0202.32 Terug
Vooruit 0202.b

Lit: 0202.33

Date: Fri, 1 Feb 2002 14:55:49 +0100
From: Marc Reugebrink <marc.reugebrink@wol.be>
Subject: Lit: 0202.33: Speciaal nummer van tijdschrift yang verschenen over onofficiële Belgische literatuurcanon uit verleden, heden en toekomst

01_yang_04: Flanders Language Valley Revisited

Flanders Language Valley Revisited is meer dan zomaar het nieuwe dubbeldikke nummer van het tijdschrift yang. Het is een boek geworden dat een dwarse en boeiende kijk biedt op de Vlaamse literatuur zoals zij was, is en ooit nog zal zijn. Niet de officiële canon en de gebruikelijke namen (Van Ostaijen, Elsschot, Boon, Claus...), maar aandacht voor auteurs die gewoonlijk achter deze grootheden verscholen blijven en wier werk desalniettemin een interessant licht werpt op de complexe geschiedenis van dit deel van Europa.

Die geschiedenis is sterk verbonden met de Vlaamse Beweging, een motorisch moment in menig Vlaams schrijversleven. Zo schreef gastredacteur Harold Polis een zowel vlammende als ironische open brief aan 'Vlaamse kop' August Vermeylen en laat Geert Buelens aan de hand van Karel van Wijnendaeles Het Rijke Vlaamsche Wielerleven zien dat niet alleen in de literatuur, maar ook in de wielrennerij en de wielerjournalistiek die Beweging een inspiratiebron vormde. De liefdesverklaring van Rokus Hofstede aan de door hem als decadent en gekunsteld omschreven Herman Teirlinck rekent dan weer af met de gedachte dat de Vlaamse literatuur geheel zou bestaan uit 'gezonde' boerenjongens en -meisjes die bij het minste of geringste 'de Vlaamse Leeuw' aanheffen. Brusselaar Piet Joostens belicht in zijn bijdrage over de flamingante francofoon Georges Eekhoud een stuk literaire geschiedenis dat gewoonlijk, en niet toevallig, ontbreekt in de officiële overzichten: dat van de Franstalige Vlamingen. Het stuk is niet alleen een introductie bij een vertaald fragment van Eekhoud, maar Joostens probeert er ook een belgitude in uit die verder gaat dan de Magritte- & Expo 58-ironie van een vorige generatie Nederlandstalige Belgen. Eén en ander is steeds ook verbonden met de taalproblematiek, een kwestie die door twee taalkundigen, Rik Geeraerts en Jürgen Jaspers, fel bediscussieerd wordt in een polemiek over het Belgisch Nederlands, c.q. Vlaams, naar aanleiding van de erfenis van de eind 2000 overleden sociolinguïst Kas Deprez.

Ook oorlog drukt zijn stempel op de geschiedenis. Sophie de Schaepdrijver las drie zeer verschillende dagboeken uit de Eerste Wereldoorlog, een van de meest dramatische en voor de ontwikkeling van het land ingrijpendste periodes uit de Belgische geschiedenis (Virginie Loveling, Stijn Steuvels, Cyriel Verschaeve). Dirk van Hulle verbindt in zijn bijdrage Ivo Michiels Orchis Militaris met Beckett, Bush en Bin Laden, en Bert Vanheste herlas het in de Koude Oorlogsjaren vijftig geschreven De witte muur van Maurice D'Haese en ontdekte daarin een interessante variatie op een existentialistisch thema van Camus.

Gie van den Berghe tracht dan weer enig inzicht te krijgen in de aard en omvang van de seksuele revolutie in Vlaanderen en herleest het begin jaren zestig spraakmakende werk Jeugd voor de muur van Jos van Ussel en Jaap Kruithof. Inger Leemans schetst de geschiedenis van het pornofonds van Walter Soethoudt, waarin onder andere Georges Adé, Freddy De Vree, Patrick Conrad, Gust Gils en Claude Krijgelmans zich (zij het onder pseudoniem) blootgaven. Tom Van de Voorde vraagt in zijn bijdrage hernieuwde aandacht voor ook het meer reguliere literaire werk van Krijgelmans, die in de jaren zestig als een van de meest beloftevolle auteurs werd beschouwd. Er werden twee nieuwe verhalen van Krijgelmans opgenomen, de eerste na een stilte van meer dan vijftien jaar. Marc Kregting heeft het over de misschien wel belangrijkste, hedendaagse mooie jonge god uit de Vlaamse letteren: J.M.H. Berckmans. Diens litanieën uit de goot overtuigen niet zozeer door hun zogenaamd doorleefde en authentieke belijdeniskarakter, maar door een door allerlei muzikale principes gestuurde taalbehandeling. Jeroen Overstijns stelt zich in zijn bijdrage naar aanleiding van het kleine oeuvre van de betreurde Wim Neetens de vraag op welke manieren hedendaagse Vlaamse proza-auteurs hun maatschappelijk engagement verwerken in hun werk.

En dan is er nog de bijdrage van financieel journalist Jan Puype, die terugkeert naar de Westhoek, daar waar Flanders Language Valley voor het failliet van het spraaktechnologie-bedrijf Lernout & Hauspie gegrondvest was. De Westhoek, ook wel het 'Texas van België' genoemd, terwijl de snelweg door dat gebied vanwege de bloeiende textielsector ook wel 'Carpet Road' heet. Een verbluffende opsomming van kilometers tapijt, miljoenen vierkante meters baksteen en eindeloos veel voetbalvelden spaanplaat, geproduceerd door 'doenerikken' met een grote afkeer van de regelgevers uit 'Brussel', die eerder vertrouwen op 'feeling' en elkaar dan op de 'facts and figures' van de moderne manager.

Flanders Language Valley Revisited sluit af met een enquête over de stand der dingen in de Vlaamse literatuur. Jos Borré, Saskia de Coster, Pol Hoste, Bart Meuleman, Anne Marie Musschoot, Tom Naegels, Harold Polis, Marc Reugebrink, J.H. de Roder en Dorian Van der Brempt buigen er zich vaak uitvoerig over kwesties als de status, de lezers, de kritiek, het verleden en de toekomst van de Vlaamse literatuur.

Tot slot publiceert writer in residence [Paul Verhagen] de vierde aflevering van zijn Omega Minor.

Bestellen:
Los nummer: EUR 7
Abonnement 4 nrs.: EUR 20 (België), EUR 25 (buitenland)
yangtijdschrift@yahoo.com
http://www.yangtijdschrift.be

Postrekening 000-1702138-79
tav yang
Postbus 245
B-9000 Gent
tel/fax +32 (0)9-226.07.66


[Dit nummer]