0105.12 Terug
Vooruit 0105.a
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 0105.13

Date: Tue, 24 Apr 2001 17:02:11 +0200
From: P.A. Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 0105.13: Linguïstisch Miniatuurtje LXXX: Voor wat betreft voor wat betreft zijn we het nog altijd oneens

Linguïstisch Miniatuurtje LXXX: Voor wat betreft voor wat betreft zijn we het nog altijd oneens

Taaladviseurs hebben ongetwijfeld vaak het idee dat ze tegen de bierkaai vechten. Hoe ze ook hameren op taalfouten, sommige zijn zo hardnekkig dat ze uiteindelijk de overhand krijgen op de correcte vormen en gemeengoed worden. De taaladviseur moet dan het moede hoofd in de schoot leggen (of "het hoofd in de moede schouders" zoals ik laatst iemand hoorde zeggen) en de taalfout sanctioneren. "Eigenlijk fout," heet het dan, "maar er hoeft geen bezwaar meer tegen gemaakt te worden."

Het eigenaardige is dat ik me als taalkundige tegenover taaladviseurs vaak precies hetzelfde voel. Maar al te vaak zijn hun adviezen gebaseerd op onjuiste veronderstellingen met betrekking tot de grammatica van het Nederlands, en ontbreekt een behoorlijke reflectie op de gewraakte vormen. Met name de "hardnekkige taalfouten" worden veelal bestreden met een hardnekkigheid en kortzichtigheid die die van de arme taalgebruiker ver te boven gaan. En met wat voor reden? Wat zou de taalgebruiker er voor baat bij hebben om hardnekkig taalfouten te maken? Slordigheid? Is de gemaakte taalfout "gemakkelijker" voor de taalgebruiker? Maar dan past hij toch beter in het taalsysteem dan de "correcte" vorm? Met welk recht kan iemand zich daartegen verzetten? Maar ja, dat zeg ik als taalkundige, en dat is volgens Kousbroek een ruggengraatloze barbaar zonder taalgevoel, dus dan ben je al gauw uitgepraat.

Toch geef ik de moed niet op. In veel gevallen kan ik volgens mij best duidelijk maken hoe een kleine portie gezonde taalbeschouwing je heel anders tegen de zaken aan kan laten kijken dan waartoe het gemiddelde taaladvies je aanzet. Bijvoorbeeld in dit geval.

"Beste taaladviseur, steeds vaker hoor ik de uitdrukking 'voor wat betreft de vergadering' gebruiken. Is dat wel correct Nederlands?" "Tja meneer/mevrouw, eigenlijk niet. Het betreft hier een gallicisme, onder invloed van het Franse 'pour ce qui concerne'. Tegenwoordig wordt de uitdrukking echter zo vaak gebruikt dat de meeste naslagwerken er geen bezwaar meer tegen maken. Als u desondanks taalkritiek wilt vermijden, kunt u in elk geval in geschreven taal beter 'wat betreft de vergadering', of nog beter 'wat de vergadering betreft' gebruiken."

Hoewel de meeste hedendaagse taaladviseurs een lovenswaardige genuanceerdheid tentoonspreiden, blijft er toch altijd een beetje van het oude schoolmeesterachtige in zitten. 'Voor wat betreft' is een gallicisme en daarom af te keuren. Het circulaire van die redenering heb ik al eens eerder opgemerkt. Bovendien is het me allemaal te gemakzuchtig. Neem een taalverschijnsel waar je een hekel aan hebt, zoek dan een taal waarin dit verschijnsel ook optreedt en brandmerk het als het bijbehorende -isme. Nadenken overbodig.

Laat ik duidelijk zijn: ik zou nog wel willen aannemen dat de uitdrukking 'voor wat betreft' onder invloed van het Frans ontstaan is. Het verbaast me dan wel dat alle overwegend niet-Franssprekende Nederlanders nog steeds een voorkeur voor die variant aan de dag leggen. Waarom prefereren Nederlanders hier massaal het voorzetsel 'voor'? Is dat dan nog wel een gallicisme?

