| 0009.35 |
|
|
|
0009.37 |
|
Lit: 0009.36
Date: Wed, 27 Sep 2000 23:41:11 +0200
Universele aanlegspelden en linkshandige inktspuiten
In vijf hoofdstukken en tien bijlagen is alles te vinden wat de moderne thuisdrukkers zouden willen weten en kan de geïnteresseerde buitenstaander een goede indruk krijgen van wat er in dat 'vak' tegenwoordig omgaat. 'Alles' is uiteraard een rekbaar begrip, want dat verandert met de dag: er is altijd méér literatuur te vinden, er zijn natuurlijk veel meer interessante Internetsites, er zijn altijd nog margedrukkers die zich ten onrechte drukken. Maar een kenmerk van een goed vademecum is, dat het daarin voorziet door losbladig te zijn: er kunnen bladen toegevoegd en gecancelled worden. Mijn belangrijkste kritiekpunt is eigenlijk dat de bijlagen niet gescheiden zijn door gekleurde plastic tabbladen met genummerde grijpertjes om al die vieze drukinktvingertjes op te vangen bij het raadplegen. En nu we toch met kritiek bezig zijn: waarom zijn de voetnoten niet uitgevuld? Dat ondanks deze zware kritiek dit vademecum zijn weg zal vinden naar de 119 geregistreerde margedrukkers, die bij elkaar over 262 machines en 329 verschillende lettertypen beschikken, moge vanzelfsprekend zijn. Maar ook al diegenen die belangstelling hebben voor typografie en het bibliofiele boek kunnen hier terecht. Een korte synopsis van de inhoud mag dat duidelijk maken. De Werkgroep Typografie & Informatie streeft naar het behoud van typografisch cultureel erfgoed. In hoofdstuk 1 wordt verslag gedaan van het repareren van machines en het opnieuw vervaardigen van onderdelen daarvan (zoals de universele aanlegspeld of de ruiterrol) met behulp van gespecialiseerde technici. Hoofdstuk 2 bevat de bijzonderheden over de inventarisatieronde, waarvan de resultaten vallen te bewonderen in de bijlagen 1-6 met de gebruikte formulieren, de persen, het lettermateriaal, de margedrukkers naar woonplaats, drukkersnaam en adres. De documentatie van de vakliteratuur staat centraal in hoofdstuk 3, annex bijlage 7 (lijst typografische vakboeken). Met nadruk wordt erop gewezen hoe belangrijk het is om werk te maken van het verzamelen en registreren van documenten die betrekking hebben op het materiaal van de 19-de en 20-ste-eeuwse typograaf en de opleiding tot dat uitgestorven beroep. De resultaten van de Praktijkgroep Hoogdruk die zich met de bestudering van deze zaken bezighoudt, zijn samengevat in hoofdstuk 4 (metaal en druktechniek; chemie rond de pers; de overgang van analoog naar digitaal en eventueel de mix daarvan). De overige activiteiten komen aan de orde in hoofdstuk 5, zoals de acties met betrekking tot de rollen en de inktspuit (om te bouwen voor linkshandigen!; zie bijlage 10), contacten met leveranciers van de steeds zeldzamer wordende spullen (adressen in bijlage 8), de mogelijkheid om de marginale uitgaven onder de aandacht te brengen in het tijdschrift Boekenpost en de contacten met de institutionele verzamelaars van marginaal drukwerk: de Universiteitsbibliotheek Amsterdam, de Zeeuwse Bibliotheek, het Museum van het Boek en de Koninklijke Bibliotheek. Bijlage 9 bevat twee getuigenissen van margedrukkers met reflexies op hun vak. Frans de Jong wordt lyrisch als het gaat om drukspanning en Gerard Post van der Molen blikt vooruit naar een renaissance voor de typografie die - na vijfentwintig jaar Drukwerk in de Marge - wellicht kan opdoemen door experimenteren met een combinatie van analoog en digitaal. Het veelzijdige Tot de laatste bout is uitsluitend verkrijgbaar (verzendkosten NLG 15,00) bij Minotaurus Boekwinkel, Sint Antoniesbreestraat 3D, Postbus 16477, 1001 RN Amsterdam, tel./fax +31-(0)20-6227748 (dinsdag-vrijdag 13.30-17.30, zaterdag 13.30-17.00 uur). P.J. Verkruijsse
|