buigt voor hem. Het is
duidelijk, als er iemand is die het zwaard verdient dit zwaard te dragen
dan is het Walewein.
'OK', zegt Walewein, 'ik wil het hebben. Zeg
maar wat ik doen moet.'
Dan vertelt koning Amoraen dat Walewein voor hem prinses Ysabele van Endi
moet halen, op wie hij zijn zinnen heeft gezet. Volgens mensen die haar
kennen is er geen mooiere of betere (jonk)vrouw. Krijgt hij haar niet dan
zal hij zeker sterven.
Vervolgens komt koning Amoraen met een
'descriptio', een
beschrijving van haar uiterlijk volgens de regels van de ars poetica:
3420 Nu willic doen bekinnen
Hare scoonhede uut ende uut.
Wit alse die snee heift soe die huut
Ende heet joncfrouwe Ysabele.
Soe hevet mere scoonheden tharen deele
3425 Danne Venus doet, die godinne,
Die ghebod heift over de minne.
Soe es scoonre danne Olympias
Die keyserinne te Rome was.
Soe es scoonre vele sonder sparen
3430 Danne die twalef vrouwen waren,
Die ghescreven zijn te Rome binnen.
Dit waren die .xij. godinnen,
Daer men of telt ende saghet
Ende hare scoonheit achter lande draget
3435 Om lof ende om prijs tontfane.
Soe es vele scoonre, na minen wane,
Danne Ysaude no Elene,
Noch die scone Torabene.
Soe es scoonre vele danne Verghine
3440 Ofte joncfrouwe Barbeline.
Noch Ysaude van Yerlant,
Noch Ysaude metter Witter Hant
Nes niet so scone als Ysabele.
Haar vader is koning Assentijn. Hij heeft haar opgeborgen in het verre
Endi, in een kasteel dat oninneembaar is, omgeven door twaalf muren met elk
vier keer twintig torens. Tussen elke muur stroomt een rivier. De poorten
die van koper en metaal zijn, en met ijzer en staal beslagen, worden
bewaakt door vier keer twintig poortwachters. Kortom, daar valt - zoals
men hier in de Zaan wel zegt - met geen pet naar te gooien.
In het hart van Endi verblijft Ysabele in een
lusthof waarin allerlei
welriekende bomen, bloemen en kruiden groeien. Maar ook is er een holle
gouden boom, door mensenhanden gemaakt, met gouden blaadjes en daaraan
gouden belletjes, die rinkelen als er met blaasbalgen lucht doorheen
geperst wordt, en met gouden vogeltjes die, als er lucht doorheen geblazen
wordt, kunnen zingen. Al was je dodelijk gewond, hoorde je die vogeltjes
zingen dan was je genezen. Ook is er een bron die zijn water krijgt van een
uitlopertje van een rivier uit het Aards Paradijs. Al was je 500 jaar oud,
een druppel uit die bron en je bent weer 30!
De afgelopen maanden heb ik de Walewein weer eens herlezen in
combinatie met wat er de afgelopen jaren over deze oorspronkelijke
Middelnederlandse Arturroman geschreven is, met name het prachtige boek van
mijn Utrechtse collega Bart Besamusca: Walewein, Moriaen en de Ridder
metter Mouwen. Intertekstualiteit in drie Middelnederlandse Arturromans.
Hilversum <Verloren> 1993. Dit in het kader van een voordracht die ik mocht
houden in de serie avondcolleges over middeleeuwse auteurs, gegeven in het
P.C. Hoofthuis te Amsterdam.
Mijn probleemstelling was: hoe verdraagt het
moderne intertekstuele
denken zich tot het referentiekader van Penninc en
Pieter Vostaert, de auteurs van de Walewein, en hun publiek? Wat
weten we van hun literaire horizon? Welke teksten kenden zij, en hoe? Van
lezen, van horen zeggen?
Wat heeft dat Walewein-publiek van ca. 1250/60/70 zich voorgesteld bij de
beschrijving van de schoonheid van Ysabele?
Haar naam moet het publiek bekend zijn
voorgekomen. Misschien heeft
men gedacht aan Isabella van Aragon (1243-1271), eerste echtgenote van
Philip III, le Hardi (1245-1285), die van 1270 tot 1285 koning van
Frankrijk was, en indirect dus ook koning van Vlaanderen. Dankzij mijn
romanistieke collega Jelle Koopmans weet ik dat Philip in 1262 met Isabella
van Aragon huwde. Als zij in 1271 stierf duurde hun huwelijk (op zijn
middeleeuws gerekend) 10 jaar.
Endi is het land achter Babylonië.
Erdoorheen stroomt de Ganges, een
van de vier rivieren die ontspringen in het Paradijs. Het is in dit land
waar Caym zijn toevlucht zocht toen hij zijn abele broer vermoord had en
waar hij de eerste burcht bouwde. <Terzijde, m.i. moeten in de versregels
5948 en 5950 de woorden 'enden' en 'ende' geïnterpreteerd worden als
verbogen vormen van Endi.>
Hoewel daarover met geen woord gerept wordt,
moet Endi een
Saracenen rijk zijn en Ysabele een Saraceense prinses. Dit staat echter
haaks op de manier waarop de burcht Endi omschreven wordt,
namelijk als het hemelse Jeruzalem. Die twaalf muren staan voor de twaalf
apostelen, en misschien moeten we bij de vier keer twintig torens aan de
vier evangelisten denken. Overigens, twintigtallen zijn volstrekt a-typisch
voor de Arturroman, ze komen uit de wereld van de Karelepiek.
Nogal pikant, de beste ridder ter wereld gaat
een Saraceense prinses
ontvoeren uit een namaakparadijs dat trekken van het hemelse Jeruzalem
vertoont.
