9806.19Terug
Vooruit9806.a

Rub: 9806.20

Date: Sun, 24 May 1998 11:18:57 -0400
From: Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>
Subject: Rub: 9806.20: Boekenrubriek, no. 11: De boeken van Oranje Nassau

Boekenrubriek, no. 11: De boeken van Oranje Nassau

Als onderdeel van de viering van het 150-jarig bestaan van het MuseumMeermanno/Museum van het Boek en van het 200-jarig bestaan van deKoninklijke Bibliotheek is er momenteel (nog tot 9 aug.) eententoonstelling te zien in het Meermanno met de titel "Boeken vanOranje-Nassau. De bibliotheek van de Graven van Nassau en Prinsen vanOranje in de 15de en 16de eeuw" waar een onvoorstelbaar aantalprachtige handschriften en vroege drukken bijeen zijn gebracht. Nietalleen het Oranje-Nassau bezit van de KB is uit de kast gehaald, maarook zijn er diverse werken uit buitenlandse bibliotheken te zien dieooit tot het bezit van de Oranje-Nassaus hebben behoord. Desamenstelster van de tentoonstelling, mevrouw dr. A.S. Korteweg,conservator middeleeuwse handschriften van de KB, heeft naar aanleidingvan de opening een aantal lezingen gegeven als inleiding op detentoonstelling. Deze voordracht werkte zeer verhelderend in de wirwarvan familierelaties tussen de Nassaus die zeker niet in rechte lijn vanvader op zoon de boeken hebben doorgegeven voor het nageslacht.

Het begon allemaal met Jan IV (1440-1475), graaf van Nassau die in zijnkasteel te Breda samen met zijn echtgenote, Maria van Loon, een aantalNederlandse en Duitse boeken bij elkaar bracht. Vooral Maria was zeergeïnteresseerd in devote en ascetische literatuur. Hun boekenbezitis nog te herkennen aan de eigendomsinscripties die zij erin lietenaanbrengen en er is een boekenlijstje gevonden in Maria's handschriftvoorin een van de boeken. Wat opvalt is dat er geen wetenschappelijkeboeken van hen bewaard zijn gebleven. Hadden ze die eenvoudigweg niet,of is slechts een gedeelte van hun bibliotheek bewaard gebleven? Wat zein ieder geval wel hadden was het, voor de Middelnederlandseletterkunde zeer belangrijke, Haagse Liederenhandschrift, dat liedjes,gedichtjes en spreuken bevat.

Hun zoon, Engelbert II (1451-1504) is de volgende bezitter van debibliotheek. Deze Engelbert ontving een Franse opvoeding aan hetBourgondische hof in Brussel. Dit vertaalt zich meteen in het bezit vanFranstalige boeken, die zijn ouders niet hadden, zoals de Roman de laRose. Engelbert wordt opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies enneemt bij die gelegenheid het devies 'Ce cera moi, Nassau' aan. Hijlaat in zijn boeken zijn wapen omgeven door de keten van de Ordewaaraan ze dus duidelijk als zijn bezit te herkennen zijn. Een mooivoorbeeld staat afgebeeld in de catalogus van de tentoonstelling opbladzijde 21 waar een illustratie te zien is uit de Croniques vanEnguerrand de Monstrelet van de Franse Koning Karel VI en zijnhovelingen. Middenonder in de randversiering is het wapen geschilderdvan Engelbert met de keten van het Gulden Vlies eromheen. Dit exemplaaris uiteindelijk in de Vossius-collectie van de UB te Leiden terechtgekomen. Een ander bijzonder boekje uit zijn bezit (nu in de Bodleian,Oxford) is een getijdenboekje waarvan de randversiering uit pauwenverenbestaat.

