|
Col: 0101.26
Date: Thu, 25 Jan 2001 00:56:07 +0100
From: Willem Kuiper <willem.kuiper@hum.uva.nl>
Subject: Col: 0101.26: Column Willem Kuiper, no. 52: Eer voor goet
is myn gemoet
Column Willem Kuiper, no. 52:
Eer voor goet is myn gemoet
Hoe komt een mens de donkere dagen - ook wel de feestdagen geheten -
door? Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar een winterslaap. Op de
avond van het feest van de heilige Martinus van Tours het bed op 1 en
niet eerder wakker worden dan op de ochtend van Maria Lichtmis. Dat
noem ik nou een Stille nacht, heilige nacht!
Dus dan maar op zoek naar iets anders
om niet in het zwarte gat te vallen. Gelukkig ook gevonden, en zoals
dat wel vaker gaat, daar waar je het niet zoekt.
U moet weten dat ik in de loop van
het afgelopen jaar binnen het Meertens Instituut getransfereerd ben van
het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire
Teksten naar het Repertorium van het lied tot 1600. In het
begin was dat even wennen: 16e-eeuws is een heel ander taaltje dan het
13e-eeuws van Jacob van Merlant. Om maar te zwijgen over de penvoering
van mijn scribenten!
Men is nooit te oud om te leren, Al
doende leert men, en Oefening baart kunst! Als ik mij niet vergis zijn
deze dooddoeners ongeveer even oud als die zestiende-eeuwse liedjes.
Maar omdat ik er slecht tegen kan als ik iets niet kan lezen wat er wel
staat, kwamen deze volkswijsheden nog uit ook.
Het keerpunt kwam kort voor Kerst. Na
maandenlang mijn ogen bedorven te hebben op devote liederen van
bedenkelijke kwaliteit in ditto kopieën kreeg ik eindelijk iets in
handen dat mijn hart sneller deed kloppen: het liederenalbum van Aefgen, Claes' dochter, van Giblant.
 Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van 800
bij 585 pixels (115 Kb) |
Dit 129 bladen tellende album (amicorum) werd door iets meer dan een
20-tal (voorlopige telling), zo te zien goed geschoolde handen
volgeschreven tussen 1598 en 1601. Het wordt bewaard op de Koninklijke
Bibliotheek te Den Haag onder signatuur 135K36. De inhoud bestaat
vooral uit amoureuze liederen, zonder muzieknotatie, maar met een een
op de wyse van. De liedteksten maken - ondanks de stereotype
(mythologische) beeldspraak - over het algemeen genomen een
uitgesproken persoonlijke indruk. Er zitten zelfs een paar acrostichons
op Aefgens naam tussen. Kan het persoonlijker?! Omdat sommige
dichter-minnaars met hun naam, hun initialen of een zinspreuk
ondertekenen hoop ik ooit nog eens met hulp van collega's, de
Koninklijke Bibliotheek te Den Haag en Zuidhollandse archieven erachter
te komen wie dat zijn.
Aan het eind van het album zitten
drie beschilderde bladzijden. Op 109r zien we de godin Venus met in
haar rechter hand een brandend hart en aan de linker een gevleugelde en
boogdragende Cupido.
 Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van 800
bij 585 pixels (123 Kb) |
Aanvankelijk dacht ik dat de persoon links een inboorling was, een
Afrikaan van de Goudkust, die om redenen van kuisheid - het is per
saldo een meisjesboek - ruggelings was afgebeeld. Dit leek bevestigd
door het gegeven dat er in somige liederen afscheid genomen wordt en er
over verre reizen wordt gesproken. Maar een kwatrijn op de vorige
bladzijde maakt duidelijk dat we links met Pallas Athene te maken
hebben en rechts met Juno: de drie godinnen die Paris om zijn oordeel
over hun schoonheid vroegen. Hoewel... In feite vroegen zij hem niet
wie van hen drieën in zijn ogen de mooiste was, maar trachtten zij
hem om te kopen. Wat Venus hem bood, kwam het meest aan Paris' wensen
tegemoet, en dus koos hij voor Venus... Het begeleidende versje luidt:
Venus Straelen met Cupidos schichten
Doen Pallas dwaelen ende Juno verlichten
De Dry geleerste Philosopen Ick moet v verhalen
Syn in Venus bandt Altsamen gaen faelen
Als ik het goed begrijp - het is mijn tijd (nog) niet - bedoelt de
dichter te zeggen dat de invloed van Venus, die zij met Cupido's pijlen
uitoefent, Pallas op een dwaalspoor (van de wijs) bracht - staat zij
daarom ruggelings afgebeeld? - en Juno devalueert. Onder invloed van
Venus zijn de drie geleerdste filosofen door het behang gegaan.
