0101.24 Terug
Vooruit 0101.26
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 0101.25

Date: Mon, 15 Jan 2001 14:10:18 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 0101.25: Linguïstisch Miniatuurtje LXXIV: Allemaal uitgegeten?

Linguïstisch Miniatuurtje LXXIV: Allemaal uitgegeten?

Waar gaat het om in de wetenschap? Dat is nou typisch zo'n vraag die je bij het korten der dagen bekruipt, en waar je vervolgens plompverloren tijdens een feestje in december een aardig antwoord op te binnen schiet. Misschien heeft iemand het al eens eerder gezegd (het klinkt zo bekend), maar ik hoorde iemand praten over "het bijzondere in het algemene en het algemene in het bijzondere". Toegegeven, een beetje een tegeltjeswijsheid, maar er zit wat in. Het is typisch naïef en onwetenschappelijk gedrag om te hameren op het bijzondere van het bijzondere, en de wetenschapper die alleen aandacht besteedt aan het algemene van het algemene verdoet zijn tijd met verschijnselen die de theorie niet in gevaar kunnen brengen. Nee, het gaat erom het bijzondere te ontdekken in het algemene, en het algemene in het bijzondere. Nu ik dat zo neerschrijf raak ik er steeds sterker van overtuigd dat iemand dit al eens zo beweerd zal hebben. Nou ja.

Bekijken we eens zo'n algemeen geval: "Zijn jullie uitgegeten?". Dat is toch een doodnormale zin, nietwaar? Totdat je er eens met een taalwetenschappelijke blik naar gaat kijken. Hoe zit die zin in elkaar? Makkelijk, zult u zeggen: een onderwerp 'jullie', en een werkwoordelijk gezegde 'zijn uitgegeten'. Geen voorwerpen, dus het gezegde is opgebouwd rond een intransitief werkwoord. En o ja: het is een voltooid tegenwoordige tijd, want het betekenisaspect 'voltooid' is prominent aanwezig.

Inderdaad een eenvoudige analyse. Maar er klopt niets van. En het is niet eens zo moeilijk om hem te falsifiëren. Allereerst dat intransitieve werkwoord. Welk werkwoord moet dat zijn? 'Uiteten'? Maar dat werkwoord bestaat helemaal niet! Ja, je kunt wel 'uit gaan eten', maar dat betekent iets heel anders en bovendien schrijf je dan 'uit' en 'eten' niet aan elkaar (al verbaas ik me na het laatste Groot Dictee der Nederlandse taal nergens meer over). Dat zogenaamde intransitieve werkwoord 'uitgegeten' bestaat dus blijkbaar alleen maar in specifieke vormen. Met een modaal hulpwerkwoord gaat het ook nog wel ('Ik moet eerst nog even uiteten', of 'Laat me eerst even uiteten'), maar het volledige paradigma ontbreekt (zie bijvoorbeeld: 'wij aten gisteren uit', dat alleen iets heel anders kan betekenen).

Zo'n werkwoord 'uitgegeten' is dus al problematisch. Maar het zou toch in elk geval een werkwoord moeten zijn dat afgeleid is van het werkwoord 'eten' met voorvoegsel 'uit'. Dat levert echter weer meteen moeilijkheid nummer twee op: alle werkwoorden afgeleid van 'eten' met een voorvoegsel (bv. 'opeten', 'meeeten', 'dooreten') krijgen in de voltooide tijd het hulpwerkwoord 'hebben'. Hier zien we opeens 'zijn'. Hoe kan dat? Er bestaan natuurlijk wel constructies met hulpwerkwoord 'zijn' en voltooid deelwoord ('De kalkoen is opgegeten'), maar dat betreft dan altijd passieven, waarbij het werkwoord 'geworden' is weggelaten. Dat kan hier niet de goede analyse zijn.

