| 9803.18 |
|
|
|
9803.20 | Vorig Miniatuurtje |
|
|
|
Volgend Miniatuurtje |
|
Col: 9803.19
Date: Tue, 17 Mar 1998 09:59:31 +0100
Linguïstisch Miniatuurtje XLIV: Zwak teEen hele tijd geleden heb ik eens een miniatuurtje geschreven over het woordje "te". Bij die gelegenheid heb ik betoogd dat "te" in alle gevallen als een modificerend partikel dient te worden gezien bij een adjectivale, substantieve of verbale kern. Dit standpunt druist niet alleen in tegen de gedachte dat "te" in het eerste geval een bijwoord is en in het tweede een voorzetsel, maar vooral, zo lijkt het, tegen de meer moderne gedachte dat het "te" dat bij werkwoorden staat, afkomstig is van een aparte functionele projectie die iets met (het ontbreken van) de tempus in de zin te maken heeft. In deze aflevering wil ik, zonder het karakter van het miniatuurtje geweld aan te doen, eens wat dieper op deze schijnbare consequentie ingaan. Omdat ik nou eenmaal als auteur de beginopstelling op het bord mag zetten, wil ik bij deze excercitie eens vertrekken vanuit een eigenaardig verschijnsel dat zich voordoet in beknopte bijzinnen met "om", waarin tevens een aspectueel hulpwerkwoord staat. Althans, ik heb de indruk dat dit de randvoorwaarden voor het verschijnsel zijn, maar ik hou me aanbevolen voor correctie. Waar heb ik het over? Leest u de volgende zin eens hardop aan iemand voor: "Om dat nou weer helemaal uit gaan te leggen heb ik helemaal geen zin in", en vraag vervolgens wat er fout aan is. Tien tegen een dat uw proefpersoon alleen over het ontbreken van "daar" begint en niet opmerkt dat "te" verkeerd staat. En misschien dat u zelf ook wel twee keer moet kijken om te zien dat "te" aan de verkeerde kant van het hulpwerkwoord "gaan" geplaatst is. Het is gek, maar dit soort "fouten" (ja ik aarzel altijd even bij dat woord, voor je het weet word je als autoriteit erover aangesproken) komen voor. En als je erop let, of wat andere gevallen uitprobeert, wordt het steeds gekker. Wat denkt u bijvoorbeeld van: "om daarvoor de hele middag op gaan zitten bellen is me te veel moeite, hoor!" Hee, waar is dat "te" nou gebleven? Foute zin? Rode streep erdoor en overgaan tot de orde van de dag? Het komt mij voor dat deze gevallen samenhangen met het zwakke "te" dat onder andere van de aspectuele hulpwerkwoorden "zitten", "liggen", "hangen", "staan" en "lopen" bekend is. Normaliter eisen deze werkwoorden "te" plus infinitief, maar als ze zelf infinitief zijn, valt "te" bij voorkeur weg. Je hebt dus: "hij zit weer te knoeien", maar "hij heeft weer zitten knoeien" en "hij zal wel weer zitten knoeien". In de laatste twee gevallen mag je "te" wel invoegen, maar het doet een beetje geforceerd aan. Net of het niet mag als het niet hoeft, zou ik bijna met Chomsky zeggen. Opvallend in dit verband is nu "je moest je schamen om zo te zitten knoeien". Zoals verwacht mag "te" wegblijven, maar kun je het hier eigenlijk wel toevoegen? "...om zo te zitten te knoeien", dat klinkt niet eens geforceerd, dat is gewoon onmogelijk, zou ik zeggen. Je zou dit verschijnsel kunnen beschouwen als evidentie voor de gedachte dat "te" toch iets te maken heeft met de temporele projectie in de zin. Immers, als aspectuele hulpwerkwoorden (de enige hulpwerkwoorden die normaliter "te" plus infinitief vragen) inderdaad hulpwerkwoorden zijn, dan selecteren ze zelf geen aparte IP. Dat wil zeggen, in constructies met aspectuele hulpwerkwoorden is maar één IP aanwezig. Als "te" nu inderdaad zijn oorsprong vindt in deze IP, verwacht je natuurlijk ook dat in deze gevallen maar één "te" mogelijk is. En dat klopt met de feiten. Toch is de gedachte niet onproblematisch. Immers, onder de uit de analyse van het Engels afkomstige, vigerende opvatting dat "te" de invulling vormt van de lexicale kern van de temporele projectie, zou het een complementaire distributie moeten vertonen met een finiete vorm van het werkwoord. Dat wil zeggen, bij nonfiniete invulling krijg je "te", bij finiete krijg je inflectie op het werkwoord ("I naar V" of iets dergelijks). Maar ja, dát klopt natuurlijk niet. Want juist als het aspectuele werkwoord finiet is, vraagt het "te". En als het infiniet is, blijkt "te" ineens vreemd. Deze verschijnselen zijn precies tegengesteld aan wat je onder de conventionele analyse zou verwachten. Tot overmaat van ramp heb je dan nog eens dat "zwervende te" in gevallen als "ik schaam me een beetje om daar nou ineens binnen komen te vallen". Dat "te", dat eigenlijk geselecteerd wordt door "om" (nietwaar?), drijft vanuit de eindgroepinitiële positie naar rechts, naar het hoofdwerkwoord toe. Hou de volgende vier zinnen maar eens naast elkaar: "om dat nou helemaal uit te gaan zitten leggen", "om dat nou helemaal uit gaan te zitten leggen", "om dat nou helemaal uit gaan zitten te leggen", en ten slotte "om dat nou helemaal uit gaan zitten leggen". Het lijkt wel alsof "te" zich omlaag beweegt in de boomstructuur om uiteindelijk in de valkuil van het aspectuele "zitten" weg te vallen. Dit verschijnsel is des te problematischer, omdat het de onmogelijkheid van de omgekeerde analyse aantoont. Ik bedoel daarmee het volgende: in ruime kringen wordt de lowering van elementen met argwaan bekeken. Liever dan een element als "te" te laten loweren naar het verbale hoofd, opteert men voor raising van het verbale hoofd naar "te" toe. Maar in zo'n geval als "om dat nou weer uit gaan te leggen" is dat volslagen onmogelijk. Immers, de plaatsing van "te" voor "leggen" is niet te motiveren vanuit de selectie van "gaan" ("gaan" wil normaliter helemaal geen "te" hebben). "Te" kan hier alleen door "om" geselecteerd worden. Maar hoe krijg je "te" dan tussen "gaan" en "leggen" in? Met deze inleidende opmerkingen is het verschijnsel natuurlijk niet geanalyseerd. Het is zelfs nog maar de vraag of ik de randvoorwaarden juist gekarakteriseerd heb. Immers, gevallen als "om je daar nou weer uit zien te kletsen is een onmogelijke opgave" zijn ook redelijk, en "zien" is geen aspectueel werkwoord. Of is "zien" met een te-complement een modaal hulpwerkwoord? Heb ik daar ook al niet eens een miniatuurtje over geschreven? Peter-Arno Coppen
|