9809.26 Terug
Vooruit 9809.b
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 9809.27

Date: Tue, 8 Sep 1998 15:18:08
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 9809.27: Column Coppen: Linguïstisch Miniatuurtje L: Gaan voor de honderd

Linguïstisch Miniatuurtje L: Gaan voor de honderd

Ach, wat was het toch zonde afgelopen zomer in Frankrijk! We gingen voor goud, maar het kwam er net niet van. En misschien wel omdat we niet echt gingen voor brons, ging dat ook nog aan onze neus voorbij. Maar ja, na een tijdje staat alles weer in het juiste perspectief: goede teamprestatie, positieve spelopvatting, geen afbraakvoetbal, we kunnen met een tevreden gevoel op het WK voetbal terugkijken. En misschien zit er ook nog wel een linguïstisch miniatuurtje in.

"We gingen ervoor", een goede kandidaat om verketterd te worden door mensen wie (hier is het goed, in tegenstelling tot in de meeste betrekkelijke bijzinnen van Johan Cruijff) het zuivere Nederlands ter harte gaat. "Gaan ervoor", is dat geen anglicisme? "Go for it"?

Het zal ongetwijfeld waar zijn dat de Engelse uitdrukking "go for it" ten grondslag ligt aan het Nederlandse "gaan ervoor". Of dat erg is is een andere vraag, want de constructie past naadloos in het Nederlandse taalsysteem. Niets op tegen toch? Maar waarom valt hij Nederlanders meteen op? Wringt er iets? Zo ja, wat is dat dan? Als we hier serieus naar willen kijken, laten we dan eerst afspreken dat we er geen flauwekul bijhalen over "vage betekenis" of zo. Daar is natuurlijk geen sprake van. En als het al zo zou zijn, zou de uitdrukking in het Engels net zo vaag zijn als in het Nederlands. Ik geloof er trouwens helemaal niets van dat vaagheid een uitdrukking zou doen opvallen. Integendeel, zou ik juist zeggen.

Wat wel opvalt, naar mijn indruk, is die rare dreun die je moet leggen op dat woordje "gaan": "We GAAN ervoor". Zelfs in bijzinnen: "ONDANKS het feit dat we GINGEN voor goud, HAALDEN we het NIET". Is dat accent nou zo vreemd, of lijkt dat maar zo?

Volgens mij gaat het om het volgende: het Engelse "to go" heeft een iets ruimere gebruiksmogelijkheid dan "gaan" in het Nederlands. Het gaat me hier vooral om de verbinding van "to go" met zogeheten "doelbepalingen" ("goal"). Je kunt in het Engels spreken van "to go to the store", maar ook "to go for some groceries". Met andere woorden, de doelbepaling kan locatief of niet-locatief zijn.

In het Nederlands nu eist "gaan" in ieder geval altijd een locatieve doelbepaling. Je spreekt over "naar de winkel gaan" of "naar de winkel gaan voor boodschappen". Maar je kunt niet de locatieve doelbepaling weglaten en zeggen "ik ga voor boodschappen". Als ik me niet vergis bestond deze mogelijkheid in het Nederlands vroeger wel ("zij ging om een pakje boter en kwam nooit meer terug"), maar in het hedendaagse taalsysteem is dat niet meer gebruikelijk.

Waar het dus op lijkt is dat de uitdrukking "gaan voor iets" de oude mogelijkheid van een niet-locatieve doelbepaling zonder locatieve doelbepaling bij "gaan" terughaalt. Met het voorzetsel "voor" in plaats van "om", maar een kniesoor die daarop let. Maar waar komt dan dat rare intonatiepatroon vandaan?

De accentverdeling in het Nederlands kent een aantal opvallende aspecten, die alle samenhangen met het werkwoord en de bijbehorende argumenten. Wanneer een werkwoord in eindpositie onmiddellijk voorafgegaan wordt door een van z'n argumenten (lijdend voorwerp, voorzetselvoorwerp), dan valt het accent op dat werkwoord in ongemarkeerde uitspraak weg. Je zegt dus "ik ga de HELE vakantie BOEKEN lezen", en niet "ik ga de HELE vakantie BOEKEN LEZEN". Laat je nu dat argument "boeken" weg, dan krijg je "ik ga de HELE vakantie LEZEN", en niet "ik ga de HELE VAKANTIE lezen". Dat komt omdat "de hele vakantie" een bijwoordelijke bepaling is en geen argument van het werkwoord.

