9908.05 Terug
Vooruit 9908.07
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 9908.06

Date: Wed, 04 Aug 1999 10:11:46 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 9908.06: Linguïstisch Miniatuurtje LXII: Het komt er nu pas echt op aan

Linguistisch Miniatuurtje LXII: Het komt er nu pas echt op aan

Zo, jongens en meisjes, na een maandje luieren gaan we er weer eens lekker tegenaan met onze cursus "Anatomie van de Levende Taal". Nee, dat hadden we helemáál niet de vorige maand ook al, toen ging het over Nijhoff en dat is een... Juist Menno, een dichter! Dus, waar ging het de vorige keer over? Inderdaad, letterkunde, en dat is heel iets anders. Nou zullen jullie zeggen, wat is dat voor een chaos bij die lessen Nederlands, maar er is wel degelijk een verband, let maar eens op.

We gaan ons vandaag bezig houden met de ontleding van de zin -Eddy, kan dat mobieltje af? Ja? Dank je wel. Nog anderen met een onstuitbare drang tot communicatie? Nee, nou even niet allemaal tegelijk, zo kan-ie wel weer. We gaan ons bezighouden met de ontleding van de zin 'Het komt er nu op aan dat je goed oplet'... Nee, dat ís de zin. Vingers?

Niemand een idee waar het bij deze zin om gaat? Hoeveel persoonsvormen tel je? Een? Bijna goed! Twee? Biedt er iemand meer? Drie? Welke zijn dat dan? 'Komt', inderdaad en ... 'oplet', juist. Meer pv's hebben we niet. Goed. We hebben twee persoonsvormen, dus ook twee zinnen. Dan nu de volgende vraag: staan die zinnen in de hoofdzinsvolgorde of in de bijzinsvolgorde? Laten we beginnen met de zin rond de persoonsvorm 'komt'. Carry? Hoofdzinsvolgorde? Ja, dat is wel goed, maar hoe weet je dat? Aha, omdat de werkwoorden gescheiden staan als je er een hulpwerkwoord bij zet. Dat klopt helemaal. Maak van 'Het komt er nu op aan...' bijvoorbeeld 'Het zal er nu op aankomen' en je ziet dat 'zal' en 'komen' -Hee, het is trouwens 'aankomen', zien jullie dat?- dat die niet naast elkaar staan. Dat is dus hoofdzinsvolgorde. En nu die andere zin. Dat is... inderdaad bijzinsvolgorde, want? Heel goed, Adriaan, maak er bijvoorbeeld van '...dat je blijft opletten' en de werkwoorden staan onlosmakelijk bij elkaar.

Mooi, we hebben nu hoofdzinsvolgorde en bijzinsvolgorde, dat is dus een klassiek geval van onderschikking. Een bijzin ingebed in de hoofdzin. 'Het komt er nu op aan dat je goed oplet.' Maar daarmee zijn we dan meteen bij de centrale vraag van deze les aangeland, namelijk: wat voor functie heeft die bijzin? Wie heeft daar ideeën over? Hans? Nee, bijwoordelijke bijzin kan ik niet goed rekenen. Er zijn inderdaad taalkundigen van naam die er zo over denken, en misschien wel niet ten onrechte, maar voorlopig ontleden we nog op de klassieke manier dus ik wil iets anders horen. Iemand anders?

Wie zei daar 'onderwerpszin'? Annelies? Ja, dat is niet zo gek gedacht. Waarom denk je dat? Vanwege het woordje 'het' dat het voorlopig onderwerp is, kijkkijk. Heeft iemand daar iets tegen in te brengen? Nicole? Voorzetselvoorwerpszin! En waarom? Het voornaamwoordelijk bijwoord 'erop' is voorlopig voorzetselvoorwerp. Inderdaad, dat zou ook heel goed kunnen!

Tja, daar zitten we dan met de gebakken peren. 'Het' is inderdaad het onderwerp van de zin, en 'erop' is inderdaad het voorzetselvoorwerp. Maar bij welk van de twee hoort die bijzin nou? En misschien wel belangrijker: hoe kunnen we dat bepalen? Ja jongens, "de betekenis", wat heb ik nou aan zo'n vage term! Hoe vaak heb ik het al niet gezegd: je kunt de juiste ontleding uiteindelijk altijd wel controleren aan de hand van de betekenis van de zin, maar de daadwerkelijke ontleding is meer gebaat bij praktische hulpmiddelen. Stel je voor dat je een voetballer bent: je kunt nog zo goed in je hoofd hebben hoe je de bal in de kruising wil curven, maar als je niet jarenlang dagelijks de techniek geoefend hebt wordt het heel lastig, he Johan?

