|
Col: 9812.16
Date: Thu, 03 Dec 1998 14:45:51 +0100
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@let.uva.nl>
Subject: Col: 9812.16: Column Willem Kuiper, no. 41: Maria Onbevlekte
Ontvangenis
Column Willem Kuiper, no. 41: Maria Onbevlekte Ontvangenis
Acht december vieren wij dit te vaak verkeerd begrepen feest. Zo iemand
nog weet heeft van leven en werken van de moedermaagd, en uit zijn
kindertijd de woorden "onbevlekte ontvangenis" onthouden heeft, dan
wordt die onbevlekte ontvangenis altijd in verband gebracht met de
vlekkeloze conceptie van haar Zoon... Terwijl dat een heel ander feest
is, dat op 25 maart gevierd wordt, en dat wij Maria Boodschap noemen.
Nee, Maria Onbevlekte Ontvangenis
slaat op de conceptie van Maria zélf.
Als gevolg van de zondeval van Adam en Eva had de voortplanting een
substantiële niveauverlaging ondergaan. Door zijn Heer in de hemel
uit het oog te verliezen, moest Adam voor straf naar de grond. Kon hij
vóór zijn zondeval de vruchten die de aarde voortbracht
moeiteloos van de bomen plukken, vanaf dat moment moest hij bukken,
zweten, gelijk een beest van de grond eten, en na zijn dood tot compost
wederkeren. Deze verdierlijking strekte zich ook uit tot het: "Gaat
heen en vermenigvuldigt u!" Dat ging sindsdien alleen nog maar bevlekt,
dat wil zeggen bezoedeld door de erfzonde van de wellust.
Toen de Almachtige Vader van Zijn
ergste woede over de uitglijder Zijner schepselen bekomen was, stelde
Hij hen vergeving en verlossing in het vooruitzicht. Iets meer dan
vijfduizend jaar later was het zo ver. God besloot Zijn Zoon mens te
laten worden. De Zoon immers had de mens naar Zijn beeld en gelijkenis
geschapen, waarna de Vader er Zijn Geest in had gezonden, dus Hij was
de aangewezen persoon om deze missie te vervullen.
Hoe dat allemaal in zijn werk ging,
kunnen wij onder meer lezen in de biografie die de evangelist Johannes
over zijn tante en pleegmoeder Maria schreef. Dat boek is tijdens
Reformatie en Contrareformatie in ongenade gevallen, maar was
daarvóór een belangrijke bron van informatie over de
moeder Gods.
Johannes' levensbeschrijving is ook
in het Middelnederlands bewerkt, onder andere in de Noordnederlandse
vertaling van de Legenda Aurea en in de zogeheten
Bliscapen: zeven vijftiende-eeuwse Brusselse toneelstukken
waarin de zeven vreugden die Maria tijdens haar leven meemaakte
gedramatiseerd zijn. De onbevlekte ontvangenis maakt deel uit van het
eerste van de zeven vreugden.
Kort samengevat luidt het verhaal als
volgt: Een rijk maar desondanks godvruchtig man, Joachim geheten,
afkomstig uit het geslacht van Juda, is twintig jaar lang kinderloos
gehuwd met Anna, een vrouw uit het geslacht van koning David. Na zoveel
jaren van onvruchtbaarheid wordt Joachim door de hogepriesters de
toegang tot de tempel ontzegd, waarna hij niet meer onder de ogen van
de mensen durft te komen en bedroefd en beschaamd buiten de stad zijn
toevlucht zoekt te midden van zijn kuddes. Daar verblijft Joachim vijf
maanden zonder dat Anna weet waar haar man zich ophoudt.
Een even ongeruste als ongelukkige
Anna beklaagt haar lot: eerst kinderloos - het ergste wat je in de
Joodse samenleving kan overkomen - en nu ook nog haar man kwijt, en dat
terwijl het hun bedoeling was hun kind als tempelmaagd aan God af te
staan. Daarop verschijnt een engel die haar meedeelt dat zij (vijf
maanden) zwanger is, en dezelfde engel verschijnt ook aan Joachim om
hem te vertellen dat zijn vrouw Anna een dochter zal baren. Joachim
keert een maand later terug in Jeruzalem, waar Anna hem opwacht onder
de Gouden Poort.
Vraag mij niet hoe zij nu
precies ontvangen is, maar dit is dus de onbevlekte ontvangenis van
Maria. Het bewijs wordt geleverd door een ander Maria-feest, Maria
Geboorte op 8 september.
