| 0001.08 |
|
|
|
0001.b | Vorig Miniatuurtje |
|
|
|
Volgend Miniatuurtje |
|
Col: 0001.09
Date: Tue, 11 Jan 2000 14:24:00 +0100
Linguïstisch Miniatuurtje LXVI: De HEMA-constructieAls u snel bent kunt u het nog in het echt waarnemen: in alle HEMA-warenhuizen hangen aan het plafond grote borden met daarop de tekst: 'KRIJG! Vergeet uw millenniumbonus niet'. Het is echt een linguïstische belevenis om dat zelf mee te maken. Lees de tekst en voel de sensatie van "Er klopt iets niet aan die tekst, maar wat?".De achtergrond is prozaïsch: in de laatste maanden van het vorig jaar gaf de HEMA waardezegels uit die in januari 2000 kunnen worden ingeleverd voor korting op uw aankoop. Zeer waarschijnlijk beducht voor commentaar van consumentenorganisaties herinnert de HEMA nu haar klanten eraan de zegels vóór 31 januari in te leveren; na deze datum zijn ze waardeloos. Lever je je zegels in, dan KRIJG je dus korting. Dat het hier niet echt om ontvangen gaat maar om minder betalen, valt alleen een kniesoor op. Ik maak me sterk dat iedereen de taalkundige sensatie van het vreemde gebruik van de imperatief opmerkt. Waarom zou dat niet kunnen, de gebiedende wijs van het werkwoord 'krijgen'? Het ligt natuurlijk voor de hand dat een werkwoord dat geen handelende persoon als onderwerp heeft, niet als een bevel of aansporing gebruikt kan worden. Om die reden kun je ook geen bevel hebben als 'Val!' of 'Ontvang!'. Maar een gebiedende wijs hoeft geen bevel te zijn. Imperatieven kunnen in een aantal constructies gebruikt worden. Ik weet niet of ik hier volledig ben, maar naast het bevel kan ik er drie opnoemen. Ten eerste de constructie met 'maar eens': 'Raak maar eens je paspoort kwijt op een vreemd vliegveld'. Deze lijkt me verwant aan de bekende 'Croma-constructie': 'Hou je van vlees, braad je in Croma', maar dan zonder het tweede deel. De betekenis is een soort als-dan, met een je-weet-wel-interpretatie voor het weggelaten dan-gedeelte. Het is overigens nog maar de vraag of dit een echte imperatief is. Bij het werkwoord 'zijn' krijg je niet 'wees', maar 'ben': 'Ben maar eens drie dagen ziek (dan zul je wel zien wat er gebeurt)'. In elk geval niet 'Wees maar eens drie dagen ziek'. Dacht ik. Een tweede constructie voor de imperatief is de consecutieve constructie: 'Stuur de bon in en ontvang een prijs'. Twee zinnen die in een oorzakelijk verband staan, en opeenvolging in de tijd impliceren. De eerste zin heeft een 'normale' imperatief, met noodzakelijke handelende persoon, maar in de tweede zin mag ook een werkwoord met ondervindende persoon voorkomen. Ook hier zien we overigens ook weer zo'n soort als-danbetekenis (oorzakelijk verband). Een derde constructie is de aansporing: 'Kom maar hier', 'Huil maar eens even flink'. Dit zijn geen rechtstreekse bevelen, maar eerder aansporingen. Het gebiedende aspect is afgezwakt door modale partikels. Normaliter kunnen in de aansporende constructie ook alleen maar actiewerkwoorden voorkomen, maar er zijn een paar bijzondere gevallen die met verwensing te maken hebben: 'Val dood', en 'Krijg het leplazarus'. Zo op het eerste gezicht zou je zeggen dat hier geen sprake is van aansporing, maar bij nader inzien denk ik dat dat wel het geval is. De verwensing zou je namelijk semantisch kunnen analyseren als een aansporing van de omstandigheden om iemand iets te laten overkomen. Dat zou je in een generatieve analyse kunnen uitdrukken als een geval van nonthematisch argument. Als de normale aansporing als 'kom maar eens hier' iets zou zijn als '[ik [jou [(tot) PRO hier komen] aansporen]]', dan kan de verwensing 'Val dood' worden uitgedrukt als '[ik [het [(tot) jij doodvallen] aansporen]]'. Het subject 'jij' van het ingebedde werkwoord kan dan raisen naar de objectpositie, vóórdat het wegvalt. Heel subtiel. Helaas mogen we niet aannemen dat de HEMA met haar reclameborden de verwensing van haar clientèle op het oog heeft, dus blijkbaar is toch de aansporing bedoeld. Maar hoe kan dat dan? En wat is er dan toch zo vreemd aan die tekst? Ik vermoed dat de tekst 'Krijg!' toch een voorbeeld van de consecutieve constructie is, en dan elliptisch: vanuit een zin als 'Lever die zegels in en krijg!' is het eerste deel - de eerste vijf woorden - weggelaten omdat dat vanzelfsprekend wordt geacht. Daarnaast is bij 'krijgen' ook het lijdend voorwerp achterwege gebleven. Ook dat komt bij de consecutieve constructie wel vaker voor: 'Stuur de bon in en win!', 'Word lid en profiteer!'. Deze weglating van het lijdend voorwerp (of voorzetselvoorwerp) lijkt dan twee betekenisaspecten op te roepen: een beginaspect (inchoatief) en een herhalingsaspect (frequentatief). Als je de bon instuurt of lid wordt, begin je voortdurend dingen te winnen, of telkens te profiteren van aanbiedingen. Dat kan natuurlijk heel goed de bedoeling zijn van de reclame: suggereren dat het krijgen niet eenmalig is, maar voortduurt. Blijf bij de HEMA kopen, dan blijf je dingen krijgen. Toch is dat 'krijgen' nog gek. Ik had 'ontvang' beter gevonden. Dat zou wel eens een gevolg kunnen zijn van het feit dat 'krijgen' al de inchoatief van 'hebben' is (beginaspect), en eigenlijk geen echt lijdend voorwerp heeft. Dat wil zeggen, het lijdend voorwerp van 'hebben' is wel geanalyseerd als een small clause met 'zijn'. 'Ik heb het koud' is 'ik heb [het koud]', maar 'ik heb een boek' zou dan ook zijn 'ik heb [een boek PRED]', waarbij PRED een predikaat met een betekenis als 'in bezit' zou moeten zijn. Als 'krijgen' al een inchoatief is met alleen een small clause als object, dan kun je geen concreet object weglaten om een inchoatief van een frequentatief te krijgen. Dat is onmogelijk, en indien al mogelijk zou het dubbelop zijn. Vandaar dat 'Krijg!' in die functie een rare imperatief is. Of het moet zijn dat de HEMA in het nieuwe millennium de oorlog aan haar klanten verklaart. Peter-Arno Coppen
|