0111.26 Terug
Vooruit 0111.28

Rub: 0111.27

Date: Thu, 15 Nov 2001 12:26:04 +0100
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Rub: 0111.27: Hora est! Samenvattingen proefschriften M. van Veen (di 13 november 2001 - VU Amsterdam) over Calvijn, nicodemieten en Coornhert, C. Slegers (wo 14 november 2001, Univ. Maastricht) over Antoon Coolen; promotie O. Crasborn, do 13 december 2001, Univ. Leiden gebarentaal

Hora est!

Dinsdag 13 november 2001, Vrije Universiteit Amsterdam.
Mevrouw M. van Veen: 'Verschooninghe van de roomsche afgoderye. De polemiek van Calvijn met nicodemieten, in het bijzonder met Coornhert'.
Promotoren: prof. dr. C.P.M. Burger en prof. dr. H.M. Vroom.
Samenvatting van het proefschrift:
       'Die boer wil dat Christus begraven wordt...' Dit harde verwijt ontsproot in 1562 aan de pen van Johannes Calvijn. Degene op wie hij zijn woede koelde was de Nederlander Dirk Volckertsz Coornhert. In een fel getoonzet polemisch geschrift maakt Calvijn de Nederlander uit voor alles wat lelijk is: een boer, een hond, een goddeloos mens... In mijn proefschrift onderzoek ik deze scheldkannonade van Calvijn, en de aanleiding voor deze woedeuitbarsting.
       De pennenstrijd tussen Calvijn en Coornhert dateert uit de tijd van Filips II. In de Lage Landen begint godsdienstige onrust de kop op te steken. Individuen en groepen uiten kritiek op de katholieke kerk en komen soms op eigen gelegenheid samen om uit de bijbel te lezen en te zingen. Van een georganiseerde protestantse kerk is echter nog geen sprake. Mensen met protestantse sympathieën twisten over de vraag hoe ze zich op moeten stellen tegenover de rooms-katholieke kerk. Sommigen menen dat men de kerk van binnenuit moet hervormen; anderen menen dat men radicaal met haar moet breken.
       In Frankrijk was een soortgelijke discussie gevoerd: moest iemand koste wat het kost breken met de rooms-katholieke kerk? Eén van de voornaamste deelnemers aan de Franse discussie was Calvijn geweest. Calvijn pleitte voor een heldere keus: iemand met protestantse opvattingen moest zich verre houden van de mis, ook als hij of zij zichzelf daardoor in gevaar bracht. Ondanks godsdienstvervolgingen moest men volgens Calvijn streven naar een protestantse kerk. Voor degenen die spijt hun protestantse opvattingen de mis bleven bezoeken, bracht hij slechts minachting op. Hij verweet hun lafheid en pragmatisme. In zijn geschriften vergeleek hij hen met de bijbelse persoon Nicodemus. Nicodemus ging in de nacht naar Jezus toe en hield, uit angst voor de reactie van mensen zijn geloof verborgen.
       Calvijns geschriften tegen deze 'nicodemieten' werden onder andere in het Nederlands vertaald. Voor Coornhert waren ze aanleiding om in het geweer te komen. Lijnrecht tegenover Calvijn maande hij zijn lezers tot voorzichtigheid. Waarom zou een gelovige zijn of haar leven op het spel moeten zetten voor een uiterlijke kerk?
       Coornhert en Calvijn blijken op geloof en de rol van de kerk daarbij een geheel verschillende visie te hebben. Beide visies hebben de Nederlandse samenleving diepgaand beïnvloed. Volgens Calvijn heeft geloof ook altijd een zichtbare, uiterlijke kant. Hij benadrukt dat wat iemand met het hart gelooft, ook altijd zichtbaar wordt. Omdat lichaam en ziel één zijn, is het niet onverschillig wat iemand met dat lichaam doet. Wie knielt voor een beeld, zegt daarmee volgens Calvijn ook iets over wat hij of zij met het hart gelooft. Coornhert daarentegen meende dat de aan- of afwezigheid van iemand bij bijvoorbeeld de mis, niets zei over zijn of haar innerlijke overtuiging. Coornhert behoorde tot de omvangrijke groep spiritualisten in de Lage Landen. Lichaam en geest waren in hun ogen twee geheel verschillende dingen, waarbij de geest het hogere was. Het lichamelijke, zichtbare was van een lagere orde. Tot dat zichtbare, vleselijke behoorde ook de kerk met haar uiterlijke ceremoniën. Volgens Coornhert was het niet de moeite waard voor een dergelijke uiterlijke zaak een mensenleven te riskeren. Hij verweet Calvijn dat hij voor weinig meer dan een bagatel mensen opriep hun leven in de waagschaal te stellen. Naar Coornherts mening was het aan de vehemente oproepen van mensen als Calvijn te wijten dat mensen op de brandstapel belandden.
       De polemiek tussen Coornhert en Calvijn was een botsing tussen twee verschillende idealen. Calvijn streefde naar een nieuwe kerk die strikt naar bijbelse normen was georganiseerd. Coornhert streefde naar een geestelijker levensstaat. Deze geestelijke levensstaat had niet alleen betrekking op een bepaalde vorm van mystiek, maar ook op een deugdzaam leven. Calvijns ideaal zette godsdienstige twisten op scherp; Coornherts ideaal bood een uitweg uit de godsdienstige twisten. Volgens Coornhert kon een gelovige deze godsdiensttwisten laten voor wat ze zijn. Volgens hem gingen ze toch voornamelijk over uiterlijkheden. In plaats van zich daar druk om te maken, kon een mens zich volgens Coornhert beter toeleggen op de beoefening van de naastenliefde.

