|
Sym: 0102.35
Date: Thu, 15 Feb 2001 15:27:03 +0100
From: Ton Harmsen <a.j.e.harmsen@let.leidenuniv.nl>
Subject: Sym: 0102.35: Colloquium 'Pinguïns of pikkewyne' over taal-
en letterkundige aspecten van de band tussen
Nederland en Zuid-Afrika op vr 6 en za 7 april
2001 te Leiden
As almal in die ganswe www
aan hulle websites begin bou het,
behalwe ekenjy@24.com
waarop wag ons nog my lief Gert Vlok Nel
Leids colloquium over Zuid-Afrika:
Pinguïns of pikkewyne?
Op vrijdag 6 en zaterdag 7 april 2001 organiseert de Leidse Opleiding
Nederlands een colloquium over taal- en letterkundige aspecten van de
band tussen Nederland en Zuid-Afrika onder de titel: 'Pinguïns of
pikkewyne'. De afgelopen tien jaar heeft de samenwerking tussen de
Leidse Opleiding Nederlands en verschillende departementen voor
Afrikaans en Nederlands in Zuid-Afrika zich goed ontwikkeld. Na de
terugval in de apartheidstijd herstelden de contacten zich; Leidse
docenten gaven vaker college in Zuid-Afrika en omgekeerd; vooral de
studentenuitwisseling groeide tot een omvang die vroeger ondenkbaar
was. Ook de cursus 2000-'01 vertoont een gunstig beeld, doordat in
beide semesters in Leiden colleges van vooraanstaande Zuid-Afrikanen
konden worden aangeboden. In het eerste semester is Etienne van Heerden
met veel succes als Leids gastschrijver opgetreden; in het
voorjaarssemester ontvangen wij de taalkundige prof. W.J. Botha van de
Randse Afrikaanse Universiteit als gasthoogleraar.
Bij de samenstelling van het programma heeft een drietal overwegingen
een rol gespeeld. In de eerste plaats natuurlijk de overtuiging dat
Zuid-Afrikaans-Nederlandse samenwerking een gunstige uitwerking heeft
op velerlei vlak. Letterkundigen maken kennis met een in zeker opzicht
verwante, maar in ander opzicht juist afwijkende literatuur, en met een
nieuwe literaire situatie; zij kunnen ook vernemen hoe hun vertrouwde
eigen literatuur bekeken wordt door lezers met een volstrekt andere
achtergrond. Voor de taalkundigen vormen zowel de overeenkomsten en
verschillen tussen het Afrikaans en het Nederlands als de historische
ontwikkeling van beide talen prachtig studiemateriaal, waaraan zij hun
inzicht in het verschijnsel taal kunnen scherpen. Hieruit volgt als
tweede overweging: dat een Nederlands-Zuid-Afrikaans-colloquium bij
voorkeur de letterkunde en de taalkunde tezamen aan de orde moet
stellen, hoezeer dit ook botst met de heersende 'trend'. Tenslotte
hebben wij geen colloquium willen organiseren dat voor de ene helft
bestaat uit lezingen over Afrikaanse en voor de andere helft uit
lezingen over Nederlandse onderwerpen; alle lezingen hebben daarentegen
stuk voor stuk betrekking op Nederland én Zuid-Afrika.
Het colloquium is bestemd voor vakgenoten, letterkundigen en
taalkundigen, onderzoekers en docenten in alle typen onderwijs. Zowel
voor degenen voor wie de verhouding Nederlands-Afrikaans al een
belangrijk element van hun werk vertegenwoordigt als voor degenen voor
wie dit niet geldt, maar die verandering in dit opzicht zouden willen
overwegen, of althans voor 'Nederland-Zuid-Afrika' enige belangstelling
koesteren. Bij de vakgenoten, letter- en taalkundigen zijn studenten
aan universiteit en beroepsopleiding nadrukkelijk inbegrepen. Uiteraard
zijn ook de overige belangstellenden hartelijk welkom.
Het colloquium was niet mogelijk geweest als de sprekers niet zo
hartelijk hadden gereageerd op onze uitnodiging. Wij zijn hun daarvoor
bijzonder dankbaar. Graag vermelden wij voorts de evenzeer onmisbare
financiële steun van Dr. Hendrik Muller's Vaderlandsch Fonds. U
verzoeken wij dringend, tijdig de aanmeldingskaart in te sturen; zo
verlicht u de taak van de organisatie. De bijeenkomst is in het
Centraal Faciliteitengebouw ('LAK-gebouw'), Cleveringaplaats 1. Dit
bevindt zich op loopafstand van het Centraal Station maar is vandaar
ook te bereiken met bus 43 (halte Paterstraat). Voor automobilisten is
enige parkeerruimte te vinden in de universitaire parkeergarage aan de
Maliebaan.
