|
Med: 0203.31
Date: Mon, 18 Mar 2002 22:51:50 +0100
From: Jacqueline de Ruiter <J.deRuiter@bookmark.demon.nl>
Subject: Med: 0203.31: Lezingen Jelle Koopmans en Ben van der Have
over chansons de geste tijdens bijeenkomst van
Nederlandse afdeling van de
op za 13 april 2002 te Utrecht
Chansons de geste
De Société Rencesvals is een internationale
wetenschappelijke vereniging voor de studie van het middeleeuwse
chanson de geste, het heldenepos rond Karel de Grote en zijn vazallen.
Het zwaartepunt van de aandacht ligt bij de Franstalige overlevering,
maar ook voor de uitstraling van de Franse traditie naar andere landen
bestaat in toenemende mate belangstelling. Naast filologisch onderzoek
naar de overgeleverde teksten worden ontstaan, ontwikkeling, receptie
en functie van de verhalen bestudeerd aan de hand van bewerkingen,
vertalingen, en latere navolgingen.
De Nederlandse afdeling van de Société nodigt u uit voor
een bijeenkomst met een tweetal lezingen.
Datum: zaterdag 13 april 2002
Plaats: collegezaal Universiteitsbibliotheek Universiteit Utrecht,
Wittevrouwenstraat 7-11, Utrecht
Tijd: ontvangst vanaf 10.30u
Het programma begint om 11.00u. Na afloop van de lezingen biedt de
afdeling alle aanwezigen een eenvoudige lunch aan. Na de lunch wordt de
bijeenkomst afgesloten met een besloten huishoudelijke vergadering voor
de afdeling (aanvang 13.30u). Deelname is kosteloos, maar met oog op de
lunch verzoeken wij u wel ons vóór 8 april te laten weten
of u aanwezig zult zijn. Opgave en informatie bij Jacqueline de Ruiter,
030-2734012 of j.deruiter@boomark.demon.nl
Sprekers op deze bijeenkomst zijn Jelle Koopmans en Ben van der Have.
Onderstaand vindt u een korte samenvatting van hun bijdragen.
"Ne say pourquoi iroie le canchon allongeant" - Verhaal, vervolg,
vervolgverhaal: de late 'chansons de geste' in Frankrijk.
Jelle Koopmans
- Als, zoals de inleidingen in de Franse
literatuurgeschiedenis ons willen doen geloven, in de loop
van de dertiende eeuw de 'roman' het 'chanson de geste'
vervangt, heeft dat laatste slechts een kort leven gehad.
Aan het einde van de vijftiende eeuw bestaan er echter nog
'chanteurs de geste' en wordt er 'uit het boek gezongen'.
Is er nu een 'echt' epos dat langzaam degenereert, is er
een genre dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden,
ontstaat er nu in veertiende en vijftiende eeuw een 'nieuw'
episch genre? Is het zinnig om het chanson de geste via een
'chanson de geste tardive' naar een 'chanson d'aventures'
te laten evolueren, of kunnen we met andere
beschrijvingsmodellen beter uit de voeten. Aan de hand van
een aantal formele, historische en inhoudelijke
karakteristieken kunnen we proberen enige klaarheid in de
verwarring te brengen.
Jelle Koopmans is faculteitsfellow aan de faculteit der
Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.
Zijn publicaties betreffen voornamelijk de
vijftiende-eeuwse literatuur in de Franse taal.
De geschiedenis van de Middelnederlandse Karelepiek: problemen en
desiderata
Ben van der Have
- In de afgelopen vijftig jaar is er op het terrein
van de Karelepiek het nodige gepresteerd, maar met de
geschiedschrijving ervan zijn we weinig opgeschoten. De
repertoria van Besamusca en Kienhorst presenteren de epiek
in alfabetische volgorde, en tot veel meer dan dat zijn we
nog niet in staat. Het laatste woord op het gebied van de
historiografie is gesproken door Van Mierlo.
Willen we verder komen dan hij, dan moet er nog heel
wat gebeuren. Ten eerste zijn er problemen met de
afbakening. Hoort bijvoorbeeld de Borchgrave van
Couchi er wel bij (Van Mierlo) of niet bij (Besamusca)?
Ten tweede zijn er veel onzekerheden bij de datering. Dat
Van Mierlo alleen Beerte, Valentijn ende
Nameloes en Malegijs als late Karelepiek
beschouwt, maakt een volstrekt willekeurige indruk. Maar is
er iets beters? Ten derde is er een ontwikkelingsmodel
nodig dat meer mogelijkheden biedt dan de tweedeling
'bloei' en 'nabloei'. Daarbij zou de geschiedenis van de
chansons de geste de helpende hand kunnen bieden.
Ben van der Have is leraar in ruste en tekstschrijver
in vol bedrijf. Zijn wetenschappelijk werk is vooral gewijd
aan de Roman der Lorreinen.
|