0203.41 Terug
Vooruit 0203.43

Rec: 0203.42

Date: Mon, 18 Mar 2002 15:03:22 +0100
From: Marc van Oostendorp <marc.van.oostendorp@meertens.knaw.nl>
Subject: Rec: 0203.42: Recensie 'En dat leren doen we straks' door Marc van Oostendorp van 'Taaltrotters. Expositie in het Tropenmuseum/Kindermuseum' en de publicatie van Karijn Helsloot en Caroline Schwippert, 'Taaltrotters Paspoort' (Amsterdam, 2002)

En dat leren doen we straks

Taaltrotters. Expositie in het Tropenmuseum/Kindermuseum. Daarna. Voor meer informatie over deze expositie, zie: http://www.kit.nl/tropenmuseum/html/tentoonstellingen.asp?ActiviteitID=312 (Tropenmuseum) en http://www.levendetalen.nl/Activiteiten/Taaltrotters.htm (Levende Talen)
Karijn Helsloot en Caroline Schwippert. Taaltrotters Paspoort. Amsterdam, ABC & Studio Taalwetenschap, 2002. ISBN 90-72271-98-X. Prijs: EUR 2,50. Te verkrijgen bij het museum.
Wat is taal is op school toch een saai vak! Dat komt beslist niet doordat het zo wetenschappelijk wordt aangepakt. Integendeel: als er wat meer taalkunde op school zou worden ingevoerd, zou het vak er een stuk vrolijker, swingender én informatiever van worden.

Die conclusie kun je trekken als je de tentoonstelling Taaltrotters bezoekt en het bijbehorende taalpaspoort bekijkt. De tentoonstelling (nog tot en met 20 mei te zien in het Tropenmuseum in Amsterdam, en daarna in allerlei andere musea in Nederland) is bedoeld voor kinderen tussen 10 en 14 jaar. Het is duidelijk in eerste instantie bedoeld voor schoolklassen. Wat had ik graag in zo'n klas gezeten.

Taaltrotters is is in de eerste plaats een verhaal. Ahmet, Lieve, Lukas en Mercé zitten (volkomen terecht) te klieren in de klas op het moment dat er een dictee wordt voorgelezen. Ze krijgen een originele straf: binnen een uur moeten ze terug zijn met een lied over taal, een lied met veel talen. Ze knippen die opdracht in vieren; elk kind voert zijn eigen deelopdracht te weten en komen zo spelenderwijs veel te weten over klankstructuur, over zinsbouw, over gebarentaal, over taalvariatie, taalcontact en nog een aantal taalonderwerpen.

De expositie bestaat uit vier multimediastandjes, waaraan maximaal acht kinderen plaats kunnen nemen. In elk standje wordt het verhaal van een kind verteld door de stemkunstenaar Jaap Blonk. Mercé bijvoorbeeld gaat te rade bij haar grootmoeder, leert zo hoeveel verschillende talen haar grootouders in Suriname spraken en klimt nog even in de mond van oma om te zien waar taaklanken precies gemaakt worden. Af en toe wordt het verhaaltje stilgezet en kunnen de kinderen onder leiding van Blonk zelfs alle plaatsen in de mond (en de klinkerdriehoek) afreizen om te merken welke klanken ze allemaal maken, en krijgen ze af en toe een quizvraagje voorgelegd.

In het talenpaspoort wordt nog wat achtergrondinformatie gegeven. In de multimediapresentatie zegt oma tegen Mercé: "Je kan soms raden hoe woorden zijn geboren. Kijk eens." Vervolgens zie je Mercé zoen zeggen. "En wat doe je", zegt oma vervolgens. "Je tuit je lippen." In het talenpaspoort staat dan vervolgens te lezen:

Zoen. Ja, in het Nederlands klopt het. Maar hoe kus je in het Engels? Kiss. Met gespreide lippen? Of in het Italiaans? Bacio. Met open mond? Nee, klank en betekenis hebben bijna nooit wat met elkaar te maken.
Zoek maar eens woorden voor kus of zoen in andere talen. Heeft de klank en stand van je lippen iets met het geven van kussen te maken.

Saussure voor kinderen, terwijl tegelijkertijd kinderen ertoe worden aangezet eens goed te kijken naar hoe je woorden maakt met je mond, en de verschillen tussen talen te overwegen en te onderzoeken. Aan het eind van de presentatie, en als je het paspoort hebt doorgewerkt, weet je voorgoed zeker dat taal niet iets is van suffe regeltjes, van grammaticafouten en dictees, maar dat het iets is wat alle mensen delen, en dat enorm mooi en intrigerend is.

Er vallen misschien ook wel een paar dingen te mopperen. Zo is de tentoonstelling eigenlijk nauwelijks een tentoonstelling: er zijn vier multimediazuilen en niet meer. De hele presentatie zou zonder verlies ook op een dvd kunnen worden gezet, de museale setting voegt maar weinig toe. Verder is presentator Jaap Blonk een controversieel man. Ik houd bijzonder van zijn werk, maar mijn gezelschap in het museum vond hem irritant. Ik vermoed dat hij die reactie bij meer mensen opwekt, ook bij kinderen.

Maar dat lijken me allemaal marginale kanttekeningen bij een prachtig project dat ook prachtig is uitgewerkt. Ga er zo snel mogelijk heen, zeker als u kinderen hebt in de doelgroep.

Aan het eind van de presentatie hebben de kinderen hun lied klaar. Een van de coupletten luidt:

En de één is aan het skaten
En de ander doet dat niet
Die schrijft lange liefdesbrieven
Of die zingt het in een lied
Kan je dat weer aan me mailen
Nee, ik gooi het op de fax

Ja, met taal kun je wel spelen
dat leren doen we straks.

In die laatste regels zit een tegenstelling waarvan Taaltrotters laat zien dat hij slechts schijnbaar is. Ja, de saaie dingen die op sommige scholen nog steeds gelijk staan aan 'taal' zijn moeilijk met 'spelen' te combineren. Maar de dingen die de taalwetenschap onderzoekt dagen uit, en stemmen vrolijk.

Marc van Oostendorp, Marc@vanOostendorp.nl


[Dit nummer]