0004.10 Terug
Vooruit 0004.a

Art: 0004.11

Date: Sat, 01 Apr 2000 12:48:57 +0200
From: Jan Noordegraaf <noordegj@let.vu.nl>
Subject: Art: 0004.11: Artikel: Jan Noordegraaf. Noam Chomsky en zijn Nederlandse uitgevers. Twee retouches

Jan Noordegraaf.
Noam Chomsky en zijn Nederlandse uitgevers. Twee retouches

1. 'Een vuile houten wand'

Rond 1960 was er in Amsterdam een groepje taalkundig geïnteresseerden dat zich actief bezig hield met de exegese van het vroege werk van de Amerikaanse linguïst Noam Chomsky (*1928). Het 'Kryptanalytisch Genootschap', zo noemde dit gezelschap zich nadat Anton Reichling (1898-1986), de Amsterdamse hoogleraar Algemene Taalwetenschap, in een Groningse lezing de transformationeel-generatieve grammatica als "kryptanalytisch formalisme" had getypeerd. De leden van het Amsterdamse taalkundig gezelschap, onder wie A. Kraak en W.G. Klooster, traden in correspondentie met Chomsky en vroegen hem waar toch het grote boek bleef waarvan Robert Benjamin Lees (1922-1996) in 1957 in Language al een "preview" had gegeven. Ze doelden hiermee op Chomsky's The Logical Structure of Linguistic Theory, een werk "now in preparation", zoals Lees (1957:375) in noot 1 van zijn artikel had opgemerkt. Chomsky antwoordde dat het werk alleen nog op microfilm beschikbaar was en hij stuurde een exemplaar van de film naar Amsterdam. "Maandenlang werd de microfilm geprojecteerd 'op een vuile houten wand van een zolder' (Kraak, interview)1 en uitgetikt door Ina Schermer, Rudolf de Rijk en Pieter Seuren", aldus Rob Doeve, aan wiens doctoraalscriptie uit 1987, De ontvangst van de tgg in Nederland, ik deze anekdote ontleen (Doeve 1987:24).
     The Logical Structure of Linguistic Theory is zoals bekend een nogal omvangrijk boek en het is niet onbegrijpelijk dat de Technology Press van het MIT, die het manuscript in 1956 kreeg aangeboden, er mede om die reden van afzag dit "comprehensive and detailed" werk van een nog vrij onbekend auteur te publiceren (Chomsky 1975:3; cf. Murray 1999a:262).2 Maar het zou onjuist zijn om te denken dat Chomsky zijn boek niet bij een uitgeverij had kunnen onderbrengen.3
     Onlangs is er namelijk door Murray op gewezen dat twee Nederlandse uitgevers indertijd bereid waren om LSLT uit te geven. Belangrijk bewijsstuk is de luchtpostbrief van Noam Chomsky aan Cornelis van Schooneveld (*1921) van 12 september 1957, die door Murray (1999a:263; 1999b:349) in extenso wordt geciteerd. Chomsky reageert daarin verheugd op het aanbod van Van Schooneveld, de man van de Haagse uitgeverij Mouton, om "my long manuscript" te publiceren. Maar, schrijft Chomsky dan, "I have a tentative agreement with North Holland to publish it, if it meets their length requirements (i.e., if it is shortened sufficiently)".4 Verschillende malen daarna is er, zeker van de kant van Mouton, bij Chomsky op aangedrongen om het manuscript nu eens in te leveren. Het is Chomsky in de jaren 1958-1959 gewoon niet gelukt om het complete manuscript op een adequate en bevredigende manier te reviseren en persklaar te maken. Najaar 1959 gaf hij het revisiewerk op en liet het manuscript voor wat het was (Chomsky 1975:4). Pas in 1975 verscheen de versie 1955-1956 in boekvorm, bij een uitgeverij in New York.
     Laten we zeggen dat het niet aan de Nederlandse uitgevers gelegen heeft dat er begin jaren zestig op een Amsterdamse zolder veel en lang getikt moest worden.

