0203.22 Terug
Vooruit 0203.24

Vac: 0203.23

Date: zaterdag 30 maart 2002 10:42
From: Arianne Baggerman arianne-marco@wxs.nl
Subject: Vac: 0203.23: Vacature voor een aio/promovendus op de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam voor onderzoek van autobiografieën en andere egodocumenten (deadline: ma 22 april 2002)

Vacature Rotterdam

Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen (FHKW)

De FHKW verzorgt de doctorale opleidingen Maatschappijgeschiedenis en Kunst- en cultuurwetenschappen en de postdoctorale opleidingen Journalistiek en Integraal Documentmanagement. Het hoogwaardige onderzoek is ondergebracht in twee landelijke onderzoekscholen, het Posthumus- en het Huizinga-instituut. De FHKW telt ruim 600 studenten en circa 80 medewerk(st)ers.

Bij de FHKW is in het kader van het door NWO en de Erasmus Universiteit als Vernieuwingsimpuls gefinancierde onderzoeksprogramma 'Controlling Time and Shaping the Self' in het deelprogramma De commercialisering van autobiografisch schrijven plaats voor een:

promovendus v/m voor 38 uur per week

Het onderzoeksprogramma 'Controlling Time and Shaping the Self'

De toenemende productie van dagboeken, autobiografieën en andere typen egodocumenten in de 19e eeuw is tot nu toe hoofdzakelijk geïnterpreteerd als indicatief voor een groeiende introspectie en zelfreflectie. Deze visie baseerde zich op een beperkt canon van grote schrijvers, zoals Rousseau en Goethe. De voorlopige onderzoeksresultaten van ongedrukte egodocumenten uit de periode 1814-1914, geven echter aanleiding deze visie in twijfel te trekken. In tegenstelling tot de verwachtingen groeide het aantal feitelijke dagboeken en onpersoonlijk getinte autobiografieën veel sterker dan het aantal meer intieme introspectieve teksten. Tegelijkertijd blijkt uit nevenonderzoek een scherpe stijging in het aantal gedrukte autobiografieën. Dit leidt tot de vraag of de vooronderstelde stijging in introspectie en zelfreflectie onder Nederlandse auteurs eerder zijn weg vond in publieke (gepubliceerde) teksten dan in de (ongedrukte) teksten met een privé-karakter zoals dagboeken en autobiografieën. Als dat het geval is, hoe kunnen we deze paradox - hoe meer publiek, des te meer privé - verklaren, en wat is de betekenis en de functie van de gevonden, schijnbaar onpersoonlijker 'privé' teksten? In dit onderzoek worden de begrippen 'intiem' versus 'onpersoonlijk' en 'privé' versus 'publiek' nader geproblematiseerd en wordt een verband gelegd tussen een drietal, ogenschijnlijk losstaande ontwikkelingen, die elk een apart deelproject met een eigen invalshoek vormen:

(1) Dagboek schrijven en tijdsbeheersing als nieuw pedagogisch hulpmiddel.
(2) Veranderingen in de tijdsperceptie en historische reflectie op het persoonlijk niveau.
(3) De commercialisering van autobiografisch schrijven.

Deze drie onderzoeksterreinen zullen worden gerelateerd aan een van de meest fundamentele veranderingen die rond 1750 heeft plaats gevonden: de verandering in tijdsperceptie en historische reflectie.

Uw werkzaamheden

In het deelproject 'De commercialisering van autobiografisch schrijven' wordt de opkomst geanalyseerd van het genre van de gedrukte autobiografie in Nederland in de periode 1750-1914. Hierbij gaat het om ontwikkelingen in het aanbod, marketingstrategieën van uitgevers, reclame, auteursintenties en de receptie van het genre in tijdschriften. De voornaamste bronnen waarmee zal worden gewerkt zijn: advertenties, uitgeversprospectussen, recensies en voorwoorden van auteurs en/of uitgevers. Daarnaast wordt van de onderzoeker verwacht een bijdrage te leveren aan een verdere verfijning van het door het ING samengestelde repertorium van gedrukte egodocumenten in de periode 1814-1914. Thema's die met behulp van de voorwoorden meer in detail zullen worden bestudeerd zijn onder andere vormen van zelfrepresentatie, authenticiteitsclaims, beloftes van intimiteit en het geïntendeerde lezerspubliek.

Wij vragen

U heeft uw doctoraal geschiedenis of neerlandistiek. U heeft tevens het vermogen om in teamverband te kunnen samenwerken. Een redelijke bekendheid met de onderzochte periode en het type bronnenmateriaal waarmee zal worden gewerkt, strekt tot aanbeveling.

Wij bieden

De FHKW kent de promovendus gedurende het eerste jaar een beurs toe. De beurs bedraagt EUR 1425 per maand. Aan het eind van het eerste jaar vindt een beoordeling plaats. Indien positief, wordt de promovendus voor drie jaar (voltijds) aangesteld als assistent in opleiding (AIO) bij de faculteit.

Bij aanstelling als AIO geschiedt salariëring volgens de AIO schaal van de CAO Nederlandse Universiteiten. Bij een volledige werkweek van EUR 1.553 bruto per maand in het tweede jaar, oplopend tot EUR 2.063 bruto per maand in het vierde jaar.

Het programma wordt geleid door mw. dr. Arianne Baggerman. Als promotor zal mw. prof. dr. Maria Grever optreden, i.s.m. mw. dr. Arianne Baggerman en dr. Rudolf Dekker.

Informatie en sollicitatie

Voor meer informatie kunt u terecht bij de programmaleider, mw. dr. Arianne Baggerman, telefoon +31 (0)10 4082901 / (0)78 6314505 of e-mail arianne-marco@wxs.nl.

Uw schriftelijke sollicitatie (vergezeld van een curriculum vitae, cijferlijsten, evt. publicatielijsten en een eindscriptie of ander werkstuk van substantiële omvang) kunt u richten aan drs. J. van Male (faculteitsdirecteur), Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen, Kamer L3-039, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam. Reacties dienen uiterlijk te zijn ontvangen op 22 april 2002.

Vriendelijke groet,

Arianne Baggerman

Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen, Kamer L3-010, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam (thuis: Sophiastraat 36, 3314 ZV Dordrecht, +31 (0)78-631.45.05)


[Dit nummer][Alle vacatures]