9903.16 Terug
Vooruit 9903.18

Sym: 9903.17

Date: Tue, 16 Mar 1999 11:42:21 +0100
From: Dirk Van Hulle <vanhulle@uia.ua.ac.be>
Subject: Sym: 9903.17: Studiedag 'Genetische literatuurstudie' op 29 april 1999 te Antwerpen

STUDIEDAG GENETISCHE LITERATUURSTUDIE
29 april 1999 in het AMVC,
Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven,
Minderbroedersstraat 22, 2000 Antwerpen
tel.: 03/232.55.80
Organisatie: GENESE & AMVC

De discipline:
Om een tekst te kunnen interpreteren moet er eerst een tekst zijn. Zo'n tekst is het product van een lang proces waar heel wat meer actoren bij betrokken zijn dan alleen een auteur. Schrijvers zoals Paul Valéry en Francis Ponge hebben hun critici erop gewezen dat een gepubliceerde tekst slechts één van de vele mogelijke resultaten van het schrijfproces is. Het besef van de instabiliteit van de tekst is echter geen nieuw gegeven; elke editeur is zich daar maar al te zeer van bewust. Nieuw is alleen dat dit bewustzijn niet exclusief meer in het teken staat van de productie van een correcte, 'stabiele', citeerbare tekst. Vooral in Frankrijk wordt het schrijfproces van literaire werken sinds enkele decennia niet in functie van een editie, maar als discipline op zich bestudeerd, als een onafhankelijke vorm van literaire kritiek. Wat genetisch literatuuronderzoek probeert te ontdekken is niet de auteur achter het werk, maar het werk dat hij of zij erin geïnvesteerd heeft, het mentale proces dat eraan vooraf is gegaan en dat zijn neerslag heeft gevonden in manuscripten en ander tekstmateriaal.

De studiedag:
Het onderzoek naar de genese van literaire werken is niet alleen van belang met het oog op de conservering en ontsluiting van het literaire erfgoed. Vaak hechten auteurs zelf veel waarde aan het schrijfproces, waardoor de genese deel gaat uitmaken van het literaire werk. Ook de status van de auteur zelf is sinds enkele decennia grondig gewijzigd. Centraal staat onder meer de vraag of die veranderde status van de auteur en van de tekst (niet enkel als product maar ook als productie) een ander perspectief biedt op teksteditie.
De focus van de studiedag is de verhouding tussen de gepubliceerde tekst en het voorbereidende materiaal (notitieboeken, manuscripten, maar ook minder tastbare, mentale aspecten van het schrijfproces), het belang dat schrijvers zelf aan het ontstaan van hun teksten hechtten (of ze het als een deel van het werk beschouwden, of het integendeel strikt gescheiden hielden van het afgewerkte product) en tenslotte de vraag hoe genetisch literatuuronderzoek kan bijdragen tot de interpretatie van literaire werken.
Wenst u (gratis) deel te nemen aan deze studiedag, gelieve dan vóór 16 april uw naam, adres en e-mail/telefoonnummer door te sturen naar Dirk Van Hulle, UIA - GER, Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk, België (e-mail: vanhulle@uia.ua.ac.be).

