|
Col: 9803.20
Date: Tue, 24 Mar 1998 01:10:19 +0100
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@let.uva.nl>
Subject: Col: 9803.20: Column Willem Kuiper, no. 37: Een geluk bij een
ongeluk
Column Willem Kuiper, no. 37: Een geluk bij een ongeluk
Tot groot ongenoegen van mijn teerbeminde luister ik graag en vaak naar
Radio 1, de nieuws- en sportzender. Tot 18:00 wordt dit gedoogd, daarna
gaat hij om of uit.
Mijn nieuwsgaring vindt voornamelijk
via de radio plaats. Dat is zo in de loop der jaren gegroeid.
Luisterend naar de radio is het gemakkelijker twee dingen tegelijk te
doen dan lezend in de krant of kijkend naar de televisie.
Afgelopen zaterdagmiddag werd mij
tijdens de lunch het nieuws bericht dat het RPF-kamerlid Leen van Dijke
een proces aan de broek gekregen had, omdat hij twee jaar geleden in de
Nieuwe Revu gezegd zou hebben dat de praktizerende homoseksuele
medemens erger dan een dief is, en dat er voor hem/n dus geen plaats is
in het Koninkrijk Gods.
Grappig, dacht ik, 'erger dan een
dief', dat is namelijk een middeleeuwse uitdrukking: Ferguut,
vs. 1365.
Gelukkig bleef het niet bij het
bericht, de voorman werd om commentaar gevraagd en ontkende niet. Hij
had het inderdaad gezegd, maar het waren niet zijn eigen woorden: het
was Gods woord, want hij had niets anders gedaan dan de Schrift
citeren. Dat was zijn grondwettelijk recht op godsdienstvrijheid.
Dankzij de herhaling, die door Radio
1 niet geschuwd wordt, kwam ik - verloren zoon van de
moederkerk - erachter dat de uitspraak gebaseerd was op I
Corinthen 6:10-11.
Gedurende de Middeleeuwen kon de homoseksuele medemens op weinig begrip
rekenen. In het gunstigste geval werd hij geïdentificeerd met het
voor-christelijke Romeinse Rijk, dat door de christenen graag werd
afgeschilderd als een poel van ontucht.
Het fenomeen werd als volgt
verklaard: De baarmoeder bevat zeven posities waar een kind gedragen
kan worden, drie rechts, drie links en één in het midden.
Jongens zaten rechts, meisjes links en de hermafrodiet in het midden.
Welnu, wanneer een jongen - mogelijk door het toeval, maar
waarschijnlijker door een ongeoorloofde houding tijdens de
conceptie - links gedragen werd, dan kon dat tot gevolg hebben dat
de jongen 'verwijfd' werd.
Een minder onschuldige verklaring
vindt zijn voedingsbodem in de zwarte magie. Daarin wordt alles
tegendraads en omgekeerd gedaan. Bewust en expres. De satansleerling
volgt zijn meester door - contra naturam - dwars tegen de
door God geschapen orde in te gaan. En daarom pleegt hij sodomie: om
uit loyaliteit aan zijn heer, de duivel, de God die hij heeft
afgezworen te beledigen en te kwetsen.
Binnen deze visie is de omgang met
hetzelfde geslacht geen kwestie van seksuele geaardheid maar van
hoogverraad jegens de Schepper. En wie zich daaraan schuldig maakt, is
erger dan een dief.
Voor mensen als Van Dijke is 'de' bijbel de Statenvertaling, de in 1637
opgeleverde vertaling van de canonieke boeken van het Oude en Nieuwe
Testament. Taal en spelling zijn in de loop der jaren enigszins
aangepast, en de Oudhollandse 'gotische' drukletter heeft plaats moeten
maken voor de Romein, maar verder is er niet zo veel veranderd.
