|
Rub: 9903.16
Date: Sat, 20 Mar 1999 18:10:54 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Rub: 9903.16: Rubriek Hora Est!: overzicht promoties
Rubriek Hora Est!:
overzicht promoties
10 maart 1999, UvA
Mevrouw S. Gerritsen: Begrijpelijkheidsproblemen met verzwegen
argumenten.
Promotor: prof. dr. F.H. van Eemeren; co-promotor: prof. dr. R.
Grootendorst.
14 april 1999, 13.30 uur: Aula, Katholieke Universiteit Nijmegen,
Comeniuslaan 2 te Nijmegen.
Emmeken van der Heijden: 'Tussen nevenschikking en onderschikking.
Een onderzoek naar verschillende vormen van verbinding in het
Nederlands'.
Promotor: prof. dr. A.H. Neijt-Kappen; copromotor: dr. M. Klein.
- Bekend uit de traditionele grammatica is de indeling
van voegwoorden in nevenschikkende en onderschikkende. Niet elk
voegwoord gedraagt zich echter uitsluitend als
vertegenwoordiger van één van beide
categorieën. Zo is in verschillende onderzoeken
aangetoond, dat voegwoorden als 'dan', 'als', 'behalve',
'uitgezonderd', 'in plaats van' etc., die in de ANS
onderschikkend worden genoemd, nevenschikkende eigenschappen
bezitten: de zogenoemde 'insubordinatoren'. Verder zijn er
bijzondere vormen van nevenschikking bekend die evenmin als
onderschikkingen samentrekking toestaan. Daartoe behoren o.a.
implicatieve coördinatie, balansschikking, verbindingen
met 'want' en 'dus'. De resultaten van die studies hebben geen
aanzet gegeven tot een systematisch onderzoek naar andere
coördinatieve verbindingswoorden dan 'en' en 'of'. Noch
heeft men naar aanleiding daarvan het grammaticale onderscheid
tussen nevenschikking en onderschikking aan een nadere
beschouwing onderworpen. Deze studie voorziet in die leemte.
'Tussen nevenschikking en onderschikking' doet verslag van een
systematisch onderzoek naar betrekkingswoorden, waartoe ook
preposities worden gerekend, in het Nederlands. Het doel ervan
is te komen tot een adequate en gemotiveerde classificatie van
betrekkingswoorden in het Nederlands.
Daartoe wordt in hoofdstuk 2 van deze studie de vraag
behandeld, wat coördinatie nu eigenlijk is, een vraag die,
zoals Van Zonneveld (1994) terecht opmerkt, in veel studies
over coördinaties slechts exempelgewijs wordt beantwoord.
Ik presenteer drie eigenschappen die 'parallelle'
coördinatie van subordinatie onderscheiden: parallelle
nevenschikking is structureel bivalent, verbindt syntactisch
gelijkwaardige leden én semantisch gelijkwaardige.
Onderschikking is daarentegen structureel univalent en verbindt
syntactisch en semantisch ongelijkwaardige leden. Uit de
structurele karakteriseringen volgen verschillende
plaatsingsmogelijkheden van de onderdelen van onderschikkende
en nevenschikkende verbindingen. De andere twee eigenschappen,
de syntactische en semantische (on)gelijkwaardigheid van de
leden, worden in hoofdstuk 3 en 4 van deze studie gemotiveerd
aan de hand van hun rol in extractie-, samentrekkings- en
bindingsverschijnselen. Zo wordt aangetoond dat de
ónmogelijkheid van enkelvoudige extractie uit
symmetrische coördinatie en insubordinatie én de
mogelijkheid ervan uit asymmetrische coördinatie,
bijzondere vormen van coördinatie en subordinatie worden
bepaald door condities op de syntactische en semantische
gelijkwaardigheid c.q. ongelijkwaardigheid van de leden.
Semantische gelijkwaardigheid blijkt verder een bepalende
factor te zijn voor het vóórkomen van
achterwaartse samentrekking en verschillende bindingsrelaties
in nevenschikkingen.
Van de 'insubordinatoren' toon ik in deze studie aan dat ze
evenals nevenschikkende betrekkingswoorden syntactisch en
semantisch gelijkwaardige leden verbinden, structureel echter
subordinatief zijn. Omgekeerd blijken de bijzondere vormen van
nevenschikking structureel coördinatief, maar semantisch
en syntactisch ongelijkwaardige leden te verbinden. Deze
analyse biedt onder andere een verklaring voor het feit dat
insubordinaties wél en bijzondere vormen van
nevenschikking géén samentrekking toestaan.
Op basis van de drie genoemde eigenschappen wordt in
hoofdstuk 5 een classificatie voorgesteld van acht mogelijke
verbindingen in het Nederlands. Insubordinatie en bijzondere
vormen van coördinatie maken een systematisch onderdeel
daarvan uit en hoeven niet zoals in de tweedeling
onderschikking-nevenschikking als uitzonderingen beschouwd te
worden. De semantiek speelt een grote rol in die classificatie.
Toch is de functie daarvan niet gelijkwaardig aan die van de
syntaxis van een verbinding. De syntactische condities in deze
studie worden toegepast onafhankelijk van de semantische.
Daarmee wordt de veronderstelling uit de generatieve grammatica
dat de syntaxis autonoom is, in deze studie bevestigd.
Emmeken van der Heijden, Grotestraat 24, 6511 VD Nijmegen,
024-3237124, (gast)e-mail:
jac.van.der.heijden@wxs.nl.
|