Zijn deze problemen al niet gering, de doodssteek voor de eenvoudige analyse is moeilijkheid nummer drie: de zin is helemaal geen voltooide tijd! Ik breng nog maar eens de test uit miniatuurtje 70 in herinnering (http://www.neder-l.nl/bulletin/2000/09/000937.html), die de voltooide tijd detecteert met behulp van de dubbelzinnigheid van een temporele aanduiding als 'maandag'. De zin 'Ik heb maandag gestemd' kan begrepen worden als een verslag van afgelopen maandag, of als een voorspelling dat het stemmen vóór aanstaande maandag zal zijn afgerond. Een naamwoordelijk gezegde met 'maandag' kan alleen als voorspelling begrepen worden. En wat zien we hier? 'Zijn jullie maandag uitgegeten?' kan alleen maar begrepen worden als een verwijzing naar aanstaande maandag. Geen voltooide tijd dus.

Misschien denkt u dat mijn test fout is. Inderdaad is het voorstelbaar dat bepaalde betekenisaspecten de interpretatie van temporele bepalingen kunnen beïnvloeden. Maar welke zouden dat kunnen zijn? Het feit dat de voltooidheid al begrepen is in dat 'uit' van 'uitgegeten' misschien? Ik geloof daar niks van. Neem het volgende minimale paar: 'Ben je geëindigd?' en 'Ben je klaar?'. Zelfde betekenis. En zet daar eens 'maandag' bij. Dan is 'Ben je maandag geëindigd?' volgens mij dubbelzinnig, en in 'Ben je maandag klaar?' is het volslagen (maar dan ook volslagen) onmogelijk om 'maandag' als 'afgelopen maandag' te begrijpen. Betekenis doet er niet toe. Het gaat om de syntaxis.

Maar wat is dat dan voor een eigenaardige constructie met een werkwoord 'zijn' en een voltooid deelwoord geprefigeerd met 'uit'? De Algemene Nederlandse Spraakkunst maakt zich ervan af met een terloopse opmerking, in een passage over samengestelde werkwoorden met 'uit' . De ANS signaleert dat er een groep van dit soort werkwoorden bestaat waarbij "het betekeniselement 'gericht zijn op een resultaat (gewoonlijk het beëindigen) van de werking' aanwezig [is]". Voorbeelden zijn werkwoorden als 'uitblussen, uitbroeden, uitdrogen, uitrouwen, uitwerken, uitwissen, uitzieken, uitzoeken.' Daarnaast geeft de ANS de voorbeeldzinnen 'Laat ze maar uitruziën' en 'Zo, ben je uitgekopieerd?'.

Hieruit mogen we opmaken dat de ANS in al deze gevallen van een werkwoordelijke analyse uitgaat. Dat lijkt me althans in de laatste voorbeeldzin aanvechtbaar. Daarnaast vormen de ANS-voorbeelden een bonte verzameling van verschillende gevallen. Zo lijkt me aan een constructie met 'uitblussen' en 'uitbroeden' een small clause met resultaatbetekenis ten grondslag te liggen ('hij bluste [de brand uit]'), wat bij 'uitzieken' en 'uitdrogen' veel moeilijker is.

Ondertussen kunnen we wel met de ANS instemmen dat onze constructie (in het ANS-voorbeeld met 'uitgekopieerd') wel duidelijke perfectieve kenmerken lijkt te hebben. De ANS omschrijft dat als het betekeniselement "het beëindigen van de werking". Maar blijkens onze test is dat betekeniselement niet gelijk aan het perfectieve aspect dat in een voltooide tijd is uitgedrukt. De zin 'Ben je zaterdag uitgekopieerd?' kan alleen maar een vraag over aanstaande zaterdag betreffen.

Aldus zien we dat een algemeen geval als 'Zijn jullie uitgegeten?' vol zit met bijzondere kenmerken. Maar wat is er nou weer algemeen aan dat bijzondere? Dat bewaar ik voor het volgende miniatuurtje. Laat mij ook eens een keer een cliffhanger gebruiken.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]