9911.20 Terug
Vooruit 9911.22

Rec: 9911.21

Date: Wed, 10 Nov 1999 08:56:29 +0200
From: Marc van Oostendorp <Marc.van.Oostendorp@meertens.knaw.nl>
Subject: Rec: 9911.21: Bespreking 'Alles is Turks' door Marc van Oostendorp van Nicoline van der Sijs (red.). Taaltrots. Purisme in een veertigtal talen. (Amsterdam/Antwerpen 1999)

Alles is Turks

Bespreking van:
Nicoline van der Sijs (red.). Taaltrots. Purisme in een veertigtal talen. Amsterdam/Antwerpen: Contact, 1999. ISBN 90-254-9624-5.

Er is in Nederland maar één echte leenwoorddeskundige en dat is Nicoline van der Sijs. Nadat ze eerder zelf enkele boeken en woordenboeken schreef over het onderwerp, redigeerde ze nu voor Het Taalfonds van uitgeverij Contact een bundel artikelen onder de titel Taaltrots waarin deskundigen korte bijdragen schrijven over het streven naar taalzuiverheid in een groot aantal talen: van het Gronings tot het Baskisch, en van het Surinaams-Nederlands tot het Armeens.

Soms verschijnt er een boek waarvan je denkt dat het voor jou alleen geschreven is. Ik had dat met dit boek: ik heb het ademloos van kaft tot kaft uitgelezen en me tegelijkertijd afgevraagd of er, behalve Nicoline van der Sijs, de auteurs van de hoofdstukken en ikzelf, nog iemand te vinden zou zijn die dit ook allemaal zal willen lezen. Voor de meeste taalkundigen is het purisme nu eenmaal geen onderwerp en je moet toch wel een apart soort belangstelling hebben om enthousiast te raken over hoofdstuktitels als 'Taalpolitiek en taalzuivering in IJsland' en 'De verjonging van het Latijn door Renaissance-humanisten'.

De bijdragen zijn van wisselende kwaliteit. Er zijn bijvoorbeeld goede, met kennis van zaken geschreven opstellen van vooraanstaande Nederlandse taalkundigen zoals Jan Schroten (over het Spaans en het Catalaans), Jan de Vries (over het Indonesisch) en Roel Otten (over het Turks, het Berber en het Arabisch), maar er zijn helaas ook een paar minder goed geïnformeerde stukken. De vertaalster Beata Szweryn meent in haar stuk over het Pools bijvoorbeeld dat de vervanging van het Franse -ion door het Poolse -acja in woorden als awiacja en impregnacja een kwestie is van 'spelling', terwijl dezelfde verandering ook heeft plaatsgehad in frustracja, dat betrekkelijk recent geleend is uit het Engels (blz. 232). Ook wat de lengte betreft zijn de stukken nogal ongelijk: voor het Vietnamees (door Koos Kuiper) zijn 3, voor het Arabisch (door Roel Otten) 25 bladzijden ingeruimd.

De hoogtepunten vormen wat mij betreft de inleiding door Van der Sijs zelf en de stukken over 'taalpolitiek in grotere regio's' door Rieks Smeets. Zij zijn helder geschreven en geven een goed overzicht van wat taalpolitiek in het algemeen en purisme in het bijzonder eigenlijk is. Er blijken verschillende vormen van zuiverheidsstreven te zijn. De traditionele Nederlandse vorm -- je afzetten tegen woorden die afkomstig zijn uit andere talen en daar 'eigen' alternatieven voor in de plaats stellen -- blijkt lang niet de enige. Het mooiste alternatief is misschien dat van Atatürk. Toen het hem na allerlei pogingen niet lukte om allerlei leenwoorden uit het Turks te bannen, besloot hij de Zonnetaaltheorie te volgen, die volgens Otten bedacht was door een 'obscure Weense taalkundige' en volgens welke het Turks het dichtst stond bij de oertaal. Omdat alle talen van het Turks zijn afgeleid, kunnen in het Turks dus ook geen leenwoorden bestaan: alle woorden komen uiteindelijk uit het 'echte' Turks. Otten noemt de Zonnetaaltheorie 'schandelijk', maar hij maakt niet duidelijk wat er precies schandelijk aan is, behalve dat hij evident onjuist is.

Over taalpolitiek wordt in Nederland nauwelijks geschreven, en over taalpolitiek buiten Nederland nog wel het minst van alles. Nicoline van der Sijs en haar auteurs hebben met Taaltrots in één keer een einde aan die situatie gemaakt.

Marc van Oostendorp


[Dit nummer]