0110.07 Terug
Vooruit 0110.09

Rub: 0110.08

Date: Wed, 10 Oct 2001 12:19:48 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Rub: 0110.08: Hora est! Samenvatting proefschrift H. Nijkeuter; promotie H. van de Venne op di 23 oktober 2001 te Nijmegen; promotie J. Baartmans op ma 29 oktober 2001 te Nijmegen; promotie L. Jensen op do 22 november 2001 te Amsterdam

Hora est!

Zoals gemeld in Hora est 0109.02 promoveerde H. Nijkeuter op donderdag 6 september 2001 in Groningen. Enige dagen geleden stuurde de heer Nijkeuter ons een (lange) samenvatting van zijn proefschrift 'De "pen gewijd aan Drenthe's dierbren grond". Literaire bedrijvigheid in de Olde Lantschap, 1816-1956'. Die samenvatting hebben we inmiddels aan de webversie van artikel 0109.02 toegevoegd.
De Neder-L-redactie.


Dinsdag 23 oktober 2001, 15.30 uur, Aula KUN, Comeniuslaan 2, Nijmegen.
H. van de Venne: 'Cornelius Schonaeus Goudanus (1540-1611). Leven en werk van de Christelijke Terentius. Latijnse scholen Gouda, Den Haag en Haarlem'.
Promotoren: prof. dr. J. Bots en prof. dr. C. Heesakkers.

Als rector van de Latijnse School van Haarlem schreef de beroemde Neolatijnse dramaturg Cornelius Schonaeus Goudanus (1540-1611) in totaal achttien toneelstukken: dertien bijbelse spelen, vier kluchten en één gelegenheidsstuk. Wegens de sterke verwantschap die zijn bijbelse drama's vertoonden met het taaleigen van de antieke komediedichter Terentius leverden deze hem de titel Terentius Christianus op. Tot aan het einde van de achttiende eeuw werden zij op vele plaatsen in Europa herdrukt. Omdat in tegenstelling tot Schonaeus' geschriften tot op heden nauwelijks iets over zijn leven bekend was, heeft drs. H.P.M. van de Venne in zijn dissertatie getracht in deze lacune te voorzien. Voor de beschrijving van Schonaeus' leven heeft hij uitsluitend van archiefmateriaal gebruik gemaakt. Daardoor is het gelukt een compleet nieuwe schets van zijn leven te ontwerpen, die gebaseerd is op betrouwbare bronnen.
H.P.M. van de Venne (Venray) legde in juli 1971 cum laude zijn doctoraal examen af aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, met als hoofdvak Latijn en als bijvakken Grieks en Nederlands. Van 1983 tot 1986 publiceerde hij in vier opeenvolgende jaargangen van Humanistica Lovaniensia, Journal of Neo-Latin Studies een analytische bibliografie van Schonaeus' gedrukte werken. In 1997 won hij met een voorlopige studie over Schonaeus' leven en werken de Haerlem-prijs.


Maandag 29 oktober 2001, 15.30 uur, Aula KUN, Comeniuslaan 2, Nijmegen.
J.J.M. Baartmans: 'Hollandse wijsgeren in Brabant en Vlaanderen. Geschriften van Noord-Nederlandse patriotten in de Oostenrijkse Nederlanden, 1787-1792'. (De handelseditie van proefschrit verschijnt bij uitgeverij VanTilt te Nijmegen, tel. +31 (0)24-360.22.94
Promotoren: prof. dr. J. Bots en prof. dr. J.J.V.M. de Vet.