2. De 'release' van Syntactic Structures

"In 1956, at the suggestion of Morris Halle, I showed some of my lecture notes for an undergraduate course at MIT to Cornelis Van Schooneveld, the editor of the Janua Linguarum series of Mouton and he offered to publish them. A slightly revised version appeared in 1957, under the title Syntactic Structures (SS)". Aldus Chomsky (1975:3).5 Een paar jaar geleden plaatste hij een nogal relativerende kanttekening bij dit gebeuren:
At the time Mouton was publishing just about anything, so they decided they'd publish it along with a thousand other worthless things that were coming out. That's the story of Syntactic Structures: course notes for undergraduate science students published by accident in Europe (Dillinger & Palácio 1997:162-163).
Maar wanneer verscheen Syntactic Structures nu precies? Ik stel deze vraag in verband met de publicatie van Lees' review article in Language, een stuk dat volgens Chomsky (1975:3) "almost simultaneously" van de pers kwam. Of zoals Newmeyer het zegt: "Early in 1957, Noam Chomsky's Syntactic Structures was released by Mouton in The Hague. But it did not share the fate of most first books by unknown authors distributed by obscure publishers. Within weeks, Robert B. Lees's review of it appeared in the journal Language." (Newmeyer 1980:19). Voor alle duidelijkheid: het nummer waarin Lees publiceerde, was de derde aflevering (juli-september 1957) van Language 33. Maar wat bedoelt Newmeyer nu met "early in 1957"? Een aantal bladzijden verder in zijn boek noteert hij: "By May of 1957, Syntactic Structures was off the presses" (1980:35). Op gezag van Van Schooneveld gaat Murray (1999b:345) er evenwel van uit dat dat Syntactic Structures "was published in November or December 1957".
     Maar iedere Nederlandse taalkundige kan weten dat Van Schooneveld even in de war geweest moet zijn. Zonneveld (1982:205-207) heeft er immers eens op geattendeerd dat Syntactic Structures al op 20 juli 1957 besproken werd in de NRC, en wel door de latere Utrechtse hoogleraar Algemene Taalwetenschap, H. Schultink (*1924). Zonneveld merkt als bijzonder detail nog op dat het Anton Reichling (1898-1986) is geweest die Schultink "op het spoor bracht van Syntactic Structures door hem aan te raden dat aardige boekje eens door te nemen". Hij vertelt er niet bij dat dit gebeurde toen Schultink, toentertijd promovendus van de Leidse hoogleraar E.M. Uhlenbeck (*1913), zich op 15 maart 1957 's morgens om 10.00 u. ten huize van Reichling had vervoegd (Amsteldijk 86 III in Amsterdam) voor een algemeen oriënterend taalkundig gesprek in verband met z'n dissertatie.6 Wellicht had Reichling, review editor van het internationale taalkundige tijdschrift Lingua, niet lang tevoren een exemplaar van Syntactic Structures toegestuurd gekregen. Schultink volgde het hooggeleerd advies op, vroeg een presentexemplaar aan bij Mouton, kreeg dat in mei binnen7 en publiceerde een bespreking in zijn NRC-taalkunderubriek van 20 juli 1957. Gegeven het verhaal over Reichlings suggestie is Newmeyers "by May of 1957" niet erg to the point.
     Echt goed gezocht naar de juiste datum hebben de Amerikaanse collega's niet. Een blik in het Nieuwsblad voor de boekhandel van 1957 verschaft immers uitkomst. In nummer 7 van jaargang 124 van dit blad staat Syntactic Structures op bladzijde 129 vermeld bij de nieuw verschenen boeken. Het is het nummer van donderdag 14 februari 1957, en daarmee lijkt me Murray's (1999b:345) suggestie dat Lees' recensie "may be the only prepublication book review that appeared in Language during the 1950s" voldoende ontkracht.
     Het is dus correct wat Lees op 22 februari 1957 schreef aan Bernard Bloch (1907-1965), de Chomsky welgezinde redacteur van Language, namelijk dat Syntactic Structures was "released [...] just last week".8 In diezelfde brief vertelde Lees ook: "My review should be finished within a week or so, but I could send you a carbon of most of a preliminary draft". Hij stuurde zijn besprekingsartikel uiteindelijk in op 26 april 1957, en het uitvoerige stuk9 kreeg prompt een prominente plaats in een van de volgende nummers van Language.10 Zoveel lijkt me uit de brief aan Bloch wel duidelijk dat Lees heeft kunnen beschikken over een versie of een kopie van Chomsky's typoscript.11 Op basis daarvan kon hij het besprekingsartikel schrijven dat hij tijdens een LSA meeting al bij Bloch had aangekaart (cf. Murray 1999b:345-346).
     "I expect that there would have been little notice in the profession had it not been for a provocative and extensive review article by Robert Lees", merkte Chomsky (1975:3) later op. In 1957 kon zijn internationale carrière haar hoge vlucht beginnen - with a little help of my friends.12