Je kunt het mooi zien bij de zin "we hebben op de boot gewacht". De woordgroep "op de boot" kan bijwoordelijke bepaling of voorzetselvoorwerp zijn. Als nu het werkwoord geen accent draagt, is de eerste mogelijkheid plots weg: "We hebben op de BOOT gewacht". Staat echter het voorzetselvoorwerp achter het werkwoord in plaats van ervoor, dan blijft het werkwoord accent dragen: "We hebben GEWACHT op de BOOT" is dan ook dubbelzinnig.

Locatieve doelbepalingen in het Nederlands staan altijd voor het werkwoord in finale positie. Je zegt "omdat we naar school gaan", en niet "omdat we gaan naar school". Bijgevolg is in die gevallen het werkwoord altijd ongeaccentueerd. Je kunt natuurlijk wel een contrast construeren zoals in "We moesten naar SCHOOL LOPEN (en naar het PARK FIETSEN)", maar het gaan hier om ongemarkeerde lezingen.

Wat is er nu in de uitdrukking "gaan ervoor" aan de hand? In de hoofdzinsvolgorde volgt het werkwoord het patroon van de bijzin. Je zegt "ik lees de HELE vakantie BOEKEN", en "ik LEES de HELE VAKANTIE" (de-accentuering van "vakantie" in de bijzin is het gevolg van een ritmeregel die bij drie opeenvolgende accenten de tweede verwijdert). Bij "ik wacht op de BOOT" weet je zeker dat "op de boot" voorzetselvoorwerp is, en bij "ik WACHT op de BOOT" is er dubbelzinnigheid.

Welnu, het werkwoord "gaan" blijft dus normaliter, omdat het een locatieve doelbepaling vraagt, ongeaccentueerd, ook in de hoofdzin: je zegt "ik ga naar SCHOOL" en niet "ik GA naar SCHOOL". Accentuering van "GA" in deze positie geeft dus aan dat de locatieve doelbepaling ontbreekt. Zeg je "ik GA voor GOUD", dan is er geen misverstand mogelijk. "Voor goud" kan geen locatieve doelbepaling zijn. Maar ook een voorzetselvoorwerp in preverbale positie zou deaccentuering van het werkwoord tot gevolg moeten kunnen hebben. Maar GA in "we GAAN voor GOUD" kan nauwelijks ongeaccentueerd blijven. De enige oplossing is, om "voor goud" te beschouwen als een voorzetselvoorwerp in postverbale (of: geextraponeerde) positie. Met andere woorden: in "we GAAN voor GOUD" staat er een spoor van de persoonsvorm v'o'or het voorzetselvoorwerp "voor goud" in plaats van erachter.

Daarmee is het verhaal bijna af. Nog één markant punt: voornaamwoordelijke bijwoorden doen niet mee aan de gesignaleerde accentregel. Je zegt "we moeten erop WACHTEN" en niet "we moeten EROP wachten". Dat kan bij "erop" nog liggen aan het feit dat dit woordje zelf geen accent kan dragen, maar ook "daarop" doet het niet: "we moeten DAAROP WACHTEN" is beter dan "we moeten DAAROP wachten". Met andere woorden: voornaamwoordelijke bijwoorden kunnen het accent van het werkwoord niet afpakken. Misschien dat voornaamwoordelijke locatieve doelbepalingen juist daarom zo'n extra achterzetsel vragen: "omdat we ernaarTOE gaan". Want locatieve doelbepalingen moeten juist het accent dragen.

In de vorm "we GAAN ervoor" draagt het woord "gaan" dus om twee redenen een accent: ten eerste omdat op die manier het niet-locatieve, postverbale van de doelbepaling aangegeven wordt, en ten tweede omdat het voornaamwoordelijke bijwoord dit accent niet kan overnemen. Alhoewel hierdoor misschien geen extra accentuering kan worden beargumenteerd, is dit voorlopig de verklaring waar ik voor GA.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]