|
Col: 9805.12
Date: Tue, 04 May 1998 13:51:36 +0200
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@hum.uva.nl>
Subject: Col: 9805.12: Column Willem Kuiper, no. 38: Helena
van Constantinopolen
Column Willem Kuiper, no. 38: Helena van Constantinopolen
Het nieuwe Over Amstelse Meertens Instituut - eerst excentriek en
nu excentrisch - heeft dankzij de aankleding en verlichting van de
architect op de begane grond iets weg van een rood paleis, terwijl
één-hoog weer doet denken aan een eigentijdse
penitentiaire inrichting voor kortgestraften. Maar het gebouw heeft ook
zijn voordelen: kamer 38 bijvoorbeeld - waarin het Repertorium van
Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten gehuisvest is -
beslaat zo'n 25 vierkante meter. Een zee van ruimte vergeleken met het
o zo knusse, maar wel heel kleine kamertje aan de Keizersgracht.
Met zo veel werkplek tot mijn beschikking
achtte ik de tijd rijp voor een specialisatie-werkgroep steden- en
landennamen in de Legenda Aurea. De meeste persoonsnamen in deze
Gouden Gids van kerkelijke feesten, apostelen, heiligen,
martelaren en maagden laten zich gemakkelijk opzoeken in het A-Z
repertorium Van Afra tot de Zevenslapers, maar waar ligt wat in
deze wereld van vóór de val van het Romeinse Rijk?
Mede met het oog op de één
dezer jaren te bezorgen editie van de Zuidmiddelnederlandse vertaling
van de Legenda Aurea wilde ik nagaan wat de Brusselse vertaler
van omstreeks 1360 met de toponiemen gedaan heeft die hij in zijn
Latijnse voorbeeldtekst aantrof. Die waren namelijk niet, zoals nu
gebruikelijk is, met een hoofdletter geschreven en daarom als zodanig
niet altijd even goed herkenbaar. De manier waarop de vertaler zich
door de steden- en landennamen heen werkte - welke hij correct
vertaalde, welke hij wegliet en welke hij verkeerd begreep - geeft
ons zicht op zijn literaire horizon en zijn referentiekader.
We zijn nu een paar weken bezig en de pap heeft de eerste krenten
prijsgegeven.
Om te beginnen twee onnozele corrupties.
Tussen ronde haken uitleg en tussen rechte haken de lezing van de
Latijnse editie-Graesse.
-
Peter de nuwe martelare was vander
predecaren ordennen (orde der
dominicanen) een vroom kimpioen ende hi was gheboren
vander steden nerou [Verona].
Benedictus was uter provincien van mirsia [Nursia]
gheboren.
In het middeleeuwse schrift bestaat er een minimaal onderscheid tussen
de 'n' en de 'u', combinaties van beide, en voor 'm' en 'i' geldt
hetzelfde. Om dit verschil te discrimineren zetten sommige kopiisten
een schrap - onze punt - op de 'i', maar anderen op de eerste
schacht van de volgende letter, wat heel verwarrend kon werken. De
praktijk leert dat een kopiist die geconfronteerd wordt met een woord
dat hij niet kent, vaak fout kiest.
Minder eenvoudig zijn:
-
¶ Een ander iuliaen was van edelen gheslechte ute
almaendien [Alvernia] maer hi was edelre van begheerten.
¶ Brueder ian van boloenien [Johannes Polonus] doe hi te
bolonien [Bononiam] den vierden dach rede (koorts) hadde
ende hi op sente peters dach den clercken
predeken soude
Het lijkt me niet onmogelijk dat de Middelnederlandse vertaler
'Bolonus' in zijn legger las en dacht dat daarmee de havenstad
Boulogne-sur-Mer in Noord-Frankrijk bedoeld werd, terwijl het om
Johannes de Pool gaat en het Italiaanse Bologna.
De verlezing van Alvernia (Auvergne) door
Almania is minder makkelijk te verklaren: alu'nia > almania? Bekende
namen worden echter niet of nauwelijks verlezen, en Alvernia moet toch
een tamelijk bekende naam geweest zijn.