Literatuur

  • Chomsky, Noam (1957). Syntactic Structures. The Hague: Mouton.
  • Chomsky, Noam (1975 [1956]). The Logical Structure of Linguistic Theory (with a new Introduction). New York: Plenum.
  • Chomsky, Noam (1997). "Knowledge of History and Theory Construction in Modern Linguistics". Chomsky no Brasil / Chomsky in Brazil. Revista de Documentaçio de Estudos em Lingüística Teórica e Aplicada (D.E.L.T.A.) 13, No. Especial: 103-122.
  • Dillinger, Mike & Adair Palácio (1997). "Generative Linguistics: Development and Perspectives. An interview with Noam Chomsky". Chomsky no Brasil / Chomsky in Brazil. Revista de Documentaçio de Estudos em Lingüística Teórica e Aplicada (D.E.L.T.A.) 13, No. Especial: 159-194.
  • Doeve, Rob (1987). De ontvangst van de TGG in Nederland. Doctoraalscriptie Nederlandse taalkunde, Vrije Universiteit Amsterdam. Ongepubl.
  • Harris, Zellig S. (1957). "Co-occurrence and transformation in linguistic structuren". Language 33: 283-340.
  • Koster, J. & H.J. Verkuyl (1988). "Het wisselen van de wacht: de opkomst van de generatieve grammatica in Nederland". Lezing 40e Nederlandse Filologencongres, Leiden 17 december 1988. Ongepubl.
  • Lees, Robert B. (1957). Review of Chomsky 1957. Language 33: 375-407. (Repr. in On Noam Chomsky: Critical Essays ed. by Gilbert Harman Garden City, New York: Anchor Books 1974, 34-79).
  • Murray, Stephen O. (1999a). "How The Logical Structure of Linguistic Theory Didn't Get Published During the 1950s or 60s". The Emergence of the Modern Language Sciences: Studies on the transition from historical-comparative to structural linguistics in honour of E.F. Konrad Konrad Koerner. Ed. by John E. Joseph, Hans-Josef Niederehe & Sheila Embleton. Amsterdam & Philadelphia: John Benjamins 1999. Vol. I, 261-266.
  • Murray, Stephen O. (1999b). "More on gatekeepers and Noam Chomsky's writings of the 1950's". Historiographia Linguistica 26: 343-353.
  • Newmeyer, Frederick J. (1980). Linguistic Theory in America. The First Quarter-Century of Transformational Generative Grammar. New York etc.: Academic Press.
  • Oostendorp, Marc van (1999). "Honderd jaar revolutie. Taalwetenschap in de twintigste eeuw". Taalboek van de eeuw onder redactie van Peter Burger & Jaap de Jong. Den Haag: Sdu Uitgevers / Antwerpen: Standaard Uitgeverij, 121-135, 238-239.
  • Seuren, Pieter A.M. (1971). "Chomsky, man en werk". De Gids 134: 298-308.
  • Zonneveld, Wim (1982). "De moderne taalwetenschap, in het bizonder in Nederland". Forum der Letteren 23: 201-217.
Noten
  1. Het interview met Kraak was er een uit de reeks vraaggesprekken die ooit door J. Koster en H.J. Verkuyl gehouden zijn met een aantal Nederlandse en enkele buitenlandse taalkundigen (zie Koster & Verkuyl 1988). De gesprekken zijn op cassetteband opgenomen, maar nog niet openbaar gemaakt.
  2. Zoals Chomsky het enkele jaren geleden zag: "Initially, it was about 800 pages long and was completely unpublishable. It was only written for a few friends. My wife and I ran it off a mimeograph machine (there was no xerox at the time), making about 30 copies, and gave it out to a few friends who were interested in this strange topic" (Dillinger & Palácio 1997: 162).