De prijs voor deelname aan het colloquium is: NLG 70,- voor beide
dagen, NLG 35,- voor één dag; studenten aan
Nederlandse universiteiten en medewerkers van de Leidse Opleiding
Nederlands betalen NLG 15,- per dag. Voor verdere inlichtingen of
aanmeldingskaarten kan men zich wenden tot de Opleiding Nederlands van
de Leidse universiteit, Postbus 9515, 2300 RA Leiden, of telefonisch
tot het secretariaat (ma t/m do 9-12 u, +31 (0)71-527.2604).
PROGRAMMA
| |
| |
Vrijdag 6 april |
| |
| |
13.15 uur |
|
Ontvangst |
|
| |
| |
13.30 uur |
|
Opening |
|
| |
| |
13.45 uur |
|
Piet Paardekooper - Universiteit Leiden
Afrikaans is 17e-eeuws Beschaafd AT2 ofwel Amsterdams
tweede taal
- Jan van Riebeeck sprak als
hooggeplaatste Kompanjiesdienaar Beschaafd Amsterdams,
en z'n personeel moet in hoofdzaak hollands dialekt
gebruikt hebben. Met de veranderingen (deflektie) van
de overname van die talen hebben we in hoofdzaak de
kenmerken van het moderne Algemeen Beschaafde
Afrikaans (ABA).
- Z'n fonemen zijn die van het Amsterdams:
samenval van f/v, s/z en in een paar woorden ook van
ui/eu (doodluiters/doodleuters);
- Z'n verdwenen uitgangen komen op rekening van
tweede-taalverwerving, maar het handhaaft een reeks
17e-eeuwse uitgangen: de -s in woorden op -ing
(besprekings enz.), -ers (kinders, lammers enz.);
- Z'n syntaksis bewaart bv. de 17e-eeuwse overgang
van hij zit en leest naar hij zit te lezen; daarnaast
zijn er syntaktische vernieuwingen als bv. hy sou kon
lees voor hij zou kunnen lezen die uit AT2 moeten
komen;
- Z'n woordenschat bewaart voor een heel groot
deel de 17e-eeuwse noordhollandse (amsterdamse). Uit
de overtalrijke voorbeelden kies ik groetenis,
dusken, in 'en', de samenval van liggen/leggen (in
lê) en het gebruik van de onderwerpsvorm
u.
|
|
| |
14.30 uur |
|
Marlene Verhoef - Potchefstroomse Universiteit vir
Christelike Hoër Onderwys
"En niks is in sy tyd en stof gesluit, maar alles
stroom deur grens en eeu aaneen".
Taalveranderingspatrone van 17e eeuse Nederlands tot
moderne Afrikaans
- As 'n mens die bekende probation
pennae uit die elfde-eeuse Wes-Vlaams vergelyk met die
moderne Afrikaanse herskrywing daarvan deur die jong
Afrikaanse digter, Gert Vlok Nel "hebban olla vogala
nestas hagunnan hinase hi(c) (e)nda thu uu(at)
(u)nbida(n) (uu)e nu" en "As almal in die ganswe www
aan hulle websites begin bou het, behalwe
ekenjy@24.com waarop wag ons nog my lief" is dit
duidelik dat hier eeue se taalverandering tussenin
lê. Die hoofdoel met dié lesing is om
ondersoek in te stel na die maniere waarop 'n studie
van taalveranderingspatrone verklaring kan bied vir
die wyse waarop die dinamika tussen
grammatikaliseringsprosesse, sosiale interaksie en
taalverandering deur kognitiewe prosesse verreken
word.
|
|
| |
15.15 uur |
|
Koffie of thee |
|
| |
| |
15.45 uur |
|
Luc Renders - Limburgs Universitair Centrum Diepenbeek
'Foute' vaders
- Wat hebben De vermaledijde
vaders (1985) van Monika van Paemel, De naam van de
vader (1993) van Nelleke Noordervliet en Die reise van
Isobelle (1995) van Elsa Joubert met elkaar gemeen?
Het zijn drie recente romans, die elk een respectabele
omvang hebben, geschreven door vrouwelijke auteurs met
een solide literaire reputatie. Ook het centrale
verhaalgegeven is hetzelfde: het gaat telkens om een
dochter (of dochters) en haar relatie tot de man en
vooral de vaderfiguur. De vaders van Pamela, Augusta
en van Isobelle (in haar verschillende gedaantes) zijn
'fout': respectievelijk Oostfrontstrijder, Duits
soldaat en Afrikaner nationalist. Het leven van de
dochters wordt ingrijpend getekend door het fout-zijn
van hun vaders. Naast de overeenkomsten zijn er ook de
verschillen die vooral te maken hebben met de Vlaamse,
Nederlandse en Zuid-Afrikaanse
situering.
|
|
| |
16.30 uur |
|
Henriëtte Roos - Universiteit van Suid-Afrika
Pretoria
Skrywer en stamland: Karel Schoeman se Nederlandse
verbintenis
- Karel Schoeman, waarskynlik een
van die mees geëerde en vereerde Afrikaanse
skrywers vandag, is ten opsigte van sy werk en sy
persoon in vele opsigte steeds 'n onbekende figuur.