PROGRAMMA
  • 09.00 uur: Leen van Dijck (AMVC - Antwerpen): Verwelkoming
  • 09.15 uur: Geert Lernout (U.I. Antwerpen; voorzitter Genese): Introductie
  • 09.30 uur: Marcel De Smedt (K.U. Leuven): De genese van 'De Verlossing' van Willem Elsschot
    Van "De Verlossing" is in het AMVC een kladhandschrift bewaard, een nethandschrift en een typoscript. Het werk verscheen in 1916 in Groot-Nederland en in 1921 in boekvorm. Het kladhandschrift biedt een bevoorrechte kijk op de werktafel van de auteur. Vanuit een smalle vertrekbasis, geïnspireerd op reële feiten, dijt het werk uit in de breedte, en ontstijgt het de werkelijkheid door schrapping en verdoezeling van concrete persoons- en plaatsnamen.
  • 10.00 uur: Peter de Bruijn (CHI - Den Haag): Het cyclotron van Gerrit Achterberg
    De dichter Gerrit Achterberg heeft zich buiten zijn creatieve werk hoegenaamd niet uitgelaten over de functie en betekenis van poëzie, niet over zijn eigen werk, noch over dat van anderen. Ook slechts bij hoge uitzondering heeft hij zich uitgesproken over het scheppingsproces, dat hij ten principale geïsoleerd zag van het voltooide werk. In de enkele uitzonderingsgevallen die er zijn, is het - gelet op het bewaard gebleven genetische materiaal - de vraag of we de dichter op zijn woord kunnen geloven, áls het al 'zijn' woord is.
  • 10.30 uur: Pauze
  • 11.00 uur: An De Vos (UFSIA - Antwerpen): "Beginnende met het woord". Over de genese van enkele Gezellegedichten
    Enkele van zijn gedichten heeft Gezelle voorzien van expliciet tekstgenetisch commentaar, waarin hij niet alleen de productieve kracht van bepaalde woorden toelicht, maar ook wijst op de creatieve mogelijkheden die formele beperkingen zoals rijm of alliteratie de dichter te bieden hebben. Een aandachtige lectuur van dit commentaar biedt niet alleen een zeer relevant inzicht in de genese van de gedichten in kwestie, maar reikt ook een sleutel aan voor de tekstgenetische studie van Gezelles poëzie in het algemeen.
  • 11.30 uur: Yves T'Sjoen (R.U. Gent): De drukgeschiedenis van Richard Minnes verzamelde gedichten, "In den Zoeten Inval en andere gedichten" (1955/1978)
    Op grond van de correspondentie tussen auteur, uitgever (Geert van Oorschot) en redacteur (I.H.W. Veenstra) schetst Yves T'Sjoen een beeld van de wijze waarop die editie tot stand is gekomen, hoe het met de autorisatie van de opgenomen teksten (en de volgorde in afzonderlijke rubrieken) is gesteld, welke auteurs- resp. editeursingrepen er zijn gebeurd.
  • 12.00 uur: Lunch
  • 13.00 uur: Inge Landuyt (U.I. Antwerpen): Joyces defensieve strategieën in de genese van Finnegans Wake
    James Joyce creëerde zijn laatste werk als een veelgelaagde comprimatie van zijn volledige omgeving tot een universum op zich. Gelukkig kunnen zijn notitieboekjes ons helpen de bestanddelen ervan gedeeltelijk bloot te leggen. Eén belangrijk aspect van Finnegans Wake is de reflectie van dit werk op zichzelf, Ulysses en zijn andere voorgangers, die o.a. gestimuleerd werd door (vooral negatieve) besprekingen in kranten en tijdschriften. Deze lezing legt één van deze schakels in Joyces verdedigingsmechanismen bloot.
  • 13.30 uur: Adriaan van der Weel (Universiteit Leiden): Reis naar het einde van de tekst: Beckett minderwaarts
    Becketts korte roman "Worstward Ho" is een van de meest gecomprimeerde teksten uit de wereldliteratuur. De tekstgeschiedenis, van handschrift naar de eerste gedrukte editie, geeft inzicht in Becketts werkwijze en draagt bij tot een beter begrip van deze uiterst hermetische tekst.
  • 14.00 uur: Dirk Van Hulle (U.I. Antwerpen): Geestelijk moederschap: Achter 'Achter de schermen' van Elsschot
    "Qu'importe qui parle?" schreef Beckett. En volgens Barthes "laat de tekst zich lezen zonder de inscriptie van de Vader". Dat gaat zonder meer op voor de korte tekst Achter de schermen, waarin Elsschot zijn eigen inleiding bij Tsjip analyseerde. Wie de geestelijke vader is van deze literaire telg doet er nauwelijks toe; het gaat hier veeleer om het geestelijke moederschap. Hierdoor verandert zowel de status van de auteur als die van de tekst, doordat de genese er intrinsiek deel van uitmaakt.
  • 14.30 uur: Pauze
  • 15.00 uur: Geert Buelens (U.I. Antwerpen): Het noodzakelijke gedicht - het gedicht uit noodzaak
    In deze korte lezing vraagt Geert Buelens zich af of er, behalve over de materiële aspecten (varianten, drukproeven...), ook over de mentale aspecten van het genetische proces iets gezegd kan worden.
  • 15.30 uur: Yves van der Fraenen (R.U. Gent): De geboorte van 'De geboorte'. Over Maurice Gilliams, een genetische case-study.
    Bedoeling van de lezing is een verkennende blik te werpen in het schrijflaboratorium van Maurice Gilliams (Antwerpen, 1900-1982). Van 'De geboorte', het openingsgedicht van Gilliams' bundel Het Maria leven (1932), zijn verschillende versies overgeleverd, zowel in een handschriftelijk stadium als in druk. Als men abstractie maakt van titel, openingsvers, context in de bundel, en louter het 'tekstlichaam' van het gedicht bekijkt, kan men verdedigen dat het niet om versies van één gedicht gaat, maar om twee - of zelfs drie - verschillende gedichten. Die genese/transformatie van een gedicht in een nieuw gedicht wordt geconfronteerd met poëticale uitspraken van de auteur. Meer algemene kwesties die zich aandienen, zijn: Wat zijn de grenzen van een (versie van een) tekst? Is de auteur te vertrouwen als hij over zichzelf en zijn werk spreekt?


[Dit nummer][Agenda]