0012.36 Terug
Vooruit 0012.38
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 0012.37

Date: Sat, 23 Dec 2000 11:17:03 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 0012.37: Linguïstisch Miniatuurtje LXXIII: Achtergebleven Onderwerpen?

Linguïstisch Miniatuurtje LXXIII: Achtergebleven Onderwerpen?

Het moet al meer dan een jaar geleden zijn -ik vond het in een oude aantekening- dat ik 's avonds langs een sportprogramma zapte waar de Brabantse tennisster Mirjam Oremans geïnterviewd werd tijdens een avondje stappen in Den Bosch. In een café binnenkomend merkte zij terloops op: "Leuke kroeg dit trouwens". Gave uiting, één intonatiegroep, geen komma's of haperingen. Ongemarkeerde taaluiting.

Wel een gekke woordvolgorde dat overigens. Bij nader inzien vind ik bijna alles aan deze uiting problematisch: het predikaatsnomen staat voorop, maar het is ontdaan van een bij normale volgorde verplicht lidwoord (niet "dit is leuke kroeg", maar "dit is een leuke kroeg"). Na het pronominale onderwerp staat een soort after thought ("trouwens"), die zonder komma-intonatie wordt uitgesproken. En ten slotte is het subject verplicht "dit" of "dat", en nooit "het". Wat is dat voor een rare constructie?

Een voor de hand liggende analyse is dat het hier een vooropplaatsing van het predikaat betreft ("Leuke kroeg is dit"), met weggelaten persoonsvorm. Het lidwoordloze predikaatsnomen lijkt hierop te wijzen. Maar we kunnen de uiting -enigszins geforceerd- uitbreiden tot "altijd een leuke kroeg geweest dit trouwens", die ongetwijfeld van dezelfde soort is. Maar hieruit blijkt dat het onderwerp helemaal achter de werkwoordelijke groep staat, op een plaats waar het in normale zinnen nooit voorkomt.

Zinnen met een achteropstaand lijdend voorwerp, zoals "leg neer die bal" zijn in de generatieve literatuur wel eens besproken, bijvoorbeeld door Marcel Den Dikken. Die ontleende, in goede minimalistische traditie, onmiddellijk aan deze constructie een argument voor een onderliggende SVO-volgorde. Het object zou hier bij uitzondering zijn blijven staan op zijn basispositie.

Overigens nam Den Dikken wel nog een operator movement aan om parasitaire-gapzinnen te verklaren als "Leg nooit zonder op te pompen weg die bal". Enfin, leest u het maar eens na in de bundel Language and Cognition uit 1992.

Het achteropstaand subject lijkt van hetzelfde laken een pak. Toch zijn er bij nadere beschouwing wel wat complicerende factoren. Zo zijn er volgens mij ten minste twee verschillende constructies: één met een achteropstaand pronomen 'jij', dat gereserveerd is voor imperatieven en exclamatieven: "Leg neer die bal jij", of "mooi gezongen dat lied jij!". Dat is trouwens niet altijd een vocatief, zoals op het eerste gezicht lijkt ("goed gedaan dat zoontje van jou!"). Vervelend voor minimalisten is dat object en subject nu in een onverwachte volgorde optreden. Het is duidelijk dat niet beide zinsdelen op hun basispositie staan (tenzij we uitgaan van onderliggende OS-volgorde). Ze kunnen dus niet allebei zijn "achtergebleven" terwijl de hele rest van de zin naar voren geplaatst is.

Een andere constructie is gereserveerd voor exclamatieve constructies met vooropstaand object of predikaatsnomen, en weggelaten persoonsvorm van 'hebben' of 'zijn': "een spieren die vent!", "een heel gewicht zo'n walvis", of zelfs "een hoop mensen gelukkig gemaakt met dure kado's die Sinterklaas!" Bij al die constructies kun je een exclamatief 'wat' toevoegen.

Vreemd genoeg zijn de beperkingen op het achteropstaande subject in deze laatste constructie identiek aan die voor het achteropstaande object bij imperatieven: het moet deiktisch gemarkeerd zijn, met 'dit', 'dat' of 'zo'n'. De zin kan wel verder gecompleteerd worden met persoonsvorm en pronominaal subject, maar dan krijg je onmiddellijk een komma-intonatie, waardoor het achteropstaande subject het karakter van een after thought krijgt: "wat heeft hij een spieren, die vent!" of "dat is een heel gewicht, zo'n walvis!". Net zo bij "Leg 'm eens neer, die bal!". Het lijkt erop dat er in dat geval sprake is van een echte herhalende constructie, waarbij het achteropstaande subject of object in after-thoughtpositie staat.

Den Dikken observeerde de mogelijkheid tot een parasitair gat bij het achteropstaande object. Dat kan ik ook. Dat wil zeggen, ik kan het met een cross-overeffect op een beknopte bijzin met PRO. Zie het voorbeeld "Er is een baby, na in de baarmoeder te zijn geopereerd, toch nog vlot geboren". Beetje geforceerd maar dat zijn die pg-zinnen ook allemaal. Neem even aan dat hij correct is. Apprecieer in elk geval het verschil met "Er is, na in de baarmoeder te zijn geopereerd, een baby toch nog vlot geboren", die gewoon fout is. En vergelijk die twee nu met "Na in de baarmoeder te zijn geopereerd toch nog vlot geboren die baby!". Lijkt meer op de eerste variant, niet? Dus moet er een cross over hebben plaatsgevonden van een element dat op z'n minst anaforisch verbonden is met het subject. Met andere woorden, ofwel er moet, net als in Den Dikkens analyse, een operator over de bijzin heengegaan zijn, ofwel het subject zelf moet via een soort "jojo-movement" eerst naar voren, en dan naar achteren geplaatst zijn.

Die operatorverplaatsingsanalyse is natuurlijk problematisch als je beide vormen kunt combineren: de al eerder genoemde gevallen als "Leg neer die bal jij!". Helaas (gelukkig?) is het cross-overeffect hier lastiger aan te tonen vanwege het feit dat in dit geval het subject altijd tweede persoon is. Maar is dat wel zo? Laten we eens kijken naar de volgende zin: "ik zag zonder je te haasten jou de kadootjes inpakken". Foute zin nietwaar? Nu "ik zag jou zonder je te haasten de kadootjes inpakken". Die is goed. De PRO in de vrije adverbiale bijzin kan alleen gebonden worden als het antecedent vóór de bijzin staat. Welnu, hoe doen we dan: "Leg zonder je te haasten neer die bal jij!". Moet nu niet dat antecedent in onzichtbare vorm vóór de bijzin aanwezig zijn?

Iemand zou eens serieus moeten kijken naar die constructies met achteropstaande subjecten, en zeker in combinatie met achteropstaande objecten. Wat zijn dat voor constructies? Wat vertellen ze ons over de structuur van gewone zinnen? Vormen ze inderdaad weer eens een aanwijzing dat de gekste zinnen ons de meeste informatie over de gewoonste gevallen geven?

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]