Terug naar het vergelijkingsmateriaal. Olympias is nimmer keizerin van Rome
geweest, het is de moeder van Alexander de Grote. Mooi was ze zeker. Toen
de verdreven Egyptische koning Neptanabus haar zag, was hij niet meer te
houden. Hij vermomde zich als een god in de gedaante van een draak en aldus
uitgedost besteeg hij haar in de troonzaal ten overstaan van gans het hof.
Jacob van Maerlant zal deze verwekking van Alexander de Grote zowel in zijn
Alexanders Geesten als in de Spiegel Historiael tot in details navertellen.
De twaalf godinnen van Rome kan ik vooralsnog
niet duiden.
Geen flauw idee wie daarmee bedoeld worden. Zelfs Marco Mostert
kon mij niet helpen. Wel heb ik in de Spiegel Historiael het
exempel gevonden van de keizerin van Rome, die heel erg mooi was,
en bij afwezigheid van haar echtgenoot zich tegen de ongewenste
intimiteiten van haar zwager beschermde door hem in een hoge toren op te
sluiten.
Ysaude en Elene leveren weinig problemen op.
Ysaude kan
moeilijk anders geduid worden dan als Ysaude van Ierland, het meisje dat
koning Marc van Cornwall begeerde en dat voor hem door Tristan opgehaald
werd. Helaas voor allen worden Tristan en Ysaude onderweg verliefd op
elkaar, evenals Walewein en Ysabele.
Elene is Helena van Sparta, de echtgenote van
koning Menelaos, die
door de Trojaanse prins Paris ontvoerd werd. Zij was de beloning voor
Paris' oordeel: Venus als mooiste onder de godinnen.
Wie Torabene is - mogelijk Corabene, de
'c' en de 't' zijn in het
middeleeuwse schrift soms niet van elkaar te
onderscheiden - en waar zij vandaan komt? Ik weet het niet. Het suffix
-bene doet denken aan 'bien', 'cora' aan 'core' dat is lopen. Als je het
mij vraagt is het een paardennaam: Goede Loper?
Voor Verghine geldt hetzelfde. Onvindbaar. Ook
als je weet dat 'ver'
hetzelfde is als 'vrouwe'. Het is verleidelijk aan de Chastelaine de Vergi
te denken, maar was die toen al bekend? De Middelnederlandse (Brabantse)
vertaling in het Hulthemse handschrift is gedateerd 1325. De Vlaamse versie
in de Gentse fragmenten zal ouder zijn. Maar hoe oud? Hoe dan ook, in de
Oudfranse Chastelaine de Vergi (ca. 1240 volgens de Utrechtse romanist
René
Stuip) wordt de borchgravinne niet als een exemplarische schoonheid
beschreven.
Jonkvrouw Barbeline stelt ons ook voor
raadsels. Deze
middeleeuwse Barbie kan niet teruggevonden worden in de repertoria. Is haar
naam een afleiding van Barbara? In de Legenda Aurea komt in de toegevoegde
legenden die van de heilige Barbara voor. Ten tijde van keizer Maximianus
leefde er een zeer vermogend edelman in Nicomedia, Dioscorus geheten. Deze
had een dochter Barbara die ongelooflijk mooi was en daarom sloot hij haar
op in een heel hoge toren. Of hebben wij te maken met een afleiding van
'barbe': Jonkvrouw Baardje!?
Het meest concreet zijn de verwijzingen naar
Ysaude van Ierland en
Ysaude met de Witte Handen. Deze lijken direct ontleend aan de roman van
Tristan en Isolde. Ysaude is dezelfde als de hierboven genoemde Ysaude, de
jonkvrouw die koning Marc begeerde, maar die de minnares van diens neef
Tristan werd. Ysaude met de Witte Handen is de vrouw die Tristan huwt nadat
hij zich vrijwillig in ballingschap begeven heeft naar Bretagne. Maar
waarom de herhaling? Wist Penninc niet dat Ysaude dezelfde was als Ysaude
van Ierland?
Zetten we alles wat we van Ysabele weten op een rijtje dan is er mijns
inziens maar een conclusie: de klok horen luiden. Penninc, de eerste
Walewein-auteur is met een groot bord langs het buffet van de middeleeuwse
literatuur gelopen en heeft daar allerlei lekkere hapjes uitgezocht.
Wij, literair-historici, kunnen in een aantal
gevallen dankzij
tekstedities en repertoria de herkomst van die lekkere hapjes traceren, en
dat is buitengewoon belangrijk voor onze kennis van het literair bedrijf in
de Middeleeuwse Nederlanden. Maar dat het publiek al luisterend - een niet
te onderschatten inspanning - deze soms wel, vaak niet en meestal half
kloppende referenties aan andere teksten in een andere taal en uit een
ander milieu intertekstueel kon begrijpen, wil er bij mij niet in.
Ik zal niet zo ver gaan te beweren dat de Oudfranse Arturromans zich tot de
Middelnederlandse verhouden als Jacques Brel tot André Hazes, maar u
begrijpt waar ik heen wil. M.i. is de Walewein geen roman voor het Vlaamse
hof, geen spiegel van hoofsheid, geen literaire reactie op het negatieve
Walewein-beeld in de Oudfranse Lancelot en Prose, maar een superieure
kasteelroman, geschreven voor een overwegend jeugdig, stedelijk,
semi-aristocratisch, patricisch publiek, dat letterkundig nauwelijks
onderlegd was, onder het motto: beter goed gejat dan slecht geïmiteerd. Zo
luidde ook de titel van mijn voordracht, en niemand in de zaal die wist dat
ik die titel van Heintje Simons 'geleend' had.
Willem.Kuiper@Let.UvA.NL
|