In veel adviezen lees je dat het voorzetsel 'voor' in 'voor wat betreft' overbodig is en om die reden weggelaten zou moeten worden. Ook dat is een zeer curieuze redenering. Als we alle woordjes zouden moeten weglaten waarvan we de functie niet precies kennen, dan zou er weinig van het Nederlands overblijven. Dat kan niet de bedoeling zijn van taaladvies. Maakt de overbodigheid van 'voor' inderdaad de uitdrukking 'voor wat betreft' tot een "modieuze stoplap", zoals op de website van de taaladviesdienst Onze Taal te lezen staat? Een kleine telling op het internet signaleert zo'n 16000 voorkomens van 'voor wat betreft', ongeveer 7000 pagina's met alleen 'wat betreft', en een kleine 4000 pagina's met 'wat ... betreft' (waarvan de meeste 'wat mij/ons betreft' hebben). Is die massale voorkeur voor 'voor wat betreft' alleen maar vanuit de taalkundige mode te verklaren?

Ik geloof dat hier wel iets verstandigers over te zeggen valt. Allereerst zou ik me afvragen wat de functie is van die wat-betreftconstructie. Neem bijvoorbeeld de zin 'Wat onze vergadering betreft maak ik me niet zoveel zorgen'. Die bijzin 'wat ... betreft', dat is toch een bijwoordelijke bepaling, niet? Maar wat een rare constructie! Ik ken geen andere bijwoordelijke bepalingen met die vorm (ja, met 'aangaat' in plaats van 'betreft'). En wat is dat 'wat'? Een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent? Dat zou het op basis van de ontleding van de bijzin wel moeten zijn. Maar je kunt het niet vervangen door 'datgene wat'. En de parafrasering is ook al gek: 'Voorzover het onze vergadering betreft maak ik me niet zoveel zorgen'. 'Wat' lijkt een combinatie van voegwoord en voornaamwoord. Buitengewoon vreemd.

Nu de variant 'Wat betreft onze vergadering'. Hier lijkt de werkwoordelijke constructie gegrammaticaliseerd tot een voorzetseluitdrukking, net als bij 'gezien de regen' of 'niettegenstaande'. Dat is al eenvoudiger. Vooral omdat een hele bijzinsconstructie hier geen enkele functie heeft. De enige functie van deze hele constructie is om 'onze vergadering' als gespreksonderwerp in de zin te introduceren. Daar heb je eigenlijk niet eens een constructie voor nodig. Stel je de volgende dialoog voor: "A: Zeg, onze vergadering, hè? B: Ja wat is daarmee?A: Ik maak me niet zoveel zorgen." Wil je dat in één uiting, dan kies je een van de vele manieren om een bijwoordelijke bepaling te maken: 'met betrekking tot onze vergadering', 'in verband met onze vergadering', 'over onze vergadering'. In die reeks is 'wat betreft onze vergadering' helemaal niet zo gek.

Wat wel weer gek is, is die voorzetseluitdrukking 'wat betreft'. Dat is de enige voorzetseluitdrukking in het Nederlands die niet zelf met een voorzetsel begint. Geen wonder dat de taalgebruiker de neiging heeft om er nog een voorzetsel voor te zetten. En gezien de parafrase met 'voorzover' is de keuze voor 'voor' de meest logische.

Conclusie? Het Nederlands heeft een volstrekt particuliere bijzinsuitdrukking die als enige functie had de introductie van een gespreksonderwerp, gegrammaticaliseerd tot een constructie met voorzetseluitdrukking (waarvan er massa's bestaan). Dat is in twee stappen gebeurd: de voegwoord-werkwoordconstructie heeft een voorzetselfunctie gekregen, en de resulterende uitdrukking had nog een inleidend voorzetsel nodig om het beter te laten passen bij de andere voorzetseluitdrukkingen. Ik kan hier met de beste wereld geen taalfout of zelfs maar slordigheid in ontdekken.

En de ontlening uit het Frans? Dat is gewoon een verzinsel van de taaladviseurs die ook niet precies wisten wat er aan de hand was en daarom maar een beproefde strategie van stal haalden.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]