9804.16 Terug
Vooruit 9804.18
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 9804.17

Date: Mon, 20 Apr 1998 23:04:43 +0200
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 9804.17: Column Coppen: Linguïstisch Miniatuurtje XLV: Wordt dit weer smullen geblazen?

Linguïstisch Miniatuurtje XLV: Wordt dit weer smullen geblazen?

De Nederlandse taal zit vol met constructies die tot nog toe de grammaticaboekjes niet gehaald hebben. Hoewel allerlei exotische uithoeken van onze syntaxis met de grootste nauwkeurigheid zijn geboekstaafd, kom je als eenvoudig taalgebruiker keer op keer verschijnselen tegen die nog niet afdoende geanalyseerd lijken.

Onlangs vroeg een collega mij, hoe de uitdrukking "dat is weer lachen geblazen" nou eigenlijk syntactisch geanalyseerd zou moeten worden. Het woord "geblazen" kan hier nagenoeg straffeloos worden weggelaten, dus wat doet het daar?

Ik moet bekennen dat ik me in eerste instantie heb laten verleiden tot gespeculeer over waar dat "geblazen" nou eigenlijk vandaan kwam. Had het soms iets te maken met de fysieke inspanning die gesuggereerd wordt? Vergelijk "dat is smullen geblazen" versus "dat is eten geblazen". Het laatste geval, met neutraal werkwoord, is beduidend slechter. Werkwoorden die geen inspanning inhouden, lijken niet mogelijk met "geblazen": "dat is weer uitrusten geblazen", "dat is weer de hele dag niksdoen geblazen". Al deze gevallen lijken uiterst gemarkeerd. Toch blijft de indruk dat hiermee niet precies de betekenisnuance is getroffen.

Zoals vaak met die etymologische speculaties, op een gegeven moment valt er je een in waarvan je denkt, dit is 'm gewoon. Op hetzelfde moment wordt de hele kwestie oninteressant. Leuk voor op feestjes en partijen, maar als taalkundige lig je er niet meer wakker van. De uitdrukking is natuurlijk afkomstig uit de militaire wereld, waar allerlei activiteiten door signalen werden "geblazen". Zo werd "reveille" of "appel" geblazen, en kennen we nog steeds de uitdrukking "de aftocht blazen". Wanneer "oppassen geblazen" is, dan is het sein gegeven om op te passen, met andere woorden, moet er opgepast worden.

Ter ondersteuning van deze gedachte kunnen we nog wijzen op drie betekenisaspecten van de uitdrukking: ten eerste heeft zij een onduidelijk modaal aspect, dat kan variëren van verplichtheid tot waarschijnlijkheid. "Oppassen geblazen" is verplicht, maar "smullen geblazen" wijst alleen op grote waarschijnlijkheid. Dat modale aspect kan heel goed afgeleid zijn van het sein tot verplichte activiteiten. Ten tweede heeft de uitdrukking een inchoatief aspect: er staat iets te gebeuren. Ook dat is verklaarbaar vanuit een oorsprong waarbij de activiteit aangekondigd wordt. Ten derde, de beperking die ik zojuist noemde tot werkwoorden die een "fysieke inspanning" inhouden, strookt ook al geheel met de militaire traditie dat juist die bezigheden die de dienstplichtigen tot fysieke activiteit opwekken, "geblazen" dienen te worden.

Voor de leek zal hiermee de zaak afdoende opgelost zijn. Etymologie ontdekt, zaak gesloten. Voor de taalkundige begint het nu pas.

Eerste interessante vraag: is het subject in "het is weer lachen geblazen" referentieel of loos? Het feit dat je "dat" kunt invullen pleit voor referentialiteit. Ook de zin "zijn colleges waren altijd lachen geblazen" lijkt acceptabel (alhoewel niet voor alle taalgebruikers). En misschien kan "Zulke jongens zijn altijd uitkijken geblazen" ook nog wel. Referentieel subject dan maar?