Hierdie teenstrydigheid is ook in sy oeuvre op
kulturele niveau aanwesig. 'n Tema van intense
betrokkenheid by die Suid-Afrikaanse landskap, die
geskiedenis en sosiopolitieke realiteite, word dikwels
ontwikkel binne 'n raamwerk van intertekstuele
verwysings en beelde uit 'n Europese sfeer. Dat sy
werk relatief min in Nederland gelees word, lyk
ironies gesien die verrassend sterk Nederlandse
invloed daarin. Meer as by enige ander hedendaagse
Afrikaanse outeur, is so 'n Nederlandse motief
aanwesig ten opsigte van die intriges, die karakters,
die ruimtes en die tematiek. In hierdie lesing word 'n
oorsig en analise van daardie verbintenis gegee, met
besondere aandag vir die transponering van historiese
gegewens tot litererê
teks.
|
|
| |
| |
|
|
| |
| |
Zaterdag 7 april |
| |
| |
9.45 uur |
|
Ontvangst met koffie en thee |
|
| |
| |
10.15 uur |
|
Piet Swanepoel - Universiteit van Suid-Afrika Pretoria
Die unieke en die universele in die Afrikaanse en
Nederlandse etnobiologiese nomenklatuur
- Bronne oor die etnobiologiese
naamgewing van Afrikaans en Nederlands bied vir die
taalkundige 'n ryk bron van data vir navorsing oor die
unieke en universele aspekte van etnobiologiese
naamgewing, oor die mate waarin etnobiologiese
naamgewing 'n funksie is van én universele
aspekte van kategorisering van plante en diere
én taal-, konteks- en kultuurspesifieke
veranderlikes. Verder toon hierdie bronne watter soort
naamgewingspraktyke in die etnobiologiese domein
beskryf en verklaar sal moet word deur 'n - tot nog
toe ontbrekende - adekwate kognitiewe
naamgewingsteorie. In hierdie referaat word in
hoofsaak op die data in twee bronne gekonsentreer wat
uitstaan vanweë die 'vreemdheid' van aspekte van
die Afrikaans-Nederlandse etnobiologiese naamgewing en
vir die lig wat hulle daardeur werp op die vereistes
aan 'n adekwate kognitiewe naamgewingsteorie, naamlik
Scholtz se Uit die geskiedenis van die naamgewing aan
plante en diere in Afrikaans en Jacob van Maerlant se
Naturen bloeme. Scholtz dokumenteer hoe 'onverskillig'
Nederlandse koloniste aan die Kaap met Nederlandse
name 'omgespring' het deurdat algemene Nederlandse
name gebruik is vir Afrikaanse plante en diere wat min
ooreenkoms met die oorspronklike draers van hierdie
Nederlandse name gehad het. Hierdie praktyk verklaar
Scholtz dan vanuit sy klassieke kategorieopvatting as
die resultaat van die koloniste se onkunde.
Hierteenoor gee Naturen bloeme 'n blik op die
'wonderlijk mengelmoes van wetenschap en onzinnige
fabelen en bakersprookjes' (Verwijs) wat ons
etnobiologiese kategorieë (kan) onderlê.
Saam dokumenteer die data in hierdie twee bronne die
dimensies van onkunde, fantasie en wetenskap wat 'n
adekwate kognitiewe teorie van etnobiologiese
naamgewing moet kan verreken.
|
|
| |
11.00 uur |
|
Willem Botha - Randse Afrikaanse Universiteit
Johannesburg Die Afrikanerprototipe
- 'n Nuwe politieke orde in
Suid-Afrika het vir die Afrikaner verlies van mag oor
die hele politieke en maatskaplike spektrum
meegebring. Magsverlies het die bindingskrag van
Afrikanernasionalisme - trouens, Afrikanernasionalisme
self - ernstig in die gedrang gebring. Gepaard hiermee
het bevindinge van die
Waarheid-en-Versoeningskommissie die (morele) behoefte
aan selfondersoek na vore gebring, veral met
betrekking tot die kollektiewe aard van die Afrikaner.
