| 9704.15 |
|
9704.17 | Vorige Miniatuurtje |
|
|
|
Volgende Miniatuurtje |
|
Col: 9704.16 Date: Friday, April 11, 1997 19:40:00 MET LINGUISTISCH MINIATUURTJE XXXIV: "Hoe langer hoe gekker"Er is mij geen groter wespennest bekend dan gevormd wordt door de constructies nevenschikking en onderschikking. Met al hun samentrekkingsproblematiek vormen zij een ware kwelling, niet alleen voor de doorsnee taalkundige, maar ook voor de taaltechnoloog die zich slechts richt op de descriptie van het fenomeen. Zijn de standaardconstructies voor neven- en onderschikking al moeilijk genoeg, tot overmaat van ramp bestaan er ook nog allerlei duistere half-idiomatische schikkingen die zich lijken te onttrekken aan iedere vorm van normale woordvolgorde. Een zo'n constructie is de hoe-des-te-constructie. "Hoe langer je ernaar kijkt, des te gekker het wordt". Of moet ik schrijven, zoals de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ja, eerste druk, maar toch) aanbeveelt: "hoe langer je ernaar kijkt, des te gekker wordt het"? Gebruik je in plaats van "des te" ook "hoe", dan wordt de tweede volgorde vreemder: "hoe langer je ernaar kijkt, hoe gekker het wordt" is beter dan "hoe langer je ernaar kijkt, hoe gekker wordt het". Misschien is de laatste zelfs gewoon fout. Ik durf het bijna niet te zeggen. Maar goed, de feiten zijn al vreemd genoeg. Je kunt wel, met de ANS, constateren dat de zin in het eerste deel de zogeheten "achter-pv" bevat (de zin staat in de bijzinsvolgorde), terwijl de tweede zin in geval van de "des-te"-variant bij voorkeur de hoofdzinsvolgorde heeft, maar daarmee zijn we er niet. Zelfs zou je de conclusie kunnen trekken dat met die constatering aangetoond is dat er sprake is van onderschikking, en het eerste deel ondergeschikt is aan het tweede, maar dat beantwoordt niet de nijpende vraag naar hoe de zin eigenlijk in elkaar zit. Laten we de constructie eens aan een nader onderzoek onderwerpen, en daartoe beginnen met het eerste deel: "hoe langer je ernaar kijkt". De woordvolgorde is ontegenzeggelijk die van de bijzin, maar wat houdt dit in termen van de generatieve grammatica eigenlijk in? Dat we geen Verb Second hebben. Nou kan Verb Second bij mijn weten om twee redenen ontbreken: omdat we een CP hebben met een ingevulde C (laten we zeggen: zwakke V-features), of omdat er helemaal geen CP aanwezig is en de zin dus een kale IP vormt. Van het tweede geval kan in ons voorbeeld geen sprake zijn: immers, zeker in spreektaal kun je de zin aanvullen met: "hoe langer dat je ernaar kijkt", of zelfs: "hoe langer of dat je ernaar kijkt". Het voegwoord "dat" moet gegenereerd worden in C. Daarmee lijkt het eerste geval bevestigd: er is sprake van een voegwoord "dat", dat laat (na Spell-Out, in de minimalistische theorie?) gedeleerd wordt. Als het eerste deel "hoe langer je ernaar kijkt" geanalyseerd wordt als een CP met gedeleerd "dat" (wat iets anders is dan een CP met lege C), dan is de volgende vraag: wat doen we met de frase "hoe langer"? De voor de hand liggende oplossing is, om deze frase te beschouwen als een getopicaliseerd element dat zich in de specifier van CP bevindt. Maar nu zitten we met een probleem. Immers, topicalisatie in een bijzin? Kan dat ook al? In de taalkundige literatuur zijn al eerder zinnen in bijzinsvolgorde gesignaleerd met topicalisatie. Zo is mij een artikel bekend van Van Bakel e.a. getiteld "Moeilijk dat het was!", waarin uitroepende zinnen als die uit de titel worden geanalyseerd als hoofdzinnen met het voegwoord "dat". Het feit dat de zin als hoofdzin gebruikt is maakt topicalisatie mogelijk, en het feit dat "dat" in C staat, verhindert Verb Second. Het lijkt mij dat ons voorbeeld "hoe langer (dat) je ernaar kijkt" van hetzelfde laken een pak is: "dat" verhindert Verb Second, maar het ontbreken van onderschikking maakt topicalisatie mogelijk. De onderliggende volgorde zou dan zoiets zijn als: "(dat) je hoe langer ernaar kijkt". Maar daarmee hebben we opeens de hele constructie geanalyseerd als nevenschikking in plaats van als onderschikking. Is daar eigenlijk iets op tegen? Alleen het feit dat zinnen met verschillende woordvolgorde worden geschikt kan geen argument zijn om van onderschikking te spreken. De bekende voorbeelden als "Als het morgen regent en je hebt tijd..." tonen dat genoegzaam aan. Voor onderschikking spreken nog de mogelijke parafrases: de zin "hoe langer je ernaar kijkt, des te gekker wordt het" is te parafraseren als "het wordt gekker naarmate je er langer naar kijkt". En die is ondubbelzinnig onderschikking. Maar ja, dit soort parafrases vormen slechts twijfelachtige argumentatie: ik kan ons voorbeeld ook parafraseren als: "de mate waarin je er langer naar kijkt is hetzelfde als de mate waarin het gekker wordt". En dat ziet er weer wat meer als nevenschikking uit. Zijn er nog extra argumenten voor nevenschikking? Misschien wel. Als we de variant met tweemaal bijzinsvolgorde bekijken (voor mijn part de hoe...hoe-variant), dan is natuurlijk de vraag: wat is daar dan eigenlijk de hoofdzin? Stel dat er sprake is van een ondubbelzinnige onderschikking, waarom wil de taalgebruiker dan zo graag tweemaal bijzinsvolgorde? Gaan we echter uit van nevenschikking, dan wordt die volgorde-harmonisering heel wat minder vreemd. Peter-Arno Coppen |