|
Col: 9812.29
Date: Tue, 22 Dec 1998 09:43:12 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 9812.29: Linguïstisch Miniatuurtje LIII: Het enige
blijvende effect van een eindejaarsborrel
Linguïstisch Miniatuurtje LIII:
Het enige blijvende effect van een eindejaarsborrel
Op een donkere avond in de residentie sprak ik met een collega van de
Taaladviesdienst van het genootschap Onze Taal over haar werkdag. Ze
had net een uitgebreide discussie achter de rug over een vraag van een
taalgebruiker, die luidde: moet het nu zijn "het enige juiste antwoord"
of "het enig juiste antwoord"?
Als taalkundige draai je dan werktuigelijk je repertoire aan
basisvaardigheden af om zo'n probleem te lijf te gaan. Zo op het eerste
gezicht betreft het hier de keuze tussen een bijwoord "enig" of een
onbepaald voornaamwoord "enige". Het laatste moet verbogen worden na
een bepaald lidwoord, het eerste uiteraard niet. Dit categoriale
verschil lijkt te corresponderen met een woordgroepenverschil: als
"enig" een bijwoord is, moet het bij "juiste" horen, ongeveer zoals
"erg" of "heel" bij een bijvoeglijk naamwoord kan staan. Maar dat
lijkt weerlegd te worden door de onmogelijkheid om die combinatie
predikatief te gebruiken. Als "enig juiste" bij elkaar hoort, waarom
kun je dan niet zeggen "dat antwoord is enig juist"?
Een volgende gedachte moet zijn: betreft het hier niet een van die
vele uitzonderingen op de regel dat een bijvoeglijke bepaling na een
bepaald lidwoord verbogen moet worden? Deze uitzonderingen, waaraan de
ANS een slordige 20 pagina's wijdt, betreffen immers hoofdzakelijk
gevallen met het onzijdige bepaalde lidwoord ("het lief klein
hotelletje", "het buitenlands beleid", etc). Maar ook daarvan kan in
dit geval geen sprake zijn: naast "het enig juiste antwoord" kan ook
"de enig juiste redenering", of "de enig juiste conclusie"; ook
de-woorden doen het prima.
Derde gedachte: is het ontbreken van verbuiging bij "enig" beperkt tot
de constructie met "juiste"? Het is onmiddellijk duidelijk dat je
"enig" niet bij alle adjectieven kunt gebruiken: "de enig kapotte
kerstbal" is volslagen onmogelijk, en "de enig noodzakelijke conclusie"
is wel erg gek. Maar er zijn nog wel een aantal andere gevallen: "de
enig mogelijke conclusie", "het enig denkbare alternatief", die lijken
acceptabel.
Dit was zo ongeveer de conclusie die de collega's van de
Taaladviesdienst bereikten, en die we tijdens de eindejaarsborrel
opnieuw construeerden. Conclusie voor de taalgebruiker: "het enige
juiste antwoord" is volgens de regels, maar "het enig juiste antwoord"
mag, als één van de schaarse uitzonderingen.
Ik moet toegeven dat deze conclusie me niet echt bevredigde. Het zijn
vaak juist deze adviezen ("mag allebei"), die de taalkundige de naam
bezorgen van een overtolerante slapjanus, die niet bij machte is om
het taalgebruikende volk het taalsysteem in duidelijke regels uit te
leggen. De wetenschappelijke nuance verliest het in de publieke opinie
nou eenmaal altijd van het verwerpelijke, maar heldere, opgeheven
vingertje.
Kunnen we nou echt niet beter in dit geval? Laten we nog eens een
register opentrekken. Als het wegblijven van de verbuiging van "enig"
beperkt is tot slechts sommige adjectieven in de directe omgeving, dan
moet dat een semantische oorzaak hebben.
Die conclusie heeft twee gevolgen: ten eerste, dat er een verbindende
factor moet zijn tussen de adjectieven die passen in de constructie, en
ten tweede, dat de keuze tussen "enig" en "enige" een semantische keuze
is. Maar wat kan daarvan de grond zijn? We hebben al gezien dat de
stelling dat "enig" bij "juiste" zou horen, voor problemen zorgt. Maar
omgekeerd is de stelling dat "enig" een los onbepaald voornaamwoord is,
ook niet zonder moeilijkheden: in dat geval zouden we verwachten dat
het onbepaald voornaamwoord "enig" en het bijvoeglijk naamwoord "juist"
beide verbogen, of beide onverbogen zouden zijn. Immers, alle
uitzonderingen op de regel dat adjectieven (en pronomina) na bepaalde
lidwoorden verbogen moeten worden, betreffen steeds alle adjectiva:
"ons lief klein hotelletje", en niet "ons lief kleine hotelletje" of
"ons lieve klein hotelletje". Het is steeds alles of niks.