In 1787 en 1788 moesten duizenden burgers de Republiek der Verenigde Nederlanden ontvluchten. Zij hadden zich verzet tegen het stadhouderlijk bewind en tegen Oranjegezinde aristocraten. Hun pogingen om te komen tot wat zij 'grondwettige herstelling' noemden, werden verstoord. Een Pruisisch leger kwam stadhouder Willem V en diens gemalin Wilhelmina te hulp en dwong de revolutionairen uit te wijken. Veel asielzoekers verbleven enkele jaren in de Oostenrijkse Nederlanden. Zij waardeerden de Habsburgse keizers Jozef II en Leopold II, die als graaf van Vlaanderen en hertog van Brabant deze gebieden bestuurden. De ballingen hadden het niet gemakkelijk. Het gastland en de inwoners werden door hen als anders, vreemd ervaren. Bovendien zorgde het gemeenschappelijke lot niet voor eensgezindheid: allerlei groepen en individuen bleven elkaar wantrouwen.
De Noord-Nederlanders maakten de Brabantse Revolutie mee. Uitgerekend tegen hun 'verlichte idool', keizer Jozef II, kwamen Brabantse en Vlaamse patriotten in opstand. Die zochten hulp in de Republiek en bij prinses Wilhelmina, wat bij veel Noord-Nederlanders tot onbegrip en minachting voor dit patriottisme leidde. Deze ontwikkelingen compliceerden het verblijf van de ballingen in de Oostenrijkse Nederlanden.
Drs. J.J.M. Baartmans behandelt in zijn proefschrift de boeiende geschriften van veel uitgeweken Noord-Nederlanders. Alle genoemde aspecten van hun verblijf in de Oostenrijkse Nederlanden komen hierin aan de orde.
Jacques J.M. Baartmans ('s-Hertogenbosch) studeerde hij Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij publiceerde op het gebied van literatuur en geschiedenis van de achttiende eeuw. Van 1963 tot 1998 was hij als docent Nederlands werkzaam aan het Sint-Chrysostomuslyceum, later Elzendaalcollege, in Boxmeer. E-mail: jacques-joep@zonnet.nl.


Donderdag 22 november 2001, 12.00 uur, Aula UvA, Singel 411, Amsterdam.
Lotte Jensen: '"Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt"; vrouwentijdschriften en journalistes in de achttiende en negentiende eeuw in Nederland'.
Promotor: prof. dr. W. van den Berg; copromotor: mevrouw dr. S. van Dijk.

Lotte Jensen - `Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt' Vrouwentijdschriften en journalistes in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw

'Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt' beschrijft de ontwikkeling van het Nederlandstalige vrouwentijdschrift beschreven, vanaf de vroegste uitgaven in de achttiende eeuw tot en met 1870, jaar van oprichting van de emancipatoire bladen Ons Streven en Onze Roeping.
     Het boek behandelt onder meer de vraag welke rol vrouwentijdschriften hebben gespeeld ten opzichte van het vrouwelijk schrijverschap, het ontstaan van een vrouwenbeweging en het feminisme in Nederland. Op basis van inhoude- lijke analyses van laat-achttiende- en vroeg-negentiende-eeuwse bladen als De Dames- Post, Euphrosyne, Penélopé en Maria en Martha laat Lotte Jensen zien dat deze tijdschriften niet alleen als instrumenten in het kader van een allesoverheersende huiselijkheidsideologie fungeerden. Er konden ook bevrijdende of radicale impulsen van deze media uitgaan, omdat ze een eigen publieke ruimte voor vrouwen creëerden waarin geluiden van verzet konden opklinken.
     Daarnaast wordt ingegaan op de activiteiten van de eerste vrouwelijke journalisten in Nederland. Met name de revolutieperiode 1795-1798 laat een ongekende bloei van de vrouwenjournalistiek zien. Men zou zelfs kunnen spreken van een kortstondige `feministische' golf, omdat sommige journalistes de achtergestelde positie van vrouwen nadrukkelijk ter discussie stelden.
     Deze uitgave bevat tevens een nieuwe bibliografie vrouwentijdschriften, waarin zoveel mogelijk gegevens bijeen zijn gebracht over de titel, uitgever, verschijningsfrequentie, redactie, medewerkers, oplage, abonnees, prijs en beschikbaarheid van de tijdschriften.


[Dit nummer][Agenda][Hora est!]