0204.32 Terug
Vooruit 0204.b

Col: 0204.33

Date: Sun, 21 Apr 2002 19:49:54 +0200
From: Marc van Oostendorp <Marc@vanOostendorp.nl>
Subject: Col: 0204.33: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 40: Zoals een Romeinse legionair

NederNed, no. 40:
Zoals een Romeinse legionair

Sommige dichters vinden het hun taak om zo onbegrijpelijk mogelijk te schrijven, maar weinigen gaan daarin zo ver als Gonçalo Neves. Veertien jaar lang heeft hij gedichten geschreven in het Esperanto, om tot de conclusie te komen dat die taal hem toch niet mooi genoeg is. Nu is hij overgestapt op het Ido, een kunsttaal die van het Esperanto is afgeleid en waarschijnlijk niet meer dan enkele tientallen sprekers heeft over de hele wereld. Van wie het maar de vraag is of ze van poëzie houden.

Het eerste boekje over het Esperanto werd gepubliceerd in 1887. Dat boekje bevatte behalve een grammaticale schets en een woordenlijst ook enkele literaire proeven: vertalingen en zelfs enkele oorspronkelijke gedichten, allemaal van de hand van L.L. Zamenhof, de auteur van de taal. Zamenhof vond dat een taal niet kon bestaan zonder literatuur en deed ook zijn best om te laten zien dat zijn taal als literaire taal kon worden gebruikt. Hij vertaalde in de loop van zijn leven onder andere het complete Oude Testament, alle sprookjes van Andersen en enkele stukken van Shakespeare met dat doel.

Niet iedereen was het met hem eens. Er waren taalkundigen -- de beroemde Deen Otto Jespersen bijvoorbeeld -- die vonden dat een taal niet door een relatieve taalkundige amateur als Zamenhof (een oogarts) kon worden gemaakt. Dat de taal als voertuig van literatuur moest dienen vonden ze vaak onzin: de taal moest vooral dienen als voertuig voor de wetenschap, de handel, de internationale politiek. Poëzie was een frivoliteit. Bovendien zagen ze rond 1907 dat het Esperanto nog steeds niet de grote doorbraak had gemaakt, en volgens hen lag dat aan de taalkundige tekortkomingen die ze in het Esperanto zagen (de taal gebruikte een accusatief! en het woord voor 'student' was 'studanto' in plaats van het veel wetenschappelijker 'studento'!

Dus begonnen in 1907 een groepje mensen, voornamelijk geleerden als de voornoemde Jesperse en de wiskundige Couturat een eigen 'verbeterd' Esperanto, dat ze 'Ido' noemden. Ido betekent 'nakomeling' in het Esperanto.

Het probleem van het Ido was nu vooral dat het veel mensen aantrok die dol waren op het bedenken van steeds nieuwe 'verbeteringen' in de taal. Dat betekende dat de beweging snel versplinterde, want over de verschillende 'verbeteringen' konden de Idisten het onderling vaak niet eens worden. Jespersen publiceerde bijvoorbeeld een boekje Novial (Nieuwe International Auxiliary Language) met een geheel eigen versie kunsttaal die misschien niemand geleerd heeft. Bovendien: doordat de Idisten zo druk bezig waren hun taal te verbeteren, kwamen ze er niet echt toe te bouwen aan een taalgemeenschap of een literatuur, zoals de Esperantisten dat wel hadden gedaan. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is de Esperanto-beweging weliswaar niet groot, maar nog steeds redelijk levendig (een redelijke schatting is dat er honderdduizend actieve gebruikers zijn op de wereld), terwijl het Ido tot enkele jaren geleden steeds verder gemarginaliseerd raakte.

Toen gebeurde er iets. De meeste mensen hebben het niet zo in de gaten, maar de komst van het internet heeft van alles betekend voor kunsttaalbewegingen zoals dat van de Idisten. Ineens werd het financieel mogelijk om het handjevol liefhebbers in hun zelfgemaakte diaspora te organiseren, met elkaar te laten praten in nieuwsgroepen, elektronische krantjes uit te geven. Ineens werd het mogelijk om het Ido (en ook allerlei andere kleine idealistische kunsttalen) een wereldwijd podium te geven.