Minder problematisch is:
-
¶ Men seit vanden vleessche der besnidinghen ons
heren dat dinghel gods brachte den coninc karlen [Carolus].
ende dat hijt leide taken [Aquisgrani] in onser vrouwen
kerke. maer men leest dat hijt namaels voerde te carosien
[Carosium] maer nu seit men dat het tandwerpen [Romae] es in
onser vrouwen kerke.
Dit fameuze relikwie wordt blijkbaar door meer dan één
kerk geclaimd. Jacobus lokaliseert het in Rome, onze vertaler te
Antwerpen. Hij haakt hierbij aan bij een al bestaande traditie, immers
Jacob van Maerlant spreekt in zijn Scolastica in Dietsche ook
over Antwerpen als bewaarplaats van het 'caro dominis'. Merk het
woordspel! Het caro - vlees in het Latijn - wordt
eerst aan Carolus - Karel de Grote - gegeven en
vervolgens aan Carosien - naar ik vermoed de door Karel
gestichte abdij te Charroux in Frankrijk.
En wat te denken van:
-
Pancratius was van alte edelen gheslechte gheboren ende
doe in vrieslant [Phrygiam] sijn vader ende sijn moeder
doot waren so wert hi ghelaten onder d[D]yonijs sijns oems
hoede.
¶ Doe dit h[H]elena c[C]onstantijns moeder die in
britaendien [Bethania] was hoorde so prees si in
letteren haren sone.
Is Phrygië - het noordwesten van Turkije, waar ooit Troje
lag - werkelijk verlezen als Frisia of was de heilige Pancras
inmiddels zo nauw verbonden met (West-)Friesland dat de vertaler
corrigerend optrad?
Tenslotte Helena van Constantinopel, de
vindster van het heilig Kruis. Al vrij vroeg ontstond er religieus
toerisme naar het Heilig Land. De weduwe Paula bijvoorbeeld, sponsor
van bijbelvertaler Hiëronymus, woonde jarenlang in de geboortegrot
te Bethlehem. Helena, de moeder van keizer Constantijn, bezocht
Bethania, waarvan er overigens twee zijn: Bethania bij Jeruzalem
(Marcus 11:1), waar Simon de Melaatse woonde bij wie thuis Maria
Magdalena Jezus' voeten zalfde (Matthaeus 26:6, Marcus
14:3) en Bethania aan de overzijde van de Jordaan, waar Lazarus uit de
dood werd opgewekt (Johannes 11:1). Bethania is eigenlijk
té bekend om verlezen te kunnen worden.
Terwijl ik hierover mijn gedachten laat gaan krijg ik van collega Rob
Resoort een diskette met daarop een prozaroman geheten ... Helena
van Constantinopolen, naar de oudst bewaard gebleven druk van:
Broer Jansz, woonende op de Nieu-zijds Achter-burghwal, inde Silvere
Kan, by de Brouwerije vande Hoybergh. 1640. Volgens Debaene, die van
deze tekst geen samenvatting geeft, gaat het om een tekst die, naar hij
vermoedt, van ná 1540 is. Dat zal de reden geweest zijn dat ik
hem niet kende.