Waar en wanneer zij
ontvangen is? Ik wou dat ik het wist. Traditioneel - en de iconografie
sluit zich daarbij aan - geldt de ontmoeting onder de Gouden Poort als
het moment van de onbevlekte ontvangenis, maar volgens mijn Legenda
Aurea-handschrift is Anna - wat overigens 'moeder' betekent - dan
al zes maanden zwanger! De engel die Joachim boodschapt zegt
letterlijk:
- Ende du [Joachim, WK] selste weten dat si een dochter had
ontfaen doe du se achter lietste die dochter sel sijn die
tempel Gods ende die Heilige Geest sel rusten in haer.
De bron van dit van de traditie afwijkende tijdstip is mij niet bekend.
Jacob van Maerlant kan het niet zijn. In Scolastica (AD 1271),
beter bekend onder de foutieve benaming Rijmbijbel, rept hij -
in navolging van zijn bron, Petrus Comestors Historia scolastica
(ca. 1180) - met geen woord over Maria's conceptie. Wél in de
Spiegel historiael (ca. 1285): Partie I, Boek 6, kapittel 28,
maar zonder in details te treden. Dat kon hij ook niet, want ten tijde
van Jacob was Maria nog niet onbevlekt ontvangen. De dogmatische
denktank was toen nog niet verder gekomen dan te bedenken dat Maria -
men dacht 40 dagen na haar conceptie - in de moederschoot gezuiverd was
en daardoor van smetten vrij. De onbevlekte ontvangenis dateert van
ná Jacob. Het dogma pas van 1854.
Die smetteloosheid was daarom zo belangrijk omdat in de hoofden van de
middeleeuwers God zich gedurende Zijn zwangerschap heel wel bewust was
van waar Hij als mens verbleef. Daar wijst de aartsengel Gabriël
Hem ook op als hem opgedragen wordt Maria te boodschappen. Het is een
maagd, zegt Gabriël in de Eerste Bliscap, maar het blijft
een vrouw...
Een bevlekt ontvangen maagd kan nog
zo maagd zijn, ze is en blijft bevlekt, en biedt daarom in de ogen van
deze aartsengel met smetvrees geen eerbiedwaardig onderkomen aan Gods
zoon in wording. Om Hem negen maanden lang te huisvesten in een
smetteloze ambiance liet God daarom eerst een vlekvrije maagd bouwen.
En dat vieren wij 8 december: de eerstesteenlegging van Maria, tempel
Gods, Amstel Hotel onder de baarmoeders.
Willem.Kuiper@Hum.UvA.NL
De (Middelnederlandse) tekst van de Eerste Bliscap vindt men in:
Die eerste bliscap van Maria. Opnieuw uitgegeven en toegelicht
door Willem de Vreese. 's-Gravenhage 1931 [met interessante bijlagen,
WK]; Die eerste bliscap van Maria en Die sevenste bliscap van onser
vrouwen. Ingeleid en van aantekeningen voorzien door W.H. Beuken.
Culemborg 1973; Maria op de markt, Middeleeuws toneel in
Brussel. Vertaling Willem Kuiper en Rob Resoort. Amsterdam 1995.
Griffioen.
De onuitgegeven tekst van de 8
december-legende in de Noordnederlandse vertaling van de Legenda
Aurea is genomen uit het handschrift UB Amsterdam, VI B 14
(Winterstuk, Utrecht AD 1438), en gebaseerd op mijn digitale
diplomatische editie van dit handschrift. Voor deze gelegenheid heb ik
de tekst enigszins aangepast, dat wil zeggen dat ik de afgekorte
woorden voluit geschreven heb, de in de tekst aangebrachte correcties
verwerkt, en het gebruik van de hoofdletters en de interpunctie heb
aangepast aan hedendaagse conventies, evenals het gebruik van de:
u, v, w, i, j en y. U kunt
hem vinden in het Neder-L archief: URL
http://www.neder-l.nl/archieven/kuiper/teksten/8dec.html
Voor meer informatie over Maria en
haar onbevlekte ontvangenis kan men terecht bij:
- Louis Goosen, Van Andreas tot Zacheüs. Thema's uit het
Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten.
Nijmegen [SUN] 1992.
- Jozef Janssens, De Mariale persoonlijkheid van Jacob van
Maerlant. Antwerpen 1963, p. 104-109.
- J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie.
Bussum [Fibula - Van Dishoeck] 1974.
|