Gonçalo Neves maakt daar dankbaar gebruik van. Hij had het Ido ontdekt en gebruikte voortaan een Ido-nieuwsgroep om zijn eerste dichterlijke pogingen te publiceren en te laten toetsen. Waarom toch dat Ido? Neves schrijft er zelf over (in zijn brochure 'Nia justifiko' - Onze rechtvaardiging; ik geef eerst mijn vertaling, maar citeer het daaronder voor de aardigheid in het Ido):

"Om eerlijk te zijn is het de moeite helemaal niet waard om Ido te leren vanwege zijn huidige beweging (die heel minimaal is) en zelfs niet voor zijn huidige literatuur (die zeer mager is), maar alleen vanwege het gigantische esthetische plezier die de taal toestaat, en vanwege de hoop dat te zijner tijd zeer waardevolle schrijvers de schoonheid en de voordelen van het Ido zullen ontdekken en hem zullen gebruiken als krachtig cultureel instrument."

"Se oni volas sincera opiniono, tote ne valoras la peno lernar Ido pro lua nuna movemento (qua es tre mikra) e mem ne pro lua tilnuna literaturo (qua es tre magra), ma nur pro la grandega estetikal plezuro quan grantas la linguo, e pro l'espero ke ultempe tre valoroza skripteri deskovros la beleso ed avantaji di Ido ed uzos ol kom potenta instrumento di kulturo."

Op dit moment is Neves bezig een vertaling uit te geven van het grote gedicht 'O guardador de rebanhos de Fernando Pessoa'.

Zoals gezegd, er zijn meer dichters die er eer in leggen onbegrijpelijk te zijn, maar Neves gaat wel heel ver. Het Ido ligt nog steeds vrij dicht bij het Esperanto en kun je praktisch als een dialect van die taal beschouwen, maar Esperantisten zullen geen Ido lezen. Het heeft iets heel ontroerends, natuurlijk, deze keuze voor de absolute schoonheid, voor een taal die je nu eenmaal mooi vindt, al kan niemand hem lezen.

Het thema van de Ido-dichter is overigens het onderwerp van een aardig Esperanto-gedicht, 'La lasta' van L.N. Newell. In mijn onvolmaakte vertaling:

    DE LAATSTE
    
               In vriendschap opgedragen aan een Idistische dichter

    Zoals een Romeinse legionair zingt
    Eenzaam op wacht bij de laatste landsgrens
        Vol goede moed op zijn post,
        Barbaren slaan thuis alles stuk;

    Zoals op het dode land doodsgezangen
    Zingt voor zijn naasten de laatste mens
        De sneeuwvlokjes dwarrelen stil,
        De blinde wanorde komt snel:

    Zo zing jij je lied, laatste Idist,
    Bedroefd om een wereld, die zomaar de taal
        Vergat waar jij zo van hield
        Trouw dichtertje, wees gegroet!

    L.N. Newell (1902-1968)

    ---

    LA LASTA

               Dedichita amike al Idista poeto

    Kiel soldato kantas romana,
    Sola che l' lasta landlim' forgesita,
        Kuragha che sia posteno
        Dum detruas patrujon barbaroj;

    Kiel sur morta tero mortkantas
    Siajn amatojn lasta homido,
        Sub negheroj silente shvebantaj,
        Atendante la blindan hhaoson:

    Tiel Idisto lasta vi kantas
    Morne al mondo, kiu forgesis
        La lingvon de vi amegatan.
        O poeto fidela, saluton!

    L.N. Newell (1902-1968)

Marc van Oostendorp, http://www.vanoostendorp.nl/

Verwijzingen:

  • Gonçalo Neves. 'Nia justifiko. Esayo pri la existo-yuro di Ido'. Editerio Sudo; Lisboa, 2002.
  • Gonçalo Neves. 'Servi la Arton kaj Belon.' La Ondo de Esperanto 2002.4.
  • http://www.esperanto.org/Ondo/90-lode.htm
  • Ido-discussielijst: http://groups.yahoo.com/group/idolisto/

  • [Dit nummer][Columns Van Oostendorp]