Maar zo eenvoudig ligt het nu ook weer niet. Kunnen we die eerste marginale zin niet parafraseren met "het was tijdens zijn colleges altijd lachen geblazen"? En die tweede met: "Met zulke jongens is het altijd uitkijken geblazen"? Deze parafrases suggereren sterk dat het subject van de constructie toch onpersoonlijk is, en dat een soort ergativisatie van een temporele bepaling of een adverbiale met-bepaling (wat is dat toch met die met-bepalingen?) de marginale gevallen kan opleveren.

Goed, toch maar een loos onderwerp dus. Dat klopt ook beter met het modale betekenisaspect van verplichtheid dat door een of andere "hogere instantie" is veroorzaakt (vergelijk "het regent", "het spookt", en miniatuurtje VI). Bovendien strookt het met de gewone koppelwerkwoordconstructie waarin het eigenlijke subject gesitueerd is bij het predikaat, terwijl de subjectpositie in eerste instantie loos is. Zo kan "omdat hij ziek is" afgeleid worden uit een structuur
[omdat [het [hij ziek] is]], waarbij "hij" de positie van "het" moet innemen. In ons geval krijgen we dan "[omdat [het [oppassen geblazen] is]], waarbij "oppassen" geen raising naar de subjectpositie mag ondergaan. Waarom eigenlijk niet?

Een vergelijkbaar geval zou zijn [omdat [het [oppassen geboden] is]], en daar mag "oppassen" nou net weer wel de plaats van "het" innemen. Sterker nog, dat moet zelfs. Curieus! Temeer omdat de syntactische relatie tussen "oppassen" en "geblazen" dezelfde lijkt als die tussen "oppassen" en "geboden". In beide gevallen is "oppassen" het thematische object van een gepassiviseerd werkwoord.

Tot overmaat van ramp rijst de vraag, wat er nu aan de hand is als "geblazen" of "geboden" weggelaten wordt. Maar bij nader inzien lijkt die vraag niet zo moeilijk. In de constructie "omdat het (altijd) oppassen is" krijgt "oppassen" natuurlijk een naamval van het koppelwerkwoord, en zou het bijgevolg op de subjectpositie voor de tweede keer een naamval toegekend krijgen. En dat mag natuurlijk niet.

Het is verleidelijk om de constructie "omdat het altijd oppassen is" eenvoudig te analyseren als [omdat [het oppassen is]], in plaats van als [omdat [het [oppassen VDW] is]], met weggelaten voltooid deelwoord. Toch heeft de laatste mogelijkheid in het licht van de hier besproken constructies een conceptuele aantrekkelijkheid.

Stel, we nemen aan dat de analyse is: [omdat [het [oppassen VDW] is]]. Het naamwoordelijk gezegde is dan een constructie met een voltooid deelwoord dat een infinitiefconstructie als argument heeft. Voor dat voltooid deelwoord kunnen we invullen "geblazen", "geboden", "verplicht", "gewenst" enzovoorts, maar ook een syntactische dummy. In normale gevallen krijgt het object van het voltooid deelwoord geen naamval (het is immers een passief), en dient het naar de subjectpositie te verhuizen. "Oppassen is geboden, verplicht, gewenst, enzovoorts". In twee gevallen echter, "geblazen" en het lege voltooid deelwoord, krijgt het object wel naamval. In dat geval blijft het object staan en verschijnt "het".

Die naamval op het object kan natuurlijk niet afkomstig zijn van dat voltooid deelwoord. Ten eerste was dat passief, en ten tweede was het in een geval zelfs leeg. Het lijkt wel heel onwaarschijnlijk dat een leeg werkwoord naamvallen staat uit te delen. Dus moet die naamval van het koppelwerkwoord komen. Een soort "exceptional case marking" dus. Waarom? Misschien omdat de naamval die het koppelwerkwoord normaliter uitdeelt (vergelijk "als ik hem was"), toegekend wordt aan de werkwoordelijke constructie met voltooid deelwoord. Blijkbaar kunnen "geblazen" en het lege voltooid deelwoord daar niet tegen en komt de naamval bijgevolg toch op het object terecht. Dat het lege werkwoord geen naamval verdraagt komt niet als een verrassing. Dat "geblazen" dezelfde eigenschap heeft, dat is nou de singulariteit.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]