Die afgelope jaar se intense debatvoering (binne
Afrikanergeledere) oor die aard en wese van die
Afrikaner spreek hiervan. In wese handel die debat oor
Afrikaneridentiteit - die definiërende eienskappe
van die kategorie Afrikaner. In hierdie betoog word
die totstandkoming, instandhouding en verandering van
die kategorie Afrikaner vanuit 'n kognitiewe hoek
onder die loep geneem. Die aandag word gevestig op die
prototipe van die betrokke kategorie. Tree dit as 'n
skema (dus prekonseptueel), 'n Gestalt of 'n
konstellasie van eienskappe op?
|
|
| |
11.45 uur |
|
Marc van Oostendorp - Meertensinstituut Amsterdam &
Universiteit van Amsterdam
Franje in het Afrikaans
- Zeventiende-eeuwse Nederlandse
schrijvers als Huygens en Bredero typeerden Hollandse
boeren door hen ng te laten zeggen in plaats van n:
wangt, hongd. Dit verschijnsel, dat ooit heel
wijdverbreid moet zijn geweest, is in de Nederlandse
dialecten tegenwoordig zo goed als uitgestorven. De
Nederlandse nasale medeklinker n correspondeert in het
Afrikaans soms met ng. Zo werd het Nederlandse koren
tot koring. Het is verleidelijk om deze verschijnselen
aan elkaar te relateren, al is het volgens sommige
geleerden niet zeker dat dit ook in historische zin
kan. Hans den Besten verwijst in dit verband
bijvoorbeeld naar een soortgelijk proces in het
Maleis. In deze lezing wil ik laten zien hoe de
moderne fonologische theorie licht kan werpen op de
soortgelijke verschijnselen in het Afrikaans en de
Nederlandse en Maleise dialecten. Waarom is het
Nederlandse franje in het Afrikaans geworden tot
fraiing? En wat is het verband met het feit dat mensen
in en rond Amsterdam de laatste jaren ineens spannond
beginnen te zeggen?
|
|
| |
12.30 uur |
|
Lunch |
|
| |
| |
14.00 uur |
|
Frans-Willem Korsten - Universiteit Leiden
Maak een verleden dat verdwijnt: het latere werk van
Elisabeth Eybers
- In het latere werk van Eybers
speelt vergetelheid een belangrijke rol. De verleiding
is groot om dat thema biografisch te lezen: als een
realistische weergave van wat de auteur overkomt. Die
verleiding erkennend, wil ik ingaan op de manier
waarop vergetelheid in Eybers' dichtwerk niet enkel
een natuurlijk proces is dat iemand overvalt. Het
vergeten is een strategie ten opzichte van een
geschiedenis, en het werk getuigt in dit opzicht van
een episteme-wisseling. Ooit diende geheugenkunst het
vasthouden van kennis en de plaatsbepaling van het
individuele subject binnen de wereld en de
geschiedenis. In de moderne tijd wordt de herinnering
materieel vertaald in een bijna obsessionele
archivering en wordt het geheugen vaak gezien als
traumatisch bepaald, terwijl het paradoxaal genoeg ook
wordt gezien als onbetrouwbaar. Het werk van Elisabeth
Eybers toont een middenpositie tussen deze drie
extremen. Dat gebeurt door een consequent volgehouden
poging het verleden te maken tot iets dat is
kwijt/geraakt. Een analyse van enkele van Eybers'
gedichten uit de bundel Dryfsand laat een productief
vergeten zien. Dit productief vergeten maakt het
mogelijk de geschiedenis niet te zien als een
determinerende factor, maar als een herhaald opnieuw
beginnen. In de woorden van Julia Kristeva werkt
Eybers in dit opzicht aan een
're-volte'.
|
|
| |
14.45 uur |
|
Marlene van Niekerk - Universiteit van Stellenbosch
Digterskap en landskap met verwysing na Elisabeth
Eybers en Ida Gerhardt.
- Na 'n paar inleidende
begripomskrywende opmerkings oor plek en landskap as
verbesonderinge van ruimtebewussyn by skrywers in die
algemeen volg, na aanleiding van geselekteerde
gedigte, 'n poging om ooreenkomste en verskille in die
digterlike belewing van landskap by Gerhardt en Eybers
aan te stip. Verskille is min of meer tuis te bring
onder wat ek voorlopig noem 'n oorwegende patos van
geborgenheid en boorlingskap by Gerhardt en 'n ironies
gekultiveerde ongeborgenheid by Eybers. Ooreenkomste
is min of meer tuis te bring onder die digterlike
registrasie van numineuse kwaliteit of mistieke
betekenisvolheid van landskaplike elemente. In die
loop van die vergelyking sal daar onder meer verwys
word na die herinneringe aan die landskappe van die
jeug, die verhouding van plek en digterskap in die
selfbegrip van die digters en die moontlike
aanwesigheid by albei digters van 'n soort metafisiese
waarborg of verordenende instansie wat hulle
onderskeie ruimtebeeldinge
bepaal.
|
|
| |
15.30 uur |
|
Sluiting |
|
| |
|
|