9709.20 Terug
Vooruit 9709.22
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 9709.21

Date: Tue, 9 Sep 1997 15:35:23 +0200 (METDST)
From: Peter-Arno Coppen <p.a.coppen@let.kun.NL>
Subject: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje IXL: 'Geboren worden is een hele toestand'

Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje IXL:
'Geboren worden is een hele toestand'

Op een mailinglijst voor vertalers en correctoren trof ik de volgende kwestie aan: Wat is het verschil tussen "Hij werd geboren op een boerderij op de Orkney-eilanden, waar hij ook zijn jeugd doorbracht" en "hij was geboren op een boerderij op de Orkney-eilanden, waar hij ook zijn jeugd doorbracht"? Er werd nog een hele context bij de twee zinnen gegeven, die voor dit verhaal van geen belang is. Deelnemers aan de lijst putten zich uit in het opsporen van de meest scherpzinnige semantische verschillen. Spannend tegenover lichtvoetig, zwaarmoedig tegenover nuchter, sequentieel tegenover introducerend, kortom, het verschil leek bij uitstek een kwestie van taalgevoel.

Ik wil niet meteen zeggen dat ik alle subtiele verschillen in betekenis wantrouw, maar waar zoveel creativiteit aangewend lijkt en de overeenstemming tussen de deelnemers zo gering is bekruipt me onwillekeurig de gedachte dat iedereen maar wat verzint. Nou verzin ik ook wel eens wat (je kunt geen 39 miniatuurtjes schrijven zonder je fantasie te gebruiken), maar ik probeer ten minste mijn verzinsels te beargumenteren.

De hier voorliggende kwestie lijkt me ongetwijfeld een vertaalprobleem, en wel vanuit het Engels. Er heeft natuurlijk gestaan "he was born on a farm...", en de vertaler vraagt zich af of hij dit moet weergeven in het Nederlands met "hij was geboren" of "hij werd geboren". Nou zal ik niet bestrijden dat een goede vertaling voor een groot gedeelte op taalgevoel moet worden vervaardigd, maar in dit geval is een zuiver grammaticale benadering allereerst aan te raden.

De volledige zin luidde: "hij was/werd geboren op een boerderij op de Orkney-eilanden, waar hij ook zijn jeugd doorbracht". De bijzin ("waar...doorbracht") staat in de onvoltooid verleden tijd. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat de hoofdzin in dit geval dezelfde tempus moet hebben. Vervang de constructie met "geboren zijn/worden" door "zijn wieg staat", dan is de enige vorm die een stilistisch correcte zin oplevert: "Zijn wieg stond". De vorm "zijn wieg heeft gestaan" is gek, en "zijn wieg had gestaan" is nog veel gekker.

Goed. Als de hoofdzin onvoltooid verleden tijd moet zijn, dan is de vraag: impliceert de keuze voor was of werd ook een verschil in tempus? Laten we beginnen met werd: de constructie "hij werd geboren..." is een onvoltooid verleden tijd van het passieve "geboren worden". De keuze voor werd zou dus een correcte tempusharmonie opleveren tussen hoofd- en bijzin. Als de constructie "hij was geboren..." ook passief is, betreft het de voltooid verleden tijd (het zogeheten plusquamperfectum, "was geboren geworden"), waarbij was fungeert als hulpwerkwoord van de lijdende vorm. Met andere woorden: onder de passiefinterpretatie is er een disharmonie tussen de voltooid verleden tijd in de hoofdzin en de onvoltooid verleden tijd in de bijzin. Echter, bij constructies met zijn en een voltooid deelwoord is altijd de vraag: kan dit geen naamwoordelijk gezegde zijn, met zijn als koppelwerkwoord? In dat geval zou was onvoltooid verleden tijd zijn, en daarmee zou ook deze constructie correct zijn.

Dat brengt ons bij de volgende vraag: kun je "ik ben geboren" opvatten als een naamwoordelijk gezegde? Misschien zou iemand vanwege de mogelijke oppositie "geboren/ongeboren" de neiging hebben om deze vraag met "ja" te beantwoorden, maar de argumenten tegen deze stelling zijn overweldigend.

Het belangrijkste is: "geboren zijn" heeft geen duratief aspect, het drukt geen toestand uit. Misschien dat je bij "geboren worden" in filosofische zin nog zou kunnen spreken van de overgang van de ongeboren in de geboren toestand, maar de meest voor de hand liggende lezing van "geboren zijn" is het voltooid zijn van een gebeurtenis (de geboorte). "Geboren worden", evenals "geboren zijn", combineert dan ook niet met een tijdsduur ("sinds 1958"), maar met een tijdstip ("in 1958"). Daaruit volgt dat je geen combinatie kunt maken met "blijven". "Geboren blijven" is onzin.

Maar ook uit het ongerijmde kun je het aantonen. Stel, "geboren zijn" is inderdaad naamwoordelijk gezegde. Dan moet je daar ook weer een voltooide tijd van kunnen maken: "ik ben geboren geweest". Rare zin. Dus: "geboren zijn" is geen naamwoordelijk gezegde. Bijgevolg is "was geboren" geen onvoltooid verleden tijd.

De argumentatie lijkt me waterdicht en onproblematisch. Dat de deelnemers aan de boven genoemde discussielijst geen noemenswaardige tekenen van bijval toonden lijkt me dan ook uitsluitend aan onze aangeboren afkeer van eenvoudige oplossingen toe te schrijven.

Maar intussen opent deze constructie nog wel een aardig achterdeurtje naar een interessante taalkundige kwestie: als "geboren zijn" dan per se passief is, hoe zit die afleiding dan in elkaar? Met andere woorden, is er een onderliggende actieve pendant van "geboren worden"? Dat lijkt toch wel erg problematisch. Natuurlijk, we kunnen "geboren" wel etymologisch koppelen aan het werkwoord "baren", maar er is geen taalgebruiker die zich daar expliciet van bewust is, en we kunnen dus bezwaarlijk aannemen dat deze koppeling in ieders taalvermogen sluimerend aanwezig is.

Onze constructie lijkt een sterk argument voor een meer lexicalistische benadering van het passief: "geboren" is een versteend passief deelwoord, dat direct in de constructie wordt ingelast. Maar eigenlijk zit ook dat me niet erg lekker. Wat is daar dan eigenlijk passief aan? Is "geboren" dan nog wel een werkwoord, of is het meer iets adjectiefachtigs? En in het laatste geval: waarom kunnen we zo'n adjectief dan wel attributief gebruiken ("een te vroeg geboren baby"), maar niet als predikaatsnomen? Want "geboren zijn" kon geen naamwoordelijk gezegde zijn. Toch?

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer]

[Alle Miniatuurtjes]