| 9905.17 |
|
|
|
9905.19 | Vorig Miniatuurtje |
|
|
|
Volgend Miniatuurtje |
|
Col: 9905.18
Date: Sat, 15 May 1999 11:41:05 +0200
Linguïstisch Miniatuurtje LIX: Moet je horen: kun je lachen!Iedere Nederlander is in staat om binnen enkele seconden de klassieke grap te herkennen. En niet alleen de communicatieve situatie of de extralinguïstische factoren zijn daarbij bepalend. De klassieke grap heeft ook een typische vorm. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat geen enkele taalkundige daar ooit eens een verloren middag aan heeft opgeofferd, maar ik kan zo in de gauwigheid geen literatuur ontdekken. Toch bestaan er bijzondere syntactische vormen die de mop kenmerken. We zouden deze 'iocationele indicatoren' kunnen noemen.Wanneer een verhaal begint met de zinsneden "Lopen twee linguïsten door de Kalverstraat. Zegt de een tegen de ander...", dan weet je onmiddellijk dat het om een grap gaat. Nou is die Kalverstraat wel een weggevertje, maar in andere settings gaat het ook: "Zitten zes professoren in de rectorskamer. Slaakt er een opeens een kreet". Het lijkt er dus wel degelijk op dat die syntactische vorm een duidelijke iocationele indicator is. Maar wat is die syntactische vorm dan precies? Zo op het eerste gezicht lijkt het begin van de grap, met die twee persoonsvormen in zinsinitiële positie, op de zogeheten 'Croma-constructie': "hou je van vlees, braad je in Croma". Maar dat kan onmogelijk de onderliggende structuur zijn. De Croma-constructie kent een typische semantiek, die er ruwweg gesteld op neerkomt dat het eerste gedeelte in oorzakelijk verband staat tot het tweede. Een als-danbetekenis. Maar in de iocationele setting is de betekenis "Als er twee linguïsten door de Kalverstraat lopen, dan zegt de een tegen de ander" een onmogelijke interpretatie. Dezelfde constructie komt ook nog in een andere betekenis voor, geïllustreerd in: "Lig ik net te slapen, wordt er gebeld". Deze semantiek is te omschrijven als een speciale vorm van het presens historicum, ook wel de 'vivid past' genoemd: de zin suggereert een levendige opeenvolging van gebeurtenissen: de eerste gebeurtenis is net begonnen en de tweede is plotseling van aard. Een parafrase zonder zinsinitiële persoonsvorm brengt de verleden tijd aan het licht: "ik lag net te slapen toen er werd gebeld", of: "toen ik net lag te slapen, werd er gebeld". Hoewel de levendigheid van deze semantiek wel past bij de klassieke grap, kan daar in dit geval geen sprake van zijn. De grap is eerder tijdloos dan verleden tijd. Bovendien kun je in de grap de eerste zin gewoon aanvullen met het woordje 'er', zonder dat dit met het tweede gedeelte dient te gebeuren: "er lopen twee linguïsten door de Kalverstraat. Zegt de een tegen de ander". De zinsinitiële posities van de twee persoonsvormen zijn dus onafhankelijk van elkaar. Het zou anders wel aantrekkelijk zijn om de eerste zin van de grap, zoals in de croma- of vividpast-constructie te beschouwen als een onderdeel van de tweede zin. Als dat kan, is er in de tweede zin namelijk helemaal geen sprake van een zinsinitiële persoonsvorm. De eerste zinsplaats is dan gewoon ingevuld met de eerste zin. Toch is ook dat een verkeerde gedachte. Terwijl de croma- en vividpastconstructie, ook qua intonatie, duidelijk één zin vormen, blijkt het in de grap mogelijk om allerlei aparte zinnen tussen te voegen: "Lopen twee linguïsten door de Kalverstraat. Het motregent een beetje, en het is niet erg druk. Zegt ineens de ene linguïst tegen de ander...". Doe je datzelfde in een vividpast-constructie, dan krijg je automatisch de intonatie van een tussenzin: "Lig ik net te slapen --de wekker is gezet, de gordijnen zijn al dicht-- wordt er gebeld." De volgende vraag is: is er niet in beide gevallen gewoon sprake van de zogeheten 'topicdeletie', het weglaten van het eerste zinsdeel als dat in de context duidelijk of overbodig