0207.30 Terug
Vooruit 0207.b

Art: 0207.31

Date: Fri, 19 Jul 2002 14:50:24 +0200
From: Theo Janssen <thajm.janssen@let.vu.nl>
Subject: Art: 0207.31: Door Th. Janssen: Column (= repliek) "Wij- en zij-taalkunde in relatietherapie". Bij M. van Oostendorps column "De Nu-Wij-Taalwetenschap" in Neder-L 0207.19. Gevolgd door een naschrift van M. van Oostendorp en een epiloog van Th. Janssen

COLUMN (= REPLIEK)
Wij- en zij-taalkunde in relatietherapie

Bij M. van Oostendorps column "De Nu-Wij-Taalwetenschap (= bespreking van 'Taal in gebruik', samengesteld door Th. Janssen, Den Haag, 2002)" in Neder-L 0207.19)
1. Probleem

Taalkunde is weer smakelijk en vermakelijk. Kan taalkunde interessant en amusant zijn dan? Wat is er gebeurd? 'Wij' hebben een boek gemaakt waarin 'zij' geen rol spelen. Dat zag Marc van Oostendorp meteen toen het hem in handen viel. Hij had de achterkant nauwelijks half gelezen of daar zag hij het ook al in de inleiding: dit boek benadert taal vanuit een interactioneel perspectief! Dat kan toch helemaal niet. Dat moet eenzijdig zijn.

Zo'n twintig linguïsten durven over hun