Terug dan naar de gedachte dat het verschil tussen "enig"
en "enige" een categoriaal verschil is: "enig" is een bijwoord, en
"enige" een onbepaald voornaamwoord. Volgt hier nou wel echt uit dat je
dan ook een woordgroep "enig juiste" moet hebben? Bij nader inzien
lijkt dat niet noodzakelijk. Er blijken namelijk constructies te
bestaan met het onverbogen "enig" na een bepaald lidwoord, en zonder
adjectief: in de ambtenarij schijnen termen in omloop als "het enig
document" (een formulier voor de invoer van goederen dat andere
overbodig maakt) of "het enig loket". Als we stellen dat dit het
bijwoord "enig" betreft, kan het dus direct betrekking hebben op het
zelfstandig naamwoord.
Maar wat is nu de semantische factor in de keuze van de bijvoeglijke
naamwoorden? Mijn eerste gedachte was dat het met het modale aspect
"mogelijkheid" te maken had. De adjectieven "mogelijk" en "denkbaar"
leken daarop te wijzen. Zou dat met een parafrase uit te vinden zijn?
De frase "het enig juiste antwoord" is te omschrijven als "het antwoord
dat als enige juist is", en datzelfde geldt voor "als enige mogelijk",
"als enige denkbaar". Maar de parafrase "als enige kapot" en "als enige
noodzakelijk" klinkt ook helemaal niet zo slecht, en toch is "de enig
kapotte kerstbal" radicaal fout.
Als "mogelijkheid" het juiste betekenisaspect zou zijn, dan zou je ook
de semantische onverenigbaarheid van dit aspect met de betekenis van
het onbepaald voornaamwoord "enig" (in tegenstelling tot de betekenis
van het bijwoord "enig") moeten kunnen beredeneren. Immers, blijkbaar
past het bijwoord "enig" beter bij de totale betekenis dan het
onbepaald voornaamwoord. Anders hadden we geen probleem. Maar voor deze
gedachte bestaat geen enkele grond. Aangezien immers het onbepaald
voornaamwoord "enig" in wezen existentieel is, is ook dat onlosmakelijk
met het betekenisaspect "mogelijkheid" verbonden.
Toch nog maar even nadenken over andere mogelijkheden, dus. Het is wel
heel opvallend dat me dit probleem juist in de kerstperiode werd
voorgelegd. Anders had ik nooit gedacht aan woorden als "de enig
uitverkorene" en "de eniggeboren Zoon". Nu troffen deze gevallen me
onmiddellijk als cruciaal.
De overeenkomst tussen al die adjectieven (en nomina) die met het
bijwoord "enig" gecombineerd kunnen worden is te omschrijven met het
betekenisaspect "selectie": in alle gevallen betreft het begrippen die
"uitverkoren" zijn, met bewuste uitsluiting van andere mogelijkheden.
In tegenstelling tot een kapotte kerstbal, die toevallig kapot is
gegaan, of een noodzakelijke conclusie, die los van persoonlijke
voorkeur noodzakelijk is, kan een juist antwoord geselecteerd
zijn door degene die de vragen heeft opgesteld.
Met dit betekenisaspect valt opeens alles op zijn plaats: het bijwoord
"enig" betekent volgens de woordenboeken "uitsluitend", dit is: met
uitsluiting van andere mogelijkheden. Dat is iets anders dan de
betekenis van het onbepaald voornaamwoord "enig", die eerder "uniek"
luidt. Daar ontbreekt juist het uitsluitingsaspect, dat natuurlijk het
omgekeerde van selectie is.
Deze analyse verklaart ook de dubbele mogelijkheid bij "het enig(e)
juiste antwoord": een antwoord kan als inherente eigenschap zijn
juistheid hebben. In dat geval is "het enige juiste antwoord" een
correcte beschrijving. Maar het kan ook een antwoord betreffen dat
slechts in de opinie van de vragensteller geselecteerd is als het
bedoelde antwoord. Geen absolute juistheid, maar subjectieve
selectie. In dat geval zou ik opteren voor "het enig juiste
antwoord".
De conclusie van de Taaladviesdienst, "mag allebei", is met deze
redenering niet weerlegd, maar juist onderbouwd. Het mag wel allebei,
maar we weten nu tenminste waarom, en onder welke omstandigheden
het een beter is dan het ander.
Peter-Arno Coppen
|