9703.20 Terug
Vooruit 9703.22
Med: 9703.21
Date: Monday, March 10, 1997  8:38:27 MET
From: Rob van der Wildt <corr.rob@pi.NET>
Subject: Introductie Spits-mailinglist voor correctoren
                  redacteuren, etc.

Nieuw in correctorenland: spits

Spits?

Samen met enkele collega's heb ik het initiatief genomen om een zogenoemde "mailinglist" op te zetten ten behoeve van correctoren, persklaarmakers, redacteuren, vertalers...

Onze mailinglist heet "spits".

Bedoeling?

De bedoeling is dat we met spits een prikbord ophangen waarop correctoren, persklaarmakers, redacteuren, vertalers (en we sluiten verder niemand uit) vragen kwijt kunnen die te maken hebben met taal en met allerlei andere zaken die in teksten kunnen voorkomen.

Je kunt vragen wanneer het nu "hoelang" is of "hoe lang", maar ook hoe het zit met de vernieuwing in de 06-nummers en eventueel zelfs een gesprekje op gang brengen of 06-nummers na de invoering van 0800 en 0900 als voorvoeging nog wel 06-nummers blijven heten.

Ook kunnen we elkaar behulpzaam zijn bijvoorbeeld bij het opzoeken van iets in een of ander naslagwerk dat we nu net toevallig niet zelf op de plank hebben staan. En wat de een niet weet, weet een ander wel. Wederzijdse hulp, dat is wat ons voor ogen staat.

Wat te doen?

Stuur een e-mailbericht naar:
spits@maillist.il.ft.hse.nl
met als enige boodschap:
subscribe

meer hoeft er niet bij.


Bijlage: een voorbeeld van een Spits-bericht

SPITSVRAAG VAN DE DAG

In de Volkskrant van vandaag heeft men het over een "Griekssprekende man". De vraag is of we in dit geval "Griekssprekend" aan elkaar schrijven of niet.

Van Dale geeft "Nederlandssprekend" als bijvoeglijk naamwoord, maar geeft er geen voorbeeld bij. Doet dat wel bij "Nederlandstalig": 'de groep der Nederlandstaligen' (dus een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord).

Kramers kent "Nederlandssprekend" niet; wel "Nederlandstalig", en geeft: 'Nederlandstalige kranten'. Wolters': geen "Nederlandssprekend", wel "Nederlandstalig" in 'Nederlandstalige Belgen'. Verschueren: alleen "Nederlandstalig" in onder meer: 'de Nederlandstalige bevolking van Belgie', 'een Nederlandstalig formulier', 'het Nederlandstalig onderwijs in Brussel', 'een Nederlandstalig gebied'.

Is een "Nederlandstalig" persoon nu ook een "Nederlandssprekend" persoon of toch maar een "Nederlands sprekend" persoon?

Zelf zou ik de voorkeur geven aan een "Nederlands sprekend" iemand, maar ik zou niet kunnen motiveren waarom.

Hartelijke groet,

Rob van der Wildt
Leiden


[Dit nummer]