| 9706.16 |
|
9706.18 | Vorige Miniatuurtje |
|
|
|
Volgende Miniatuurtje |
|
Col: 9706.17 Date: Thu, 19 Jun 1997 17:07:35 +0200 (METDST) Linguistisch Miniatuurtje XXXVI: "Wie is 'm?"Een tijdje geleden voerde ik in de nieuwsgroep nl.taal een discussie met iemand die zich afvroeg hoe de ontleding moest zijn van het zinnetje "Dat is 't 'm!". Hoewel ik in deze discussie voornamelijk moeite heb moeten doen om de vragensteller ervan te overtuigen dat het hier geen werkwoordelijke uitdrukking betrof, en uiteindelijk de traditionele analyse niet zo erg opmerkelijk is, blijft er nog wel een interessant aspect aan dit voorbeeld over voor een miniatuurtje. Ter samenvatting van de discussie: ik heb de constructie geanalyseerd als een naamwoordelijk gezegde "is 't", met "dat" als onderwerp, en "'m" als additioneel meewerkend voorwerp. Ik geloof eigenlijk niet dat er binnen de traditionele zinsontleding serieuze alternatieven voor deze ontleding zijn. Het naamwoordelijke karakter kan aangetoond worden door andere koppelwerkwoorden in te vullen, of door vergelijkbare geaccepteerde naamwoordelijk-gezegdeconstructies erbij te halen, zoals "dat is 't" of "ik ben 't". Het feit dat "'m" meewerkend voorwerp moet zijn volgt uit een (toegegeven, twijfelachtige) parafrase als "dat is 't voor 'm", en door het feit dat voor het enige alternatief, oorzakelijk voorwerp, geen argumenten te vinden zijn. Goed, meewerkend voorwerp dus. Ik heb aanvankelijk in de discussie (mijn tegenstander merkte op: naamwoordelijk gezegde, daar staat toch nooit een meewerkend voorwerp bij?) verwezen naar de exclamatieve meewerkende voorwerpen, zoals in de voorbeelden "dat is me wat!" of "daar werd hij me toch soldaat!", maar die vergelijking wringt natuurlijk een beetje. De uiting "dat is 't 'm" kan wel als een uitroep begrepen worden, maar dat lijkt niet te liggen aan het meewerkend voorwerp "'m". Bovendien komen de exclamatieve meewerkende voorwerpen altijd in de eerste persoon voor, en "'m" is derde persoon. De vraag is dus nu: als "'m" in deze constructie dan geen exclamatief meewerkend voorwerp is, wat is het dan wel? Dat het meewerkend voorwerp moet zijn staat buiten kijf. Maar dat het geen gewoon zinsdeel is, is al evenmin aan twijfel onderhevig. Er is iets geks met dat "'m". Het heeft in ieder geval geen duidelijke referentie. Het kan niet vrijelijk bij ieder naamwoordelijk of werkwoordelijk gezegde geplaatst worden, dus het lijkt gesubcategoriseerd. Het is echter niet uniek voor deze constructie. We zien het ook in: "dat doet 't 'm", "daar zit 't 'm in", "hij heeft 't 'm gelapt". Bij het bekijken van deze voorbeelden dringt zich een benoeming aan me op waarvan ik nog nooit een duidelijk voorbeeld heb gezien: het "loos meewerkend voorwerp". Je hebt van ieder belangrijk zinsdeel een loze variant. Zo heb je het loos onderwerp ("het regent"), loos lijdend voorwerp ("ik heb het koud") en het loos voorzetselvoorwerp ("hij ziet er niet uit"). Alleen het meewerkend voorwerp leek zich tot nu toe aan deze regelmaat te onttrekken. Mij zijn althans geen grammaticaboekjes bekend die deze mogelijkheid vermelden. Kenmerk van al die loze zinsdelen is hoofdzakelijk het nonreferentiele karakter, en het feit dat ze gesubcategoriseerd zijn door specifieke predicaten. Wat dat betreft sluiten de voorbeelden van het loze meewerkend voorwerp prima aan bij de regelmaat. Het enige verschil tussen het loze meewerkend voorwerp en de andere zinsdelen is dat de laatste steeds het woordje "het" betreffen (of de "er"-variant daarvan in het geval van het loze voorzetselvoorwerp). Waarom zou het loze meewerkend voorwerp zich anders gedragen dan de andere? Daar kan ik wel over speculeren. Het meewerkend voorwerp is het enige zinsdeel dat semantisch gezien altijd een persoon of instantie moet aanduiden. Als het dingen aanduidt, betreft het altijd duidelijke personificaties. De vorm "'m" lijkt me meer in overeenstemming met deze semantiek dan "'t". Met andere woorden: "'t" is de algemene dummy, en "'m" is de dummy persoon. Vreemd genoeg lijkt het loze meewerkend voorwerp slechts in constructies met "'t" voor te komen: in "daar zit 't 'm in" lijkt "'t" zelfs loos onderwerp, en in "hij heeft 't 'm gelapt" en "dat doet 't 'm" is "'t" zeker loos lijdend voorwerp. Alleen "ik ben 'm gesmeerd" lijkt exceptioneel. Of is "'m" daar loos lijdend voorwerp? Ik zie geen duidelijke argumenten. Wellicht dat we op grond van het voorkomen met andere loze zinsdelen zouden moeten besluiten om "'t" in "dat is 't 'm" ook als loos naamwoordelijk deel van het gezegde te benoemen. In dat geval zou "'t" in "'t zijn" nergens naar verwijzen, maar slechts de combinatie van loos naamwoordelijk deel met koppelwerkwoord een betekenis hebben. Welke betekenis? Dat het door het onderwerp aangeduide ("dat") een niet nader omschreven eigenschap heeft, die echter in de context, of de kennis van de wereld, als bekend mag worden verondersteld. Deze betekenis omvat de constructies "dat is 't", "ik ben 't" en "ik ben 'm". Toevoeging van het loze meewerkend voorwerp relateert deze omstandigheid aan de publieke opinie: zeg je "dat is 't", dan kun je daarmee een persoonlijke opvatting ventileren, maar stel je "dat is 't 'm" dan zeg je daarmee dat deze opvatting volgens jou gemeengoed is. Waarmee maar weer eens is aangetoond dat je met loze zinsdelen, die op zichzelf niets betekenen, een hoop kunt zeggen. Peter-Arno Coppen |