| 9906.09 |
|
|
|
9906.11 | Vorig Miniatuurtje |
|
|
|
Volgend Miniatuurtje |
|
Col: 9906.10
Date: Mon, 7 Jun 1999 12:15:32
Linguïstisch Miniatuurtje LX: Dood door schuldVan de week weer eens een aardige discussie gehad met de Taaladviesdienst van Onze Taal. Niet dat we vechtend over straat rolden, maar het duurde even voordat we eruit waren. Het conflict was exemplarisch voor de verhouding taalkundige/taaladviseur: als taaladviseur raadpleeg je doorgaans verschillende bronnen en probeer je op basis daarvan tot een afgewogen oordeel te komen. Als alle naslagwerken overeenkomen, en er is maar één eigenwijze flapdrol van een taalkundige die iets anders beweert, wat moet je daar dan mee? Zeker als je zijn ongelijk ook niet zo duidelijk kunt aantonen kun je weinig anders doen dan op de meerderheid van de andere bronnen wijzen. Zo wordt de taalkundige waarheid een politieke waarheid. Gelukkig loopt het soms ook goed af.De aanleiding voor de discussie was de vraag naar de grammaticale correctheid van een krantenkop als "zes mensen gedood bij ontploffing gasfabriek". Moet dat niet zijn: 'omgekomen'? Er heeft toch geen moord plaatsgevonden? De naslagwerken stellen de criticus in het gelijk: het gebruik van 'gedood' in deze constructie wordt tegenwoordig door de woordenboeken gebrandmerkt als 'anglicisme' ("six people were killed"). In 1935 veroordeelde het Genootschap Onze Taal het nog als "vermoedelijk germanisme" ("sechs Menschen wurden getötet"). Het bestempelen van een constructie als 'anglicisme' is natuurlijk op zichzelf geen motivatie om hem af te keuren. Immers, de term 'anglicisme' betekent zoveel als: "in het Engels OK, maar in het Nederlands fout". Zeg je van iets dat het fout is omdat het een anglicisme is, dan is je motivatie circulair: iets is fout omdat het in het Engels weliswaar goed is, maar in het Nederlands fout. De vraag moet dus zijn: waarom zou in het Nederlands "zes mensen gedood bij een ontploffing" fout zijn? Het antwoord is dan: omdat er sprake is van een lijdende vorm ("zes mensen werden gedood"), waarin een handelende persoon geïmpliceerd is. De betekenis zou dan zoiets zijn als: "iemand doodde zes mensen bij een ontploffing". Dit is niet de bedoeling, dus het gebruik van de lijdende vorm is onjuist. Er zijn al meteen twee kanttekeningen bij deze redenering te maken. Ten eerste, als het gebruik van de lijdende vorm een handelende persoon zou impliceren, waarom is dat dan in het Engels niet zo? Immers, als 'werden gedood' een anglicisme is zou 'were killed' in het Engels wel goed moeten zijn. Maar 'were killed' is ook een lijdende vorm. Ten tweede, de lijdende vorm impliceert helemaal geen handelende persoon. In de lijdende vorm wordt hoogstens het subject van het gepassiviseerde werkwoord verondersteld. Als dat subject geen handelende persoon is (bijvoorbeeld bij werkwoorden als 'treffen, storen, verbazen') dan wordt die bij de lijdende vorm ook niet begrepen. De lijdende vorm kan dus geen reden zijn om de constructie af te keuren. Als de lijdende vorm een handelende persoon zou impliceren, kan dat alleen het gevolg zijn van het feit dat het werkwoord 'doden' zélf een handelende persoon impliceert. De vraag is dus: is dat zo? Kun je zeggen: "de ontploffing doodde zes mensen?", of "de pest doodde een kwart van de bevolking"? Ik zou zeggen van wel. Het WNT geeft nog de voorbeeldzin "Eveneens zal een gelijkgerichte stroom bij eene spanning van 1000 Volt eene doodende werking uitoefenen". Ja maar, zegt u nu, dat is dan natuurlijk een personificatie, waarbij de ontploffing, de ziekte of de stroom als een handelende persoon wordt voorgesteld. Ja, zo komen we er nooit uit. Dan zet ik de redenering langs een andere weg op. Neem het bijvoeglijk naamwoord 'dodelijk' in het Nederlands. Hoe is dat afgeleid? Drie mogelijkheden dringen zich op: het achtervoegsel '-elijk' is toegevoegd aan het zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord 'dood', of aan het werkwoord 'doden'. De afleiding van het zelfstandig naamwoord 'dood' is onwaarschijnlijk. Afleidingen van zelfstandige naamwoorden op '-elijk' ('huiselijk, hoofdelijk') betekenen iets als 'betrekking hebbend op'. 'Dodelijk' betekent echter niet 'betrekking hebbend op de dood', hoogstens 'de dood veroorzakend'. Maar er is geen enkele andere afleiding op een zelfstandig naamwoord met zo'n oorzakelijke betekenis. Afleidingen van een adjectief op '-elijk' ('ziekelijk, armelijk, kouwelijk') hebben een soort 'habituele' betekenis als 'vatbaar voor, vaak, gewoonlijk'. Iemand die ziekelijk is, is vaak ziek, of vatbaar voor ziek zijn. Aldus is door de afleiding het grondwoord geïmpliceerd. Maar iets wat 'dodelijk' is, is zélf niet dood. De derde optie, dat 'dodelijk' is afgeleid van het werkwoord 'doden' blijft dus over. Dat is ook niet zo gek. Een 'dodelijk vergif' is een gif dat 'kan doden' (overigens: hoezo handelende persoon?). Maar dat is interessant: gewoonlijk hebben afleidingen op '-elijk' met transitieve werkwoorden een passieve betekenis: 'bewerkelijk, aannemelijk, begrijpelijk' betekent 'kan bewerkt, aangenomen, begrepen worden'. Maar 'dodelijk' betekent niet 'kan gedood worden', maar 'kan doden'. Hoe zit dat? 'Doden' is toch transitief? De oplossing ligt in een andere groep werkwoorden die een afleiding op '-elijk' toestaan: 'vermakelijk, aanstekelijk, verrukkelijk, schadelijk, etc.'. Iets wat vermakelijk is, vermaakt, iets wat verrukkelijk is, verrukt. 'doden' behoort dus blijkbaar tot deze groep. Wat is dat voor een groep? Nader onderzoek leert dat het gaat om ervaringswerkwoorden, die als argumenten een oorzaak en een ervaarder nemen: 'iets vermaakt iemand', 'iets schaadt iemand', enzovoorts ('sterfelijk' is de uitzondering). Een diepere generatieve analyse zou hier ongetwijfeld voorstellen om de subjecten als onderliggende objecten te beschouwen, maar dat lijkt me niet zonder problemen. In elk geval heb ik nu de naslagwerken in de tang: het bestaan van het woord 'dodelijk' in de betekenis 'kunnende doden' bewijst dat het werkwoord 'doden' in het Nederlands een ervaringswerkwoord is. Dat wil zeggen: het werkwoord ziet de dood als een ervaring, die je door een bepaalde oorzaak overkomt (eigenlijk wel een mooie gedachte, nietwaar?). Maar dat betekent dat het subject van 'doden' geen handelende persoon is, maar een oorzaak. En als dat zo is, dan impliceert de constructie 'gedood worden' wel een oorzaak, maar niet een handelende persoon. En is 'gedood worden' geen anglicisme, maar van oudsher Nederlands. Kan dat nog hersteld worden in de dertiende druk van de Grote Van Dale? Uiteraard zal een geïmpliceerde oorzaak vaak geïdentificeerd worden met een handelende persoon. Mijn vriendin wees me op de zin 'Patienten gedood op de operatietafel', die een moorddadige chirurg suggereert. Dat is volgens mij te wijten aan het feit dat 'gedood worden' een oorzaak impliceert, en de chirurg wordt gezien als de eerste oorzaak voor alles wat er op de operatietafel gebeurt. Gebruik je hier 'omgekomen' of 'overleden', dan is de oorzaak niet meer geïmpliceerd en gaat de chirurg vrijuit. Ik draai de duimschroeven nog een slagje strakker aan: de naslagwerken adviseren om in krantenkoppen te schrijven: "zes mensen omgekomen bij ontploffing" in plaats van 'gedood'. Op basis van bovenstaande argumentatie moet ik echter concluderen dat dat een verslechtering is. Immers, door 'gedood' te gebruiken, accentueer je dat de ontploffing de oorzaak van het overlijden is. Met 'omgekomen' suggereer je eerder dat de ontploffing alleen een toevallige omstandigheid is. Het eerste is ontegenzeggelijk adequater. Peter-Arno Coppen
|