|
Col: 0104.33
Date: Sun, 22 Apr 2001 23:32:38 +0200
From: Willem Kuiper <willem.kuiper@hum.uva.nl>
Subject: Col: 0104.33: Column Willem Kuiper, no. 54: De Venus van
Giblant
Column Willem Kuiper, no. 54: De Venus van Giblant
In column
52 Eer voor goet is myn gemoet heb ik u
verteld over het liederenalbum van Aefgen, dochter van Claes van
Giblant, en u ook de schilderijtjes laten zien die achter in het album
staan. Bij één daarvan, een afbeelding van Venus en Amor
 Afbeelding 1. Copyright Koninklijke Bibliotheek Den Haag. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van 800
bij 591 pixels (117 Kb) |
vroeg ik mij af: "hoe origineel of hoe afgezaagd is dit portret? Heeft
de schilder deze pose zelf bedacht of overgenomen? En kan het zijn dat
de schilder enige gelijkenis in zijn portret verwerkt heeft met Aefgen?
Was zoiets gebruikelijk in die dagen, of heeft haar picturale minnaar
een standaard voorbeeld gekopieerd?"
Bovenstaande vraag was niet alleen retorisch bedoeld. Voor iemand die
zich het afgelopen jaar vooral heeft beziggehouden met de
dertiende-eeuwse Venus van Voorne is de Alblasserwaard - want daar ligt
Giblant, tegenwoordig Gijbelant geheten - ten tijde van de
Tachtigjarige Oorlog heel ver weg! Helaas, tot op heden heb ik geen
enkele reactie mogen ontvangen. Maar nu we het toch over de
Tachtigjarige Oorlog hebben, één van de liederen in het
Album Giblant gaat over een Spaans militair fiasco in de nabij
gelegen Bommelerwaard. Het is een dramatisch lied, dat wil zeggen, het
wordt gezongen door twee stemmen die elkaar vragen stellen en antwoord
geven, en is bedoeld om opgevoerd te worden. Heeft iemand enig idee op
welke Spaanse afgang dit lied doelt?
Dan maar elders mijn iconografisch licht opgestoken, in Dordrecht om
precies te zijn. Daar is in het Dordrechts Museum sinds februari van
dit jaar de inmiddels veelgeprezen tentoonstelling Griekse Goden en
Helden in de tijd van Rubens en Rembrandt (zou eerst tot en met 6
mei 2001 duren, maar is nu verlengd tot en met 20 mei 2001). U kunt er
een virtueel kijkje nemen via:
(http://www.museum.dordt.nl/griekse_goden/home.htm) en elke dag een
ander schilderij bekijken. De schilderijen van de vorige dag(en)
blijven beschikbaar, dus tegen het sluiten van de tentoonstelling kun
je zo'n beetje 'alles' op je scherm zien.
Bij die tentoonstelling hoort een pracht
van een catalogus, die geheel in stijl van de tentoonstelling van een
Rubensiaanse proportie is, zodat de vele kleurenafbeeldingen heel goed
bekijkbaar zijn. De kwalificatie 'een lust voor het oog' is hier
absoluut op zijn plaats aangezien de Griekse goden en godinnen
uitbundig naakt geschilderd zijn.
Kunsthistorisch ben ik een leek. Hoewel geen paleograaf of codicoloog
heb ik voldoende Middelnederlandse handschriften gezien en in handen
gehad om ze als zodanig te herkennen. Want daar gaat het om: zien wat
significante overeenkomsten en verschillen zijn. Met teksten weet ik
daar wel raad mee, maar plaatjes is een heel ander paar manchetten. Ik
realiseer mij dus heel goed dat ik mij in wat hierna komt op glad ijs
begeef, maar - dichtte de Middelnederlandse vertaler van de
Graalqueeste - Daert glat es, moet men gliden, ende some tijt met
pinen staen!
Na de catalogus een aantal keren aandachtig
te hebben doorgebladerd vond ik dat de stijl van het Aefgen-plaatje
sterk afweek van de bulk van het schilderwerk. Eigenlijk leek het
nergens op, totdat ik stuitte op de schilder Lambert Sustris. Nooit van
gehoord... Volgens de begeleidende tekst van mevrouw Angela Tamvaki
werd deze schilder ergens tussen 1510 en 1515 geboren te Amsterdam en
stierf hij na 1560 vermoedelijk te Venetië. Zijn werk - 5
schilderijen - is als ik het goed begrijp onder buitenlands mecenaat
tot stand gekomen, en bewaard gebleven in de Franse Fugger-collectie.
In die Dordtse catalogus staan afbeeldingen
van twee schilderijen van Sustris die mijns lekenoogs inziens tezamen
als twee druppels water lijken op het schilderij in het Album
Giblant. Als ik het goed zie, is de Venus van Giblant samengesteld
uit deze twee schilderijen. De schilder heeft ze als het ware verbouwd
tot één nieuw schilderij, en is daarbij naar ik vermoed
nog creatief te werk gegaan ook.
Zie hier zijn de twee schilderijen die ik
houd voor de directe inspiratiebronnnen van de schilder van de Venus
van Giblant. Schilderij 1 hangt in het Rijksmuseum te Amsterdam. Het
meet 116 bij 186 cm en is getiteld Aphrodite.
 Afbeelding
2. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van
800
bij 503 pixels (91 Kb) |
Sustris schilderde dit 'portret' te Augsburg, waar hij na een
Italiaanse periode vanaf ca. 1548 verbleef.
Uit 1544 dateert het hieronder staande
portret van de op dat moment 17-jarige Barbara Kressin, van wie wij
verder niets weten. Wat mij opvalt is dat de haardracht van beide
vrouwen overeenkomt, maar dat zal wel niet belangrijk zijn. Aangezien
ik mij toch ver buiten de grenzen van mijn competentie begeef, durf ik
het zelfs voor mogelijk te houden dat het om één en
dezelfde vrouw gaat. Eerst als meisje en later als vrouw geschilderd.
 Afbeelding 3. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van
555
bij 640 pixels (40 Kb) |
Schilderij 2 hangt in het Louvre, het wordt gedateerd ca. 1548-1552, en
meet 134 bij 184 cm. Het schilderij is een mengeling van Italiaanse en
noordelijke invloeden.
 Afbeelding
4. Er is ook
een grotere versie van deze afbeelding beschikbaar van
800
bij 571 pixels (115 Kb) |
Stel nu eens het geval dat ik heel misschien gelijk heb, dat de
schilder van de Venus van Giblant een kleine vijftig jaar later zich
inderdaad heeft laten inspireren door de schilderijen van Lambert
Sustris, dan moet die schilder behoorlijk erudiet geweest zijn. Hoe en
waar zou hij kennis van die schilderijen hebben kunnen nemen?! Feit is
dat er liederen in het album staan, waarin gesproken wordt over verre
reizen. Feit is dat het artistiek gehalte van de liedteksten in het
album ver boven het landelijk gemiddelde ligt. Feit is dat er Franse
liederen in het album staan. Hoe bijzonder of afgezaagd die liederen
zijn, kan ik niet nagaan bij gebrek aan een Repertorium van het Franse
lied tot 1600.
Literatuuropgave:
|