Met die Statenvertaling kom je niet
ver in de Middeleeuwen. Wij doen het met de Vulgaat, de
omstreeks het jaar 380 herziene Latijnse bijbelvertaling van
Hiëronymus. Vóór Hiëronymus was er ook al een
Latijnse vertaling, maar die muntte niet uit door acribie, vandaar dat
Hiëronymus die Grieks en Hebreeuws kende, zich aan een kritische
herziening zette. Helaas waren sommige teksten en boeken al zo
vertrouwd geworden dat ze een magische klank verkregen hadden en dus
niet meer veranderd konden en mochten worden. Net zoals Van Dijke over
de 'Here' spreekt en niet over de Heer.
De passage waar het allemaal om draait, luidt in de vertaling van het
Nederlandsch Bijbelgenootschap - die ook de voor ons
mediëvisten zo belangrijke apocriefe boeken bevat - en met
een licht afwijkende regelnummering:
-
Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods
niet beërven zullen? Dwaalt niet! Hoereerders,
afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders,
dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters,
zullen het Koninkrijk Gods niet beërven. (I
Corinthiërs 6:9-10.)
Uit pure niewsgierigheid heb ik de bewuste passage even opgezocht in de
Middelnederlandse bijbelvertaling van 1360.
-
Ochte en wetti niet, want de scalke en selen trike Gods niet
besitten? En wilt niet dolen, want noch oncuusscheren noch die
den afgoden dienen noch overspelderen noch de moruwe noch die
met mannen oncuusscheit doen, noch dieve noch vrecke noch
dronkene noch quaet sprekeren noch roeveren en selen trike
Gods niet besitten. (Ed. C.C. de Bruin, Ad Corinthios
I, 6:9-10.)
Hier viel ik over 'moruwe' - ons 'murw' - sinds wanneer
betekent dat 'schandjongens'? Even kijken wat mijn Biblia
Vulgata leest. Onder het kopje 'Fornicatio omnino fugienda' -
ontucht c.q. onkuisheid moet totaal gemeden worden - lees
ik:
-
An nescitis quia iniqui regnum Dei non possidebunt? (Weten
jullie dan niet dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk van God
niet zullen bezitten?) Nolite errare: neque fornicarii, neque
idolis servientes, neque adulteri, neque molles, neque
masculorum concubitores, neque fures, neque avari, neque
ebriosi, neque maledici, neque rapaces regnum Dei possidebunt.
(Dwaal niet, want ontuchtigen, noch afgoden(beelden)dienaren,
noch echtbrekers, noch 'zachten', noch bijslapers van mannen,
noch dieven, noch hebzuchtigen, noch dronkaards, noch
kwaadsprekers, noch rovers zullen het Koninkrijk Gods
bezitten.)
Volgens Muller-Renkema (klassiek Latijns woordenboek) kan 'mollis' -
ons 'mollig' - indien van toepassing op homines de
ongunstige betekenis 'wekelijk' of 'verwijfd' hebben. Het
Mittellateinisches Glossar van Habel-Gröbel geeft:
Wollüstling.
Het is inmiddels duidelijk dat de
apostel Paulus - want díens woord is het - hier twee
categorieën homoseksuelen onderscheidt: diegenen die de rol van de
vrouw spelen (de molles - moruwe) en de bijslapers van mannen (de
concubitores masculorum - die met mannen oncuusscheit doen).
En wat geeft Verdam (1845-1919) in zijn fameuze Middelnederlandsch
Woordenboek? Kent hij deze plaats, vermeldt hij hem en hoe
interpreteert hij? In deel 4, de kolommen 1970-1971 onderscheidt hij
'morwe' in combinatie met A zaken en B personen, daarbij vindplaatsen
gevend - deze niet - onder de betekenissen: week, teder,
zwak, krachteloos, niet bestand tegen ontbering en inspanning, zacht
gestemd, weekhartig, gevoelig, murw, overgevoelig en sentimenteel.
Niets dat naar onder de gordel verwijst.
Had Leen van Dijke zijn geruchtmakende uitspraak niet gedaan, ik zou
deze aanvulling op het Middelnederlandsch Woordenboek niet
hebben kunnen geven. Hij is dus toch nog ergens goed voor geweest.
Willem.Kuiper@Hum.UvA.NL
|