  3. Ik neem aan dat Seuren in 1971 een indertijd algemeen gangbare opvatting verwoordde toen hij over LSLT schreef: "De omvang van het werk, alsmede het technische karakter van de tekst en de ongewoonheid van de theorie in het licht van toen gangbare linguïstische publikaties maakten dat het werk nooit gepubliceerd werd: de uitgevers durfden het risico niet aan" (Seuren 1971:299). Dat de Nijmeegse emeritus inmiddels tot andere inzichten is gekomen, blijkt wel uit de opmerkingen over deze kwestie in zijn recente Western Linguistics. An Historical Introduction, Oxford: Blackwell 1998, p. 244.
  4. In 1985 liet Chomsky in een brief aan Murray weten dat hij nimmer gehoord had van "the alleged offers to publish LSLT" (Murray 1999b:348).
  5. In 1971 kon Seuren de lezers van De Gids nog de volgende, meer "romantische voorstelling" (Doeve 1987:140) van zaken geven:
    In die tijd [1955 of 1956] bezocht een vertegenwoordiger van de firma Mouton, de Haagse uitgeverij, het MIT en werd daar in contact gebracht met de jonge Chomsky. Chomsky had de aantekeningen voor zijn college taalkunde op zijn bureau liggen, en de man van Mouton vroeg of hij deze misschien even in mocht zien. Chomsky haalde de schouders op en zei dat het waarschijnlijk van geen belang was voor een uitgever. Hij had de hoop op uitgave van zijn taalkundig werk opgegeven (Seuren 1971:299).
    Wat Morris Halle (*1923) betreft: die publiceerde in1956 zijn met Roman Jakobson (1896-1982) geschreven Fundamentals of Language bij Mouton, als eerste deeltje van de serie Janua Linguarum.
  6. H. Schultink, pers. comm.
  7. Schultink noteerde op de Franse titelpagina van zijn exemplaar: "mei 1957".
  8. Murray (1999b:345) gaat aan deze opmerking voorbij en kiest voor de versie-Van Schooneveld. Vandaar zijn conclusie dat Lees' review "has to have been submitted before Syntactic Structures was published".
  9. De bespreking was "quite long", erkende Lees in zijn begeleidende brief aan Bloch, maar de lengte ervan werd naar zijn mening gerechtvaardigd door "the great importance of the reviewed work" (Murray 1999b:346).
  10. Het boekje Fundamentals of Language van Roman Jakobson en Morris Halle, deel 1 van de serie Janua Linguarum ('s-Gravenhage 1956), werd door Martin Joos (1907-1978) in hetzelfde nummer van Language gerecenseerd. Deze bespreking kreeg een duidelijk minder strategische plaats toebedeeld (p. 408-415).
         Merk op dat Zellig S. Harris (1909-1992) op de hoogte was van (het verschijnen van) Lees' recensie. In zijn artikel "Co-occurrence and transformation in linguistic structure", dat in dezelfde aflevering van Language verscheen, verwijst hij in noot 1 (1957:283-284) naar Syntactic Structures, "reviewed by Lees in this number of Language". H. Schultink attendeerde me op deze noot.
  11. Zo was hij ook "privileged" geweest "to read a first version of the larger work", i.e. LSLT (Lees 1957:375).
  12. "[C]ollegataalkundigen zagen niets in zijn [= Chomsky's] theorie", schrijft Van Oostendorp (1999:121). Niet alle collega's dus - "rather than rejection there was encouragement", oordeelt Murray (1999b:351) zelfs.


[Dit nummer]