|
Col: 9710.20
Date: Sat, 11 Oct 1997 12:25:05 +0200
From: Peter-Arno Coppen <p.a.coppen@let.kun.NL>
Subject: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XL:
'Weer zo'n makkelijke kritiek'
Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XL:
'Weer zo'n makkelijke kritiek'
Als je erop let, kom je er elke week wel een paar tegen: mensen die
zich ergeren aan wat ze noemen "modieus taalgebruik". Het weeklagen
over de teloorgang van het Nederlands neemt hand over hand toe.
Er is bijna geen verschijnsel zo modieus als dit soort verzuchtingen.
Niemand denkt er fatsoenlijk over na, iedereen huilt maar een beetje
mee met de wolven in het bos en werpt zich op als beschermer van het
verloederende taaleigen. Blinde kritiek is gemakkelijker en sust het
geweten beter dan een genuanceerd oordeel.
De specifieke voorbeelden zijn inwisselbaar, de argumentatie is altijd
dezelfde. Of het nou gaat om zoiets van, hun hebben, best wel,
anglicismen in het algemeen, of wat dan ook, de structuur van een
aanklacht tegen de verwording van de taal is van een ontwapenende
eenvoud. Het begint altijd met de "verrassende observatie": mensen,
valt u ook op dat je de laatste tijd steeds vaker hoort...? En dan
volgen een paar voorbeelden van taalgebruik die de tenen van de
taalbewaker doen krommen ("Mijn tenen worden steeds krommer", zag ik
er laatst eentje schrijven). Valt het dan niemand op dat ordinaire
roddel ook altijd zo begint?
Maar goed, de laakbare taalvorm signaleerd zijnde, volgt de vraag om
bevestiging. Iets als: "Het is toch verschrikkelijk! Onze mooie taal
gaat te gronde aan de gemakzucht." Als je geluk hebt wordt zo'n
uitroep nog nader versterkt met: "En de taalkundigen zien lijdzaam
toe". Ik geef toe, dat zie je niet elke week, maar zoiets maakt m'n
hele dag goed.
Dan volgt de "argumentatie". Deze bestaat uit het in willekeurige
volgorde brandmerken van het gewraakte voorbeeld als "vaag",
"gemakkelijk", "overbodig" en "vervangbaar door betere alternatieven".
Doorgaans worden deze qualificaties niet nader toegelicht. Als je
ongefundeerde kritiek maar met voldoende aplomb poneert, ontmoet je
in het algemeen weinig tegenstanders. Het mooie is, dat de innerlijke
tegenstrijdigheid van al die eigenschappen in het geheel niet als
hinderlijk wordt ervaren. Wie even nadenkt, beseft dat "vaag" juist
niet "gemakkelijk" is. Immers, "vaag" houdt in dat de betekenis niet
duidelijk omschreven kan worden. Wat is er nu moeilijker dan een
niet te omschrijven betekenis?
Nog mooier is de combinatie van "overbodig" met "vervangbaar door
betere alternatieven". Dat dit niet samen kan gaan, valt blijkbaar
niemand op. Maar als een bepaalde taalvorm overbodig is en vervangbaar
door betere alternatieven, dan zijn al die alternatieven toch ook
overbodig? Wat maakt ze dan beter?
Enfin, de pejoratieven buitelen over elkaar heen om ten slotte te
leiden tot de conclusie die de lezer dient te onderschrijven: laten
we toch met z'n allen opletten en dit soort taalgebruik aan de kaak
blijven stellen. Dan komt het misschien toch nog goed.
U denkt misschien dat ik dit allemaal maar verzin. In dat geval moet
u de komende maand maar eens de brievenrubrieken of de taalcolumns in
de gaten houden. In de tussentijd geef ik u alvast een voorbeeld. Zie
de column van Jacques de Jong in de mediarubriek van de Volkskrant
op het internet (15 juli 1997). Getiteld "Zo'n". Prachtige strakke
structuur, als boven uiteengezet. De columnist heeft naar alle
waarschijnlijkheid maar zo'n 200 woorden tot z'n beschikking dus dan
is zo'n stukje al snel drooggekookt tot z'n essentie.
Het betoog begint met voorbeelden van het verwerpelijke gebruik van
het woordje zo'n in de media: de temperatuur stijgt tot zo'n 25
graden. Specifieke personen worden zelfs met naam en toenaam genoemd:
weervrouw Monique Somers, wat dacht u daarvan? Schelden op de media in
het algemeen en Monique Somers in het bijzonder, doorgewinterde
cabaretiers zullen beamen dat het niet veel gemakkelijker kan.
