| 9808.08 |
|
|
|
9808.a |
|
Rub: 9808.09
Date: Tue, 23 Jun 1998 15:57:01 +0200
Rubriek Uit de STCN, no. 11: Digitale facsimile'sIk ben nu bijna een maand bezig met mijn digitale eersteling: de Emblemata Amatoria van Hooft. Twee edities samengebracht op een CD-rom en leesbaar op vrijwel iedere computer. Ik ga zo dadelijk precies uitleggen hoe ik dat doe. 'Pour encourager les autres' zoals Franse officieren zeiden in de Eerste Wereldoorlog, als zij hun soldaten wegens veronderstelde lafheid decimeerden.Ik werk al een behoorlijke tijd aan een systeem waarmee met behulp van typografisch materiaal zeventiende-eeuwse drukkers kunnen worden geïdentificeerd. Ik heb daarvoor een database van plaatjes van initialen en siermateriaal aangelegd. Al die plaatjes scan ik van fotokopieën (en foto's) en dat kost tijd. Het zoemen van een scanner krijgt de 3000-ste keer iets van mantra, gezongen door een Tibetaanse monnik. Zodra ik het apparaat aanzet en het zoemen begint, zie ik voor mijn geestesoog in oranje geklede heren rondstappen met fraaie puntmutsen en meterslange toeters waarvan de diepe bromtoon kilometers ver reikt. Scannen gaat redelijk vlug, maar als je het veel doet, wordt het toch weer eentonig. Ik was dus dolgelukkig toen ik - in ruil voor activiteiten van algemeen belang waar ik u nu niet mee zal vervelen - een digitale camera ontving. Een Olympus C1400L, met een zeer goed objectief, een hoge resolutie (1.400.000 pixels) en nog wat toebehoren. Een echte macro-lens moet ik er nog bijkopen om letters te kunnen fotograferen van enkele millimeters hoogte en ik wacht ook nog op geheugenkaartjes van 64 MB waar ik ruim 200 foto's op kan zetten in plaats van de 25 waar ik mij nu mee behelp. Ik heb er nog niet veel initialen mee gefotografeerd. Dat komt omdat ik door de lens turend een ander idee kreeg: het vervaardigen van digitale facsimile's van zeldzamere letterkundige werken. Laatst stond een klacht in Neder-L over neerlandici die te lui zijn om zonder subsidie tekstedities te maken. Ik denk dat die neerlandici daar groot gelijk in hebben: een teksteditie die die naam verdient is iets anders dan een overgetypte tekst, waarin de oude fouten zijn blijven staan en nieuwe zijn toegevoegd. Als dat de norm wordt, bevindt de neerlandistiek zich over een jaar of 10 op het niveau van de filologie in het jaar 560 na Chr. en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Dat neemt niet weg dat in de kwaliteitsboekhandel de plank neerlandistiek een plank is en geen kast. En wat er op die plank staat, tja. Recent is natuurlijk de prachtige Delta-reeks. Prachtig: Hildebrand. Hildabrandt und Hadubrandt. Hebban olla vogalas Hildabrandt gelesan hinase hic ende tu. Aan de woorden van Hugo Brandt Corstius in de NRC van 19-6 hoef ik niets toe te voegen. De reeks belooft zo oubollig te worden dat je haast zou denken dat Aad Nuis hem zelf aan Frits van Oostrom heeft gedicteerd aan de hand van zijn oude Mulo-literatuurlijst, of dat er - wat erger is - De Raad voor de Neerlandistiek aan te pas is gekomen. De uitgevers hebben weliswaar al magazijnruimte bij De Slegte gehuurd, maar verramsjt wordt er de eerste tien jaar niet omdat de overheid de huur betaalt (en vermoedelijk nog wel wat extra voor de ontwerp- en productiekosten). Zo is iedereen gelukkig: de auteurs kunnen tevreden zijn onder hun steen, de editeurs strelen de pagina's van prachtig verzorgde boeken en de uitgevers knorren van geluk bij het zien van hun bankafschriften. Maar na deze uitweiding wil ik graag terugkeren naar mijn onderwerp: de editie. Een antwoord op het editieprobleem luidt: facsimile's. Reproduceer de teksten zo goed mogelijk, waarbij zoveel mogelijk (d.w.z. alle opgespoorde) varianten worden gegeven en reproduceer alle drukken, voorzie een en ander van goede indexen en doe er als commentaar een WNT bij. Op papier is daar natuurlijk geen beginnen aan. De kosten van een dergelijke uitgave van de Emblemata amatoria zouden ongeveer f.30.000,- bedragen en dat is zonder de huur die de uitgever rekent voor het gebruik van zijn impressum. Het opzetten van een dergelijke reeks boeken heeft weinig zin in een land dat meer vliegtuigspotters dan geïnteresseerden in oude letterkunde kent. Het maken van CD-roms met facsimile's en van documenten die op Internet kunnen worden getoond is dan natuurlijk uiterst zinvol. De kosten van apparatuur en programmatuur zijn relatief laag en het maken van een CD-rom is evenmin kostbaar. Ik zal hieronder uiteenzetten hoe ik het precies doe.