Woensdag 14 november 2001, Universiteit Maastricht.
C. Slegers: 'Antoon Coolen (1897-1961). Biografie van een schrijver'.
Promotor: prof. dr. W. Kusters; copromotor dr. J. Perry.

Samenvatting van het proefschrift:
Antoon Coolen leeft nog steeds voort als schrijver van streekgebonden romans. Cees Slegers heeft in zijn proefschrift niet alleen het literaire werk van Coolen geanalyseerd, maar ook de honderden artikelen die hij in kranten en tijdschriften publiceerde en de uitgebreide briefwisselingen die hij met schrijvers en kunstenaars onderhield. Op basis van al deze geschriften van Coolen zelf, aangevuld met recensies en opinies van tijdgenoten, is zijn levensverhaal geschreven tegen de achtergrond van zijn tijd. De lezer zal zien hoe Coolen zijn weg koos bij de grote omwentelingen die tijdens zijn leven plaatsvonden, zoals de emancipatie van de katholieken, de politieke en sociale spanningen in het interbellum, de economische en sociaal-culturele ontwikkeling van de provincie Brabant in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Donderdag 13 December 2001, 14:15, Universiteit Leiden
Onno Crasborn: 'Phonetic implementation of phonological categories in Sign Language of the Netherlands'.
Promotores: Colin Ewen (UL), Harry van der Hulst (U of Connecticut) Vincent van Heuven (UL)

Samenvatting van het proefschrift door Onno Crasborn <o.a.crasborn@let.leidenuniv.nl> over fonetische implementatie van fonologische categorieën in Nederlandse Gebarentaal:
       In dit proefschrift worden een aantal gevallen van fonetische variatie in Nederlandse Gebarentaal beschreven. Lexicale variatie tussen verschillende regio's in Nederland was al eerder ontdekt en beschreven, maar er was nog weinig bekend over fonetische of fonologische variatie - bijvoorbeeld tussen verschillende gebaarders of verschillende communicatieve situaties.
       Fonetische variatie in de realisatie van de traditionele fonologische parameters 'handvorm' en 'oriëntatie' is in detail geanalyseerd. Verder werden data verzameld uit verschillende registers: korteafstandsgebaren ('fluisteren') werden vergeleken met langeafstandsgebaren ('schreeuwen').
        De resultaten laten zien dat verschillen tussen registers niet enkel leiden tot variatie in de grootte van de bewegingen, maar ook in de traditionele fonologische categorieën. In grote (geschreeuwde) uitspraken kunnen veranderingen in handvorm en oriëntatie versterkt worden door een verandering van plaats, terwijl plaatsveranderingen in gereduceerde (gefluisterde) varianten kunnen worden gerealiseerd als handvorm- of oriëntatieveranderingen. Hoewel het onderscheid tussen de drie parameters handvorm, oriëntatie en plaats gerechtvaardigd blijft, wordt beargumenteerd dat de definitie van deze categorieën moet plaatsvinden in globale perceptuele termen, en niet in termen van gedetailleerde articulatorische parameters. Alleen dan kunnen verschillen tussen de registers op een natuurlijke manier beschreven worden.
       De data vormen daarmee bewijs voor een strikte scheiding tussen perceptuele en articulatorische karakteriseringen van gebaren. De lexicale (fonologische) specificatie bevat enkel perceptuele doelen. Hieruit volgt de sterke claim dat de stand van de gewrichten van hand en arm pas gespecificeerd hoeven te worden in de fonetische implementatiefase van de productie. De varianten die zijn gevonden worden geanalyseerd als verschillende articulaties van een constant perceptueel doel; de variatie wordt dus niet gegenereerd door een fonologisch proces, maar is zuiver een kwestie van fonetische implementatie.


[Dit nummer][Hora est!][Agenda]