Tot mijn niet geringe verbazing gaat deze
roman helemaal niet over dé Helena van Constantinopel, de
vindster van het Kruis waaraan Jezus van Nazareth stierf, maar vertelt
hij hoe koning Anthonis van Constantinopolen na de dood van zijn
echtgenote zijn dochter Helena als vrouw begeert. Door zijn zwager,
paus Clements, te helpen in de strijd tegen de Turcken in ruil voor een
'bede' (wens), perst hij diens toestemming af. Helena echter blijft
weigeren en vraagt haar kamenierster Clarisse om haar te doden. Die
adviseert Helena er met een schip vandoor te gaan, wat lukt. Zo belandt
zij in Vlaenderen, maar moet daar vluchten voor de avances van de heer
van Sluys. Weer op zee valt haar schip ten prooi aan zeerovers die
iedereen verzuipen behalve haar. Als de roverhoofdman zijn buit wil
consumeren, bidt Helena tot God, die een noodweer ontketent dat alleen
zij overleeft. Zo spoelt zij aan in de boomgaard van Henrick, koning
van Engeland, die haar zeer tegen de zin van zijn moeder huwt. Als
Henrick van huis is om op zijn beurt de paus te helpen, bevalt Helena
van een tweeling jongetjes. De boze schoonmoeder weet dankzij valse
zegels en brieven de indruk te wekken dat Helena van twee honden
bevallen is en daarom verbrand moet worden. Zo groot is de druk die zij
uitoefent op de regent, de hertog van Clocestre, dat diens nicht Maria
uit medelijden Helena's plaats op de brandstapel inneemt, nadat haar
eerst als bewijs - evenals bij Helena - een hand is afgehakt.
Helena wordt samen met haar zoontjes en wat proviand in een bootje
gezet en van de kant geduwd.
Als zij in Bretagne voet aan land zet, is
zij zo uitgeput dat een wolf en een leeuw haar kinderen kunnen stelen.
Gelukkig kan de heremiet Felix tussenbeide komen. Het kind dat de hand
van zijn moeder in een koffertje om zijn nek draagt, noemt hij Arm, en
het kind dat hij de leeuw ontfutselt Lyon. Zestien jaar lang zorgt hij
voor hen. Als de jongens horen dat zij vondelingen zijn, gaan ze op
zoek naar hun ouders. Via Bayviers komen ze aan het hof van de bisschop
van Tours, die hen doopt als Martijn en Brixius en in dienst neemt als
bottelgier en clerc.
Ondertussen is koning Henrick achter het
verraad gekomen en heeft koning Anthonis van Constantinopolen zich bij
de zoekenden naar Helena geschaard. Zij echter is er vast van overtuigd
dat de heren het op haar leven gemunt hebben en vlucht. Na jarenlange
omzwervingen wordt zij door een knecht van koning Henrick herkend en
meegenomen naar het hof van Tours en daar met haar man, zonen en vader
verenigd. Martijn zet haar hand er weer aan en wordt bisschop van
Tours. Brixius huwt met de erfdochter van Schotland en wordt koning van
Constantinopolen.
Ik heb het verhaal een beetje ingekort, net als Broer Jansz. of diens
voorganger, want gelet op de afgebroken verteldraden is er flink
gerooid ten opzichte van het origineel, de veertiende-eeuwse roman
Hélène de Constantinople.
Doet er ook even niet toe. Veel
belangrijker is dat de variant Bethania - Britaendien niet
teruggaat op een corrupte legger, noch op een verlezing en evenmin op
een vertaalfout, maar op literaire contaminatie. Als ik mij niet
vergis, heeft de vertaler gedacht dat de dolende Helena van
Constantinopolen dezelfde was - een verhaal over haar
jeugd? - als de latere Kruisvindster. Hij moet deze roman
gekend hebben, anders had hij dit, van de brontekst afwijkende
toponiem, nooit op deze plaats in zijn vertaling opgenomen.
En nu maar hopen dat ook de nieuwe
directeur m/v van het Meertens Instituut inziet dat het systematisch
inventariseren, indexeren en annoteren van eigennamen in
Middelnederlandse literaire teksten een wezenlijke en onmisbare
bijdrage levert aan de kennis van de Nederlandse taal en cultuur.
Willem.Kuiper@Hum.UvA.NL
Literatuuropgave:
- Luc. Debaene, De Nederlandse volksboeken. Ontstaan en
geschiedenis van de Nederlandse prozaromans, gedrukt tussen 1475 en
1540. Antwerpen 1951.
- Louis Goosen, Van Afra tot de Zevenslapers. Heiligen in religie
en kunsten. Nijmegen [SUN] 1992.
- Th. Graesse, Jacobi a Voragine Legenda Aurea vulgo Historia
Lombardica dicta. Osnabrück 1969 (reprint 1890).
|