9902.26 Terug
Vooruit 9902.b
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 9902.27

Date: Thu, 11 Feb 1999 14:59:28 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 9902.27: Linguïstisch Miniatuurtje LVI: Een woord voor de parlementaire enquêtecommissie

Linguïstisch Miniatuurtje LVI: Een woord voor de parlementaire enquêtecommissie

Soms weet je werkelijk niet waar je moet beginnen om een heldere lijn van redenering op te zetten. Als iemand net een grote wirwar van baarlijke nonsens in elkaar heeft gedraaid, dan is het vaak moeilijk om net dat ene draadje te vinden waarmee je die hele kluwen kunt ontwarren.

Met dat probleem zit ik op dit moment. Ik heb voor me liggen een column van F.A. Muller uit NRC Handelsblad van woensdag 10 februari, getiteld 'Waarheidsvinding'. Ik vat hem gewoon eerst even samen:

De auteur opent met de bekende de-laatste-tijdobservatie. Tijdens de Bijlmerrampenquête (maar al bij de commissie Van Traa was hem dat opgevallen) heeft hij het woord 'waarheidsvinding' opgemerkt. Dat is een "dom woord", vindt hij, want het woord duidt ten onrechte aan dat de waarheid gevonden gaat worden, terwijl er alleen maar van 'zoeken' sprake is. Zijn eigen zoontje Souleyman bezondigt zich ook al aan die semantische nonsens. Hij zegt: "Papa, nou moet jij je verstoppen en dan moet ik je gaan vinden." In plaats van hierop met zijn zoontje verstoppertje te gaan spelen, bestaat F.A. Muller het om het arme kind taalkundig op de vingers te tikken (wat gelukkig mislukt). De columnist redeneert dat zijn zoon later "gevaar loopt" op school "semantisch geïsoleerd" te raken.

Maar dan draaft hij pas echt door. Muller erkent (waarom begint de grootste onzin altijd met een verstandige erkenning?) dat de betekenis van een woord door het gebruik bepaald wordt, maar in dit geval moet volgens hem een uitzondering gemaakt worden. Het woord 'waarheidsvinding' neemt namelijk de plaats in van een uitdrukking die perfect voldoet: 'de waarheid zoeken'. Deze "woordsubstitutie" draagt alleen maar bij "aan onze vervreemding van de eigen taal uit vervlogen tijd".

Tot zover Muller. Waar nu te beginnen? Eerst maar even een objectief foutje: die "woordsubstitutie". Van welk woord neemt 'waarheidsvinding' nu precies de plaats in? Muller noemt de uitdrukking 'de waarheid zoeken', maar dat is natuurlijk geen woord, en dat is er nog niet zo gemakkelijk van te maken: 'waarheidszoeking', 'waarheidszoektocht', dat klinkt allemaal niet zo fraai, en bovendien: die woorden bestaan op dit moment ook niet, dus van woordsubstitutie kan geen sprake zijn. Dus ook niet van de "vervreemding van de eigen taal uit vervlogen tijden".

Wat is dat eigenlijk, die 'eigen taal uit vervlogen tijden'? Welke periode uit de geschiedenis van het Nederlands is hier bedoeld? Nog na de oorlog? Voor de oorlog misschien, toen het genootschap Onze Taal werd opgericht omdat men vond dat de taal vervreemdde van de eigen taal uit vervlogen tijd? De vorige eeuw? De 'Gouden Eeuw' misschien? Maar ook Hooft en Vondel zouden nieuwe woorden nodig gehad hebben om de bezigheden van onze hedendaagse parlementaire enquêtecommissies te beschrijven. Hooft was daar trouwens heel sterk in, het verzinnen van nieuwe woorden. Daar vervreemdde hij een heleboel toenmalige taalgebruikers mee van hun eigen taal uit vervlogen tijden.

Maar wat wil de heer Muller dan precies? Zouden we beter af zijn als we met de woordenschat uit de Middeleeuwen in de huidige maatschappij moesten communiceren? Zonder woorden voor industrie, radio, milieubescherming? Of had die maatschappij ook niet mogen veranderen? Dan zaten we nu met hoge kindersterfte, open riool en religieuze fundamentalisten die elkaar de tongen uitrukten en levend verbrandden. Geef mij dan maar af en toe een nieuw woord.

Wat blijft er over van het verhaal, nu we het van de demagogische gebakken lucht hebben ontdaan? Het woord 'waarheidsvinding' zou 'dom' zijn. Dat is een interessant punt. Niet dat domme, maar dat er iets aan de hand is met dat woord. Muller merkt op dat 'vinden' geen actie is maar iets wat je overkomt. Dat klopt. Het is vreemd als je zegt: "ik ben iets aan het vinden", en ook "ik ga eens lekker iets vinden" is een curieus voornemen. De gebiedende wijs "Vind de fout" is in beginsel net zo gemarkeerd als "kom de juiste mensen tegen", maar in de betekenis "zorg dat je de fout vindt", of "zorg dat je de juiste mensen tegenkomt" lijken deze opdrachten me nog net acceptabel (het valt me trouwens nog mee dat Muller dit geen 'invloed van het Engels' noemt, maar nou breng ik mensen maar op verkeerde ideeën).

Het subject van 'vinden' is dus geen agens maar een patiens, een 'ondervindende persoon' in plaats van een 'handelende persoon'. Betekent dat nu ook dat je 'vinden' niet in de toekomende tijd kunt gebruiken of in doelcontexten? Helemaal niet: "ik moet en zal dat vinden" is heel normaal, evenals "zorg dat je het vindt" en "ik gá het vinden, dat weet ik zeker". Je kunt je dus heel goed voornemen om iets te vinden. In dat geval druk je een ferme vastberadenheid uit, of zelfs een absolute noodzaak, dat je het doel zult bereiken. Een duidelijk, vergelijkbaar geval is: "het gaat mij lukken". Ook hier is 'mij' ondervindende persoon, en ook hier blijft het afwachten of het mij uiteindelijk zal lukken. Toch spreekt het vaste voornemen krachtig uit deze constructie.

Er zijn volgens mij twee redenen waarom het woord 'waarheidsvinding' de voorkeur verdient boven 'waarheidszoeking'. Ten eerste is de samenstelling met 'vinding' veel gebruikelijker: 'ondervinding', 'uitvinding'; en het woord 'vinding' is een bestaand woord. Bij 'zoeken' heb je liever 'onderzoek' dan 'onderzoeking', terwijl 'bezoeking' en 'verzoeking' een archaïsche klank hebben, en niet meer gerelateerd kunnen worden aan 'zoeken' zelf. Bovendien bestaat het woord 'zoeking' niet.

De tweede reden is belangrijker: 'waarheidszoeking' is veel te vrijblijvend. Zo van: "we zullen het proberen, maar we twijfelen bij voorbaat aan de uitkomst". Dat heeft helemaal geen politieke lading. Vastberadenheid moeten we hebben! We móéten en zullen de waarheid boven tafel krijgen, dat is absoluut noodzakelijk! Dat, meneer Muller, is precies de opdracht aan elke enquêtecommissie: vind de waarheid!

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]