is, zoals bijvoorbeeld in "ben even weg", "heb ik al gedaan", of "ben ik al geweest"? Zo lijkt in de eerste zin het woordje 'er' weggelaten: "Er lopen twee linguïsten door de Kalverstraat". Topicdeletie van 'er' is niet zo vreemd, want dat woordje is immers nagenoeg betekenisloos. Wel moeten we hierbij vaststellen, dat het in het midden van een normale conversatie ongebruikelijk is dat 'er' in topicpositie wordt weggelaten. Stel je een gesprek voor, waar plotseling de opmerking wordt gemaakt "Hee, er zit een vlek op je trui!". Probeer 'er' daar maar eens weg te laten. Met andere woorden: weglating van 'er' kan wel begrepen worden als topicdeletie, maar deze bijzondere vorm moet gerelateerd zijn aan het begin van een verhaal. Het is voorstelbaar, dat het introducerende karakter van het (presentationele!) 'er' bij het begin van een verhaal vanzelf spreekt. Dat aan het begin van een grap niet ELKE topicdeletie, maar alleen weglating van 'er' is toegestaan, ondersteunt deze gedachte. Een begin van een grap met de zin: "Liepen Hans en Riny door de Kalverstraat" is niet goed denkbaar. Een nonspecifiek subject is noodzakelijk, net als bij het presentationele 'er'. Is de zinsinitiële positie van de persoonsvorm in de vervolgzin ook topicdeletie? Dat is veel problematischer. De vraag is namelijk: WAT is daar weggelaten? Ik heb de indruk dat op de eerste zinsplaats wel een of ander temporeel connectief zoals 'dan' passend is, maar een concrete invulling van 'dan' levert een gek resultaat: "Er lopen twee linguïsten door de Kalverstraat. Dan zegt de een tegen de ander...". Dat is eigenlijk gewoon fout. Ook andere temporele elementen lijken in eerste instantie wel mogelijk, maar vallen af. Zo kun je bijvoorbeeld stellen dat de volledige zin luidt "Opeens zegt de een tegen de ander...", maar in dat geval is de zin "Zegt opeens de een tegen de ander..." problematisch. Daar kan immers 'opeens' niet in topicpositie zijn weggelaten. Daar komt bij, dat het onmogelijk blijkt om in het vervolg van de grap andere topics weg te laten: "Lopen twee linguïsten door de Kalverstraat. Ligt ineens een drol voor hun voeten". In de tweede zin is 'er' nu verplicht, en wel in postverbale positie! Ook de variant "Er lopen twee linguïsten door de Kalverstraat. Ben even vergeten wie het waren" lijkt, hoewel niet onmogelijk, een beetje vreemd, en in elk geval geen iocationele indicatie. De conclusie moet zijn, dat er in de vervolgzin van de mop geen sprake is van topicdeletie, maar van een lege operator in topicpositie. Dat ziet er wel hetzelfde uit, maar blijkbaar is het subtiel anders. Zo'n lege operator kan namelijk verantwoordelijk worden gesteld voor de speciale semantiek, die met geen enkel woord in het Nederlands correspondeert. Die semantiek houdt onder andere in: de indicatie van een lopend verhaal, met levendige opeenvolging van gebeurtenissen. Ook buiten de grap komt dit procédé voor: de uiting "komt me daar ineens Henk binnenlopen!" versterkt het plotselinge en onverwachte karakter van de gebeurtenis. Invulling van een expliciet temporeel connectief als 'dan' doet dit karakter verloren gaan. Syntactische iocationele indicatoren zijn dus de topicdeletie van het presentationele 'er' in de eerste zin, en het voorkomen van een lege operator in topicpositie in vervolgzinnen. Daarmee wordt de indruk gewekt, dat de loop der gebeurtenissen verrassend en spannend is. Dit wekt natuurlijk de interesse van de toehoorders op, die benieuwd raken naar het vervolg. Maar hoe loopt die grap nou af? Voor de fijnproevers dan, met regie-aanwijzingen: (vertellen tijdens een college over taalwetenschap) Lopen twee linguïsten door de Kalverstraat. Zegt de een: "Kun je ook topicdeletie hebben in negatieve zinnen?" Antwoordt de ander: "Weet ik niet" (met stalen gezicht wachten op aarzelend gelach). Tja. Ze zijn altijd flauwer als je ze uitlegt. Peter-Arno Coppen
|