0107.06 Terug
Vooruit 0107.a

Col: 0107.07

Date: Mon, 02 Jul 2001 07:31:02 +0200
From: Marc van Oostendorp <marc.van.oostendorp@meertens.knaw.nl>
Subject: Col: 0107.07: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 38: De geeuw van de lil

NederNed, no. 38: De geeuw van de lil

Ik zat op een terras margarita's te drinken met iemand die 'gil' hetzelfde uitsprak als 'geeuw', maar die tegelijkertijd een duidelijk verschil beweerde te horen tussen het woord 'verst' dat 'meest ver' en het woord dat 'meest vers' betekende. Dat is voor mij precies andersom.

Mensen zoals mijn vriend zullen volgens mij de fonologie van het Nederlands weer interessant maken. Niet dat hij nu zelf zo'n briljante fonoloog is, integendeel, zijn kennis overstijgt nauwelijks dat van een willekeurige toekomstige *bachelor* in de Nederlandse taal- en letterkunde. Maar omdat hij de woorden op zo'n interessante manier uitspreekt, en daarin vast niet de enige is.

Dat mensen *Niels* en *nieuws* hetzelfde uitspreken, en *veel* laten rijmen op *leeuw*, daar hoor je al niet meer van op; het verschijnsel is al door verschillende taalkundigen beschreven. Ik doe het zelf geloof ik ook wel, in ieder geval in de genoemde woorden. Er valt ook wel een min of meer plausibel verhaal te vertellen over waarom ik dat doe, waarom zoveel mensen het doen: dat de *l* aan het eind van de lettergreep toch al de neiging heeft om dik te zijn en dat die dikke *l* heel dicht bij een w-klank ligt.

Nederlanders hebben dat eeuwen geleden al een keer gedaan. Die begonnen op een bepaald moment 'oud' te zeggen in plaats van 'old' en 'koud' in plaats van 'kalt'. We beginnen nu gewoon aan een nieuwe ronde.

Het was een warme avond op een terras in Den Haag. Daar kwam mijn vriend ook vandaan en bovendien had hij een beetje een dubbele tong, want we zaten al aan onze derde margarita. Maar daar lag het allemaal niet aan - hij is vijfentwintig jaar en behoort volgens mij gewoon tot de voorhoede van de nieuwste fonologische verandering.

Maar zijn er dan echt mensen die hun tong helemaal optillen aan het eind van *geel*? Die daar echt een l zeggen net als in *leeg*? Ik gaf tien jaar geleden al college aan propedeusestudenten. Ik vertel daarin altijd dat mensen het liefst klinkers en medeklinkers laten afwisselen. Dat ze daarom [melluk] zeggen tegen *melk*. Maar de laatste jaren zijn er nauwelijks nog studenten die dat nog geloven. 'We zeggen toch gewoon [mewk]?' roepen ze dan. En ik moet toegeven dat ik zelf ook steeds vaker [mewk] zeg en steeds minder [melluk].

Bij mijn vriend was er nog iets meer gebeurd, ontdekte ik. Voor hem hadden de klinkers voor een *l* en trouwens ook voor een *r* het verschil in lengte verloren. *Gil* klonk voor hem hetzelfde als *geel*, *Cor* hetzelfde als *koor*. Ook dat is een verschijnsel dat je bij meer mensen hoort, al ken ik er eigenlijk geen literatuur over.

Maar is dat dan geen polder-Nederlands? Ja, dat is wat iedereen tegenwoordig zegt als je een taalverandering observeert, vooral als die iets met klinkers te maken heeft. Maar volgens mij heeft Jan Stroop, de vader van het polder-Nederlands, nog nooit iets over die klinkerlengte gezegd."

Wat mij nog niet eerder was opgevallen, was dat de twee verschijnselen konden samenvallen - en dat je zo margarita's kon drinken met iemand voor wie de woorden 'gil', 'geel' en 'geeuw' allemaal hetzelfde klonken. En toch is mijn vriend er nog nooit door in de war geraakt.

Wat ik ook nog niet wist is dat je kennelijk nog wel iets met die lengte doet: omdat het er kennelijk toch niet toe doet maak je je klinkers in de laatste lettergreep net even langer. De klinker in jouw *gil* en *geel* klinkt meer zoals die van mij in *geel* dan zoals die van mij in *gil*."

Ook de klinker in *ver* bleek langer te zijn bij mijn vriend dan bij mij. Maar die verlenging gebeurt alleen als de klinker door niet meer dan één medeklinker gevolgd wordt: wel in *ver*, niet in *vers* of *kerst*. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom dat zo is: er moet wel ruimte zijn voor die verlenging, en met teveel medeklinkers is die ruimte er niet.

Welke medeklinkers tellen mee? Bij mijn vriend kennelijk alleen die van de stam. Bij *verder* en *(ik spring het) verst* zijn de *s* en de *t* kennelijk onzichtbaar: de *e* wordt langer, net als in de eenvoudige vorm *ver*. Maar *vers* begint in de eenvoudige vorm al met twee medeklinkers die de klinker het verlengen beletten: die *s* is dus wel zichtbaar.

Dat verklaart het verschil tussen *verst* en *verst*, en daar namen we nog maar een margarita op.

Marc.van.Oostendorp@Meertens.KNAW.nl


[Dit nummer][Columns Van Oostendorp]