Apparatuur.
Programmatuur.
Hoe gaat een en ander nu in zijn werk? Eerst wordt het boek in zijn geheel gefotografeerd. Dat klinkt net zo eenvoudig als het is. Door de automatische scherpstelling en witcorrectie is het mogelijk om foto's te maken bij het licht van een eenvoudige schemerlamp. Om u een idee te geven van de kwaliteit van de foto's geef ik er hier twee:
Een regelmatig uitgelichte pagina geeft natuurlijk het mooiste resultaat. De camera staat op een statief in een hoek van 90 graden, tegenover het boek dat op een eenvoudige standaard staat. Het handigst is nu als een bevallige assistent(e) de bladzijden omslaat. Het zal duidelijk zijn dat de belasting van het origineel vrijwel nihil is. Zodra het SmartMedia kaartje vol is, worden de foto's overgezet op de harddisk van de computer. Dit gaat in zeer hoog tempo: 150 foto's per uur lukt uitstekend. Die moeten vervolgens natuurlijk op maat worden bijgesneden, en bijgewerkt. Dat gaat redelijk snel, een paar minuten per foto. Die worden vervolgens in de juiste volgorde in het document geplakt dat wij uiteindelijk willen uitbrengen. Het is vanzelfsprekend mogelijk om er commentaar bij te geven. Het voltooide document kan nu worden weggeschreven als een PDF (Portable Document Format) document en verder worden bewerkt in Acrobat. Die verdere bewerkingen zijn wat tijdrovender: in Acrobat worden naar behoefte links aangebracht tussen verschillende delen van het document. Afbeeldingen worden in relatie gebracht met de bijbehorende tekst, indexen en inhoudsopgaven met de rest van het document. Verschillende edities kunnen zo snel met elkaar worden vergeleken. De beeldkwaliteit van de documenten is goed tot zeer goed, de printkwaliteit redelijk. Ik denk zelf dat het mogelijk moet zijn om ongeveer 150 tot 200 pagina's per dag te produceren, van het allereerste begin - we pakken het boek uit de kast - tot het einde - we vervaardigen de CD-rom. In de zeer nabije toekomst zal het aantal pagina's nog veel hoger worden omdat het vooral de beperkingen van de randapparatuur zijn en van de computer, die de grens bepalen. En zo wordt het inderdaad mogelijk om met een verhoudingsgewijs geringe inspanning en tegen lage kosten een groot corpus oude letterkunde ter beschikking te stellen aan belangstellenden. Het Acrobat Portable Document Format is een, welisware commerciële, platform-onafhankelijke standaard met enorme mogelijkheden. De Reader waarmee documenten worden bekeken wordt door Adobe gratis verspreid en zit standaard op vrijwel alle nieuwe computers. CD-roms, het Internet, integratie met HTML, alles is mogelijk. De algemene acceptatie en het grote gebruiksgemak geven een redelijke garantie voor de toekomstige toegankelijkheid en is een stuk universeler dan HTML of SGML, waarvan de groei van het aantal dialecten groter is dan die van de talen in Babel. Ik zou bibliotheken en instituten dus willen oproepen om de bovenstaande (of vergelijkbare) apparatuur aan te schaffen. In een wat breder verband dan onze letterkunde vormen zij een uitstekende aanvulling op / vervanging van microfiches, kopieerapparaten, fotografie etc. Om nog maar niet eens te spreken van de mogelijkheid om foto's per Internet op te sturen aan gelukkige en tevreden gebruikers over de hele wereld. Mijn eigen bijdrage zal voorlopig bestaan uit:
Paul Dijstelberge
|