| 9812.29 |
|
|
|
9812.b |
|
Art: 9812.30
Date: Thu 24 December, 16.18 PM
Keersemèsmès in SintervaosIk woon al haast 25 jaar in Nijmegen. Ruim de helft van mijn leven. Toch is Maastricht mijn stad. Haar zoete, zingende taal, door alle bevolkingslagen heen gesproken. Die nog net overzichtelijke wirwar van oude straatjes, pleintjes en kroegjes. Die rust; dat welhaast slome. Haar bruisende vastelaovend. Pas als ik via de A2 Mestreech binnenrijd en links MVV-stadion De Geusselt van me weet en rechts die lego-achtige flatjes voel ik me weer thuis.Eigenlijk vier ik alle feesten het liefst in Maastricht. Ook dit jaar ben ik met kerst dus weer in Treech te vinden. Naar welke nachtmis te gaan? De kerstmismis in de Onze Lieve Vrouwekerk - als dat zo nog gespeld mag worden? Of die in de Sint Servaas-basiliek? De Slevrouwekerk in zijn romaanse duistere pracht vind ik mooier, intiemer dan de Sintervaos. Ook is het misschien net iets gepaster om de geboorte van Jezus te vieren in de kerk van zijn moeder. En, sorry dat ik het zeg - het doet me een beetje pijn dit te moeten toegeven - maar wie was nu helemaal die Sint Servaas? Eigenlijk toch maar een tweederangs (ijs)heilige? Toch heeft Sintervaos zeker een pluspunt voor op de Onze Lieve Vrouwekerk: het prachtige koor Cappella Sancti Servatii. Als je van muziek houdt moet je de Cappella aan het eind van de kerstnachtmis eeuwenoude kerstliederen hebben horen zingengalmen. Adembenemend mooi. Daarnaast is mijn neefje Otto, leef batteräöfke, er (grinnikend) misdienaartje. Ook mooi om te zien. Mijn dilemma - Slevrouwe of Sintervoas? - blijft dus nog even onopgelost. Velen van ons nemen in de kersttijd (verplichte) verloftijd op. Zo ook ik. Alle gelegenheid om wat achterstallige literatuur door te nemen. Bladertijd. Tijd ook om weer eens te grasduinen in het prachtwerk 'Middeleeuwse Kerstliederen' van J.J. Mak (Utrecht 1948), dat ergens in mijn boekenkasten staat. Maar die kasten moet ik toch eens gaan herordenen: Mak is niet te vinden. Niet getreurd. Er is nog genoeg interessant, kers(t)vers bladermateriaal voorhanden. Bijvoorbeeld het proefschrift van Willemsen over middeleeuws speelgoed en de CD-rom 'Middelnederlands' van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. De dissertatie van Annemarieke Willemsen (zie ook artikel 9812.14) oogt prachtig. Heel fraai opgemaakt en uitgegeven door de Nijmeegse Universitaire Uitgeverij. Mooie plaatjes van en fascinerende verhalen over middeleeuws speelgoed. Fl. 95,- vind ik heel goedkoop voor zo'n mooi, in harde kaft gebonden, boek. Ik blader in Willemsen. Op p. 145 zie ik een kleurenprent met Maria, Jezus en allerlei anderen, ongetwijfeld bekende heiligen, maar mij op het eerste gezicht onbekend. Het onderschrift van de prent luidt: "XIII. Maagschap van de heilige Anna. Middenluik van polyptiek met de Heilige Maagschap en de Drieëeenheid, Antwerpen ca 1510. Wallraf-Richartz Museum Keulen. (...)" Voor Willemsen is deze schildering interessant omdat de afgebeelde kinderen met allerlei middeleeuws speelgoed spelen, het thema van haar boek. Maar ik vraag me af wie de heiligen zijn op die kleurenprent XIII. In paragraaf 4.7.2. vinden we, na enige worstelingen met de tekst, het antwoord.
In de halve binnencirkel worden vrouwen met hun kinderen afgebeeld. Daaromheen, buiten die corona, staan de echtgenoten. De mannen staan in het algemeen direct achter hun vrouwen; de kinderen zijn in de directe nabijheid van hun moeders. Centraal op de afbeelding, natuurlijk, het kindje Jezus. Jezus staat op de schoot van zijn moeder Maria en buigt voorover naar zijn oma, de moeder van Maria, Anna. Direct achter Maria staat, als ik het wel heb - Willemsen gaat nauwelijks in op de mannen - Maria's vader Joachim. Vanuit onze positie bekeken links naast Joachim staat Jozef, echtgenoot van Maria. Goed, Jozef staat niet pal achter zijn Maria. Maar hij kijkt en wijst toch duidelijk haar kant uit. Oma Anna is drie keer getrouwd geweest. Dat leverde natuurlijk een compositorisch probleem op voor de onbekende schilder van het stuk. Hoe plaats je drie mannen achter hun ene vrouw? Met enig gedrang van de mannen, is de schilder daar redelijk in geslaagd: pal achter Anna staan, samen onder een boog, haar twee andere echtgenoten Cleophas en Salomas toe te kijken. De derde, Joachim, staat, zoals ik al zei, achter Maria met het kindje Jezus. Terug naar de kring van de vrouwen. Volgens apocriefe teksten kreeg Anna drie dochters Maria: 1. 'onze' Maria, toen Anna was getrouwd met Joachim; 2. Maria Cleophas, toen Anna de vrouw van Cleophas was; en 3. Maria Salome, toen Anna gehuwd was met - u raadde het al - Salome (of Salomas). Drie halfzusjes Maria dus met een en dezelfde moeder Anna. Op de afbeelding zien we, weer vanuit onze positie bekeken, Maria (2) Cleophas direct links van 'onze' Maria (1) zitten met twee van haar vier zoons op schoot: staand Judas Thaddeus, die met een stokpaard speelt en een rammelaar aanneemt van zijn vader Alpheus, en op haar schoot zittend Joseph Justus. Voor haar voeten spelen haar andere twee zoons Jacobus Minor en Simon Zelotes. Jacobus Minor heeft een knots in zijn rechterhand. Simon Zelotes houdt een zaag vast. De twee broertjes zijn aan het bellen blazen. Uiterst links zit Maria (3) Salome. Die was getrouwd met Zebedeus, achter haar. Zij is de moeder van Johannes de Evangelist, die op haar schoot zit met een kelkje in de hand, en van Jacobus Maior - zeg maar: die van Compostella - die aan haar voeten pelgrimmetje is aan het spelen. Begint het u te duizelen van al die namen? Hopelijk biedt de volgende schematische voorstelling dan enig soelaas. Daarin probeer ik vooral de onderlinge relaties van de vrouwen en hun kleine kinderen uit te drukken. Doe ik tenminste ook eens een keertje iets aan 'genderonderzoek' ;-).