Engelberts huwelijk bleef kinderloos, zodat zijn bezit naar de zoon vanzijn broer ging. Van deze Hendrik III (1483-1538) is niet bekend dathij verluchte handschriften liet vervaardigen, maar dat was in zijntijd niet zozeer een teken van cultuurbarbarisme, als wel van deopkomst van het gedrukte boek. Er werd in die tijd zeker nog welgehandeld in oudere handschriften, zoals ook blijkt uit de aankoop dieHendrik deed van (een gedeelte van) de collectie (veelal "tweedehands")handschriften van Philips van Kleef - die overigens een aartsvijand vanoom Engelbert was. Deze Philips liet (gelukkig voor latere historici)in veel van zijn boeken zijn wapen aanbrengen en bovendien plaatste hijzijn handtekening aan het eind van de tekst, zodat er momenteel zo'nzestig handschriften uit zijn bezit zijn geïdentificeerd, waarvaner 49 met zekerheid terug te vinden zijn in de boedelbeschrijving vanPhilips' paleis te Gent. Hendrik III kocht niet alleen boeken, hij gafze ook weer weg; bijvoorbeeld veertien boeken aan de keurvorst vanSaksen. Om er zeker van te zijn dat de schenking niet ongemerkt zoublijven had Hendrik voorin de boeken een apart vel laten aanbrengen metdaarop zijn wapen. Hendrik zocht voor de keurvorst die werken uit diehij zeer waarschijnlijk dubbel had; het betrof boeken die in bijnaiedere standaard bibliotheek te vinden waren, zoals Xenophon en QuintusCurtius. Het was dan ook zeker niet zo dat Hendrik en de keurvorstspeciale vrienden van elkaar waren. Hendrik deed de schenking opaandringen van zijn broer Willem die bij de keurvorst in een goedblaadje wilde komen. De derde vrouw van Hendrik, Mencia de Mendoza, waseen intellectuele, rijke Spaanse uit een aanzienlijke familie die na dedood van haar man een getijdenboek liet vervaardigen met onder anderede tekst van het dodenvigilie. De illustratie op de bladzijde waar dezetekst begint laat het wapen van haar overleden echtgenoot zien tegeneen zwarte achtergrond. Het boekje is nu in bezit bij een nazaat van deberuchte Hertog van Alva.

De enige zoon van Hendrik III (uit zijn tweede huwelijk), Rene vanChalon (1519-1544), stierf jong en verrijkte de Nassau-bibliotheek metslechts twee handschriftjes. Veel belangrijker voor de geschiedenis wasechter dat hij het prinsdom van Oranje erfde van de broer van zijnmoeder. De laatste Nassau in dit verhaal is Rene's neef, Willem (I) vanOranje. Over hem is bekend dat hij veel las, maar er zijn slechtsweinig boeken overgeleverd. Dit had alles te maken met de politieke enpersoonlijke situatie van Willem. We weten dat hij in ongeveer 1579 debibliotheek van het klooster van IJsselstein in handen kreeg, maar weweten ook dat hij in 1569 door confiscatie 18 handschriften aan PhilipsII van Spanje kwijtraakte die later in het Escoriaal zijn verbrand.Willem I leed een zwervend bestaan en moest regelmatig vluchten voorzijn vijanden. Er bestaat een lijst van voorwerpen die Willem lietinpakken toen hij in 1567 van Breda naar Dillenburg vluchtte met daarinvermeld 84 boeken. Hiervan waren er 48 met het wapen van de prins op deband. Zo nu en dan duiken deze boeken nog wel eens op, zoals eenexemplaar van de Decamerone dat nog niet zo lang geleden door de KB konworden aangeschaft. In 1585 verkochten de Staten van Holland debezittingen van Willem I om zijn schulden te kunnen betalen. Onder deboeken die toen onder de hamer kwamen was ook het presentexemplaar vanLucas Jansz. Wagenaer's Spieghel der Zeevaert (nu in de UB Utrecht) ende Plantijn Polyglot Bijbel (nu in de Stadsbibliotheek Haarlem).

Het meest fascinerende aan het onderwerp van de tentoonstelling is hetdetectivewerk dat ondernomen moest worden om de boeken van deOranje-Nassaus te traceren. In deze korte beschrijving heb ik niet alleaanwijzingen en voorbeelden kunnen noemen die mevrouw Korteweg in haarlezing en in de catalogus uit de doeken doet, maar hopelijk heeft u eenidee gekregen. In ieder geval wacht ik met spanning op dewetenschappelijke publicatie die mevrouw Korteweg binnenkort hoopt afte ronden en waarin zij het verhaal van het 15e- en 16e-eeuwseboekenbezit ook doortrekt naar later eeuwen. Wat, bijvoorbeeld, is derol van Antonie Smets, de bibliothecaris van Willem III, in het geheel?Het boek zal, met een knipoog naar Engelbert II, de titel krijgen van'Ce sera moi, Nassau. The Library of the Counts of Nassau and thePrinces of Orange'. We zijn benieuwd!


[Dit nummer][Boekenrubriek]