Wat is er mis met dat zo'n? Nou ja, het wordt te pas en te onpas
gebruikt, het is makkelijk, het is vervangbaar door ongeveer, rond
bijna, omtrent, omstreeks, tegen, om en nabij, circa, en (let op)
het is overbodig. Mooi beeld: het "woekert als haagwinde door de tuin
van de Nederlandse taal [en verstikt] die andere, prima woorden". Dit
is geen roddel meer, dit lijkt wel racisme. Dit soort opruiende taal
woekert als haagwinde door de Nederlandse opiniebladen en verstikt
overal het genuanceerde oordeel.
De eerlijkheid gebiedt me te vermelden dat de genoemde columnist aan
deze propaganda nog een nadere uitleg toevoegt. Zo'n betekent, zo
stelt hij, hetzelfde als zo een of zulk een, namelijk "iets wat
ergens anders op lijkt". En aangezien je niet kunt zeggen De temperatuur
stijgt tot zulk een 25 graden is zo'n in deze constructie ook fout.
Ik zal niet ontkennen dat dit een redenering is. En ik wil ook in
aanmerking nemen dat je in 200 woorden weinig kunt zeggen. Maar de
argumentatie houdt geen steek. De stelling dat zo'n in elk voorkomen
vervangbaar is door zulk een, lijkt me alleen houdbaar door iedere
constructie waarin dat niet zo is te brandmerken als ongrammaticaal.
Een paar voorbeelden: een paar jaar geleden had je zo'n reclame waarin
de constructie voorkwam: Is dat zo'n ... foliepak? Probeer daar eens
zulk een van te maken. En zulk een reclame in de vorige zin, kan
dat? Feit is, dat zulk een in vrijwel alle gevallen archaïsch klinkt.
Vervangbaarheid van zo'n door zulk een wordt daardoor zo geforceerd
dat er geen fatsoenlijke argumentatie op te bouwen is.
Kern van de argumentatie rond deze vervangbaarheid is de gedachte dat
zo en zulk synoniem zijn. Maar het is al bij eerste oogopslag
duidelijk dat deze stelling onjuist is. Zo kan in veel meer
constructies gebruikt worden dan zulk. Zo is zo vooraan deze zin
niet vervangbaar door zulk. Alleen als zo als graadpartikel bij
een bijvoeglijk naamwoord (of zelfstandig naamwoord) gebruikt wordt,
kan het in sommige gevallen vervangen worden door zulk.
De observatie dat zo'n de precisie van het telwoord afzwakt, is
ongetwijfeld juist. Het Nederlands zit vol met dit soort modale
afzwakkers. Maar, wel, toch, 'ns, nou, de lijst is te lang
om op te sommen. Over elk van deze woordjes kan een proefschrift worden
geschreven (in sommige gevallen is dat al gebeurd), en dan weten we
nog niet precies wat er aan de hand is.
Maar wat is nu de status van zo'n in zo'n 25 graden? Het hoort
syntactisch bij het telwoord, zoveel is duidelijk. Het telwoord is zo'n
25. Naast zo'n 25 zou ook 'n 25 mogelijk zijn geweest: De
temperatuur loopt op tot 'n 25 graden. In feite levert dat 'n al
het grootste gedeelte op van de "ongeveer-betekenis". Ik kan me niet
aan de indruk onttrekken dat het woordje zo hier vooral een
prosodische functie heeft. Dat is ook niet zo vreemd in een
spreektaalvorm.
Hoe kan een indefiniet lidwoord als 'n een "ongeveer-betekenis"
oproepen? Dat moet te maken hebben met de existentiële functie van
dit lidwoord. Als je het hebt over 'n boek, dan introduceer je een
exemplaar uit de totale verzameling boeken in de huidige context.
Wanneer er nadruk valt op dat lidwoord: 'n Madame Curie, 'n Albert
Einstein, dan krijg je een betekenis als "exemplarisch", "prototypisch",
ofwel "iemand als". Toegepast op telwoorden wordt dat "exemplarisch"
opgevat als "een aantal als". Vandaar ook dat het woordje zo, als
typisch woordje dat vergelijking aanduidt, er maar beter voor de
duidelijkheid bij kan staan.
Het komt me voor dat het probleem dat mensen hebben met een taalvorm
als zo'n, vooral hierin bestaat, dat het een grammatisch middel is
om betekenis mee te creeren. De betekenis van een taalvorm met
zo'n zit 'm niet zozeer in de semantiek van het woordje zo'n,
maar juist in de eigenschappen van de constructie. In feite is dit
echter de meest efficiënte manier waarop een taal betekenis kan
versleutelen. Eigenlijk zouden we dit soort ontwikkelingen juist
moeten toejuichen: weg met al die statische betekenisklompen als
ongeveer, omstreeks, circa! Leve de syntaxis!
Peter-Arno Coppen
|