De impliciete conclusie is: als de
drie geleerdste filosofen onder invloed van de liefde zich als dwazen
gedroegen, wat kan mij, eenvoudige minnaar, dan verweten worden? De
drie bedoelde 'philosopen' zullen de Joodse koning Salomo, de Griek
Aristoteles en de Romein Vergilius geweest zijn, die inderdaad lelijk
onderuit gingen.
Ook is er een afbeelding van wat ik voor het familiewapen houd:
 Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van 800
bij 1080 pixels (200 Kb) |
En ten slotte een niet onaardige Venus met on top Cupido:
 Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van 800
bij 591 pixels (117 Kb) |
Wat ik mij afvraag is: hoe origineel of hoe afgezaagd is dit portret?
Heeft de schilder deze pose zelf bedacht of overgenomen? En kan het
zijn dat de schilder enige gelijkenis in zijn portret verwerkt heeft
met Aefgen? Was zoiets gebruikelijk in die dagen, of heeft haar
picturale minnaar een standaard voorbeeld gekopieerd?
Onderstaande hand houd ik voor de
schilder van de Venus van Giblant. Op de bladzijde die aan het
schilderij voorafgaat, schreef hij 'Lieft ist fondament', wat de
zinspreuk van de Leidse rederijkerskamer De Witte Acoleyen is.
Na het schilderij schrijft dezelfde hand een lied en ondertekent dat
met een vijftal onleesbare initialen/kapitalen, eindigend op 'OM'. Dan
volgt 'In lieffden bloejende', wat weer de zinspreuk is van de
Amsterdamse rederijkerskamer De Eglentier.
Deze Venusjanker heeft een
'duidelijk' afwijkende hand, tenzij hij tijdens het schrijven geheel en
al door Aefgen, zijn hormonen of een paar roemers witte wijn bevangen
was. Zijn lied is het meest vrijmoedige in het hele album. Op het
eerste gezicht haat je iemand die zo schrijft, maar als je erachter
komt wat hij geschreven heeft dan ben je snel bereid hem te vergeven:
 Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van 800
bij 581 pixels (92 Kb) |
Als ik het goed zie, staat er:
V mondelyn root
die waerdichg is vulprysen
v borskens bloot
die doen myn ver jolysen
die die eens tasten mocht
jae doen al wat hem docht
en waer hy halliff doot
hy zou wel weer verrysen
Bijna alle liederen zijn Nederlands, in een Hollands dialect - Giblant
ligt in Zuid-Holland - geschreven, maar het album bevat ook enkele
Franse chansons. Hier en daar treft men een Latijns citaat of -e spreuk
aan, en op de laatste bladzijde staan zelfs een paar woorden Grieks!
Wat ik mij rond de jaarwisseling heb voorgenomen is een digitale
multimediale editie van dit liedboek te maken, een DVD met daarop:
- een integrale facsimile van het 129 bladen tellende album,
- een genormaliseerde diplomatische editie,
- een kritische leeseditie, met daaraan toegevoegd de parallelle
overlevering,
- een vertaling van alle teksten in hedendaags Nederlands, met
verklarend commentaar,
- de muzieknotatie van alle liederen waarvan dankzij het
Repertorium van het lied tot 1600 de melodie achterhaald kan
worden,
- een gezongen uitvoering van alle liederen waarvan de melodie bekend
is.
U begrijpt dat ik dit niet allemaal alleen kan en ga doen. Maar zelfs
onder het aanstaande Bachelor/Master-regime moet het toch mogelijk zijn
een groep studenten te vinden die hieraan mee wil werken. En met hulp
van het Meertens Instituut, de UvA, de KB, de DBNL en wie weet nog meer
moet dat toch te doen zijn?
* Met dank aan dr. Kees Thomassen (conservator namiddeleeuwse
handschriften, KB Den Haag) en Thomas Thijs (Optische Technieken, KB
Den Haag) voor hun excellente medewerking.
|