Terug naar de schildering. Nu we de drie zusjes Maria en andere
personages in de linkerhelft - zeg maar: de 'Anna-tak' - van
de schildering hebben gehad, keren we naar de rechterhelft van de
afbeelding, naar de drie vrouwen en personages rechts van Anna: de
'Esmeria-tak'.
Nu resteert nog het tafereel uiterst rechts: de vrouw met kind en de
twee mannen daarachter. De vrouw heet Memelia. Wie is zij? Welnu, de
broer van Elisabeth, Eliud, trouwde met Emerentiana. Samen kregen Eliud
en Emerentiana zoon Enim (ook wel eens Emiu genoemd; maar dat zal wel
een verlezing van Enim zijn). Enim trouwde met Memelia. Op de
afbeelding staat hij direct achter zijn vrouw. Naast Enim, onder
dezelfde boog, staat zijn vader Eliud. Eliud kijkt niet naar de
vrouwenfiguren en de kinderen centraal in de afbeelding. Dat is niet zo
eigenaardig als we bedenken dat zijn vrouw Emerentiana niet wordt
afgebeeld. Zij is afwezig. En het lijkt niet de eerste keer dat
Emerentiana afwezig is, zo lijkt Eliud, tellend op zijn vingers, te
betogen.
Over een persoon op de afbeelding hebben we nog niet gesproken: het kind op de schoot van Memelia, uiterst rechts. Wie is dat? Ik slik. Dat is niemand minder dan Sint Servaas! Een volle (achter)neef van Jezus! Servaasje speelt met een sleutel aan een halsketting van zijn moeder. In zijn rechterhand houdt hij een bisschopsstafje vast. Ik herinnerde mij vaag uit de Sint Servaeslegende van Henric van Veldeke dat Servaas verre familie van Jezus was. Dat nam ik met een korreltje zout. Nu weet ik beter; alle kans dat u het allang wist. Servaas verre familie van Jezus? Om de dooie donder niet: die Sint Servaas is een heilige die heel nauw verwant is aan Jezus. Daar kan menige heilige een puntje aan zuigen. Maar hoe kan dat nu, vraagt u zich wellicht af: Servaas stierf toch pas rond 384 in Maastricht? Bedenk dan dat vroeger mensen heel oud konden worden. Zeker belangrijke heiligen (en hun ouders). Nee, in de Sint Servaaskerk in Maastricht liggen, in de Noodkist, niet zomaar de beenderen van een of andere willekeurige tweederangs flutheilige. Maastricht heeft een absolute topheilige in haar midden (gehad). Sorry, Maastricht en Servaas, voor mijn laatdunkende woorden hierboven. De hoogste tijd om het geheugen op te frissen en te kijken wat Henric van Veldeke nu werkelijk over de herkomst van Sint Servaas heeft geschreven. Helaas, de uitgave van de Sint Servaeslegende door Van Es en Lieftinck kan ik ook al niet in mijn boekenkasten vinden. Ik moet daar toch echt eens werk van gaan maken. Gelukkig beschik ik, zoals gezegd, sinds kort over de CD-rom 'Middelnederlands' van het Leidse INL. Die CD-rom (zie de aankondiging in artikel 9809.22) kost fl. 395,-. Ook dat is niet duur als je bedenkt wat je met die CD-rom allemaal in huis haalt: o.a. het Middelnederlandsch Woordenboek, het Corpus Gysseling en ca. 250 Middelnederlandse rijmende teksten en prozateksten. Met uitgebreide zoekmogelijkheden. Een van de rijmteksten op de CD is de Sint Servaeslegende, zoals in 1950 uitgegeven door Van Es en Lieftinck, naar het Leidse manuscript BPL 1215 uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. Vergeef me dat ik niet in verdere bibliografische en editietechnische details treed - er zijn bijvoorbeeld ook dertiende-eeuwse fragmenten voorhanden - en meteen de tekst weergeef. De beschrijving door Henric van Veldeke van Servaas' afkomst is geheel in overeenstemming met de schildering in het Keuls museum:
Het moge duidelijk zijn dat voor dit jaar mijn dilemma is opgelost. Over enkele uurtjes ga ik naar de nachtmis in de Sint Servaas. Ook om een beetje boete te doen. Ben Salemans
|