Andere middelen dus. Onderwerp in het meervoud zetten, ja dat zou je misschien denken, maar dat wordt in dit geval moeilijk. Je kunt een bijzin niet in het meervoud zetten, dus je moet 'm vervangen door een woordgroep. Wat zeg je, Annelies? 'Twee dingen komen er nu op aan: dat je oplet en nog iets anders', ja dat lijkt wel een goede zin. Jongens, Annelies lijkt gelijk te hebben. Of moet het zijn: 'Het komt nu op twee dingen aan'? Ja, dat kan ook wel. Komkom, geen paniek, verwarring is leuk! Een andere test dan? 'Wie' of 'wat' vragen? Tja, dat is weer betekenis, dus daar hebben we voorlopig niks aan. Heel goed, Henk! Rechts-dislocatie, dat is ook een mogelijkheid! Hoe gaat dat dan in zijn werk?

Let eens even op, jongens en meisjes, moet het nu zijn 'Waar het op aankomt is dat je goed oplet' of 'Wat erop aankomt is dat je goed oplet'? Ja, denk maar even na, ik hóór die grijze cellen knarsen! Wat vinden we van de eerste zin? Wel goed? En in overeenstemming met de oorspronkelijke betekenis? Ja, nú mag je de betekenis wel in aanmerking nemen, want we zijn een variant aan het controleren, nietwaar? En de tweede zin? Veel minder, inderdaad, maar hij lijkt niet helemaal fout. Nou, daar komen we zometeen op terug. Stel dat die eerste variant goed is, wat bewijst dat? Inderdaad, dat de ontleding 'voorzetselvoorwerpszin' -Goed zo, Nicole!- in elk geval goed is.

Maar waarom klinkt die tweede variant dan niet helemaal fout? Niemand? Misschien wel omdat hij syntactisch wel correct is, maar semantisch niet. De betekenis klopt niet, zodat de controle onzin oplevert. Kan iemand me een andere invulling van de bijzin geven waarbij die tweede variant wél een goede zin is? Frederique? Juist, iedereen gehoord? 'Wat er nu op aankomt is of het zal lukken'. Valt er iemand iets op aan die invulling? Natuurlijk, het is een of-zin in plaats van een dat-zin! Maar hoe zit dat nu? Is een of-zin bij 'aankomen' altijd onderwerp en een dat-zin altijd voorzetselvoorwerp? Nee, dat klopt niet, want 'Waar het nu op aankomt is of je goed je best doet' is een goede zin, en daar is dus de of-zin voorzetselvoorwerp.

Als we goed kijken naar de constructie met 'aankomen', dan zien we dat het een 'iets komt op iets aan'-constructie is, met andere woorden, we hebben een gewoon onderwerp en een gewoon voorzetselvoorwerp. Het onderwerp is een resultaat, dat afhankelijk is van een gebeurtenis (of misschien wel eerder: een handeling): het voorzetselvoorwerp. Bijvoorbeeld: 'Succes komt aan op hard werken'. Ja ik weet wel dat dat betekenis is, maar nu mag het. In principe kunnen beide de vorm van een bijzin aannemen, maar niet tegelijk: 'Of je succes hebt komt erop aan dat je hard werkt' is toch een beetje een gekke zin. In ieder geval is dat onderwerp nooit een dat-zin. Het is niet 'Dat je succes hebt komt aan op hard werken'. Maar het voorzetselvoorwerp is soms een dat-zin: 'Succes komt erop aan dat je hard werkt', en soms een of-zin: 'De mate van succes komt erop aan of iedereen zijn best doet'. Daar kun je geen 'dat' van maken.

Er is nog een andere controle. Kijk eens naar de intonatie van een onverdachte onderwerpszin en die van een voorzetselvoorwerpszin. We nemen voor de laatste 'Het ziet er naar uit dat het gaat regenen'. Wat opvalt is dat je deze zin in één intonatiegroep kunt uitspreken, met geleidelijke stijging tot op 'regenen'. Nu een typische onderwerpszin: 'Het ziet er niet uit wat je doet'. 'Eruit' is hier een loos voorzetselvoorwerp, en de zin moet dus het onderwerp zijn. Maar wat zien we? Nu zijn er twee intonatiegroepen: de toonhoogte stijgt tot op 'uit', en dan kun je ofwel dalen tot het einde van de zin, ofwel laag beginnen en licht stijgen tot 'doet'. Dat is dus heel anders. En wat doen we nu bij 'Het komt er nu op aan dat je goed oplet'. Zien jullie wel? Hetzelfde beeld als bij de rechts-dislocatie. Voorzetselvoorwerpintonatie is in dit geval het beste, maar de andere intonatie is OK bij andere invulling, bijvoorbeeld: 'Het komt er nu echt op aan of je dat zal lukken.'

OK, zijn we er nu uit? Wat zei je, Simon? Wat is het verband met het vorige college? Goede vraag, maar dat is dan meteen het huiswerk voor de volgende keer: ontleed de zin 'Het komt er nu op aan wat je antwoordt'. Ik wil een gemotiveerde ontleding met de consequenties voor de woordsoortbenoeming. Schriftelijk, inleveren vóór vrijdag 12:00. Heb ik in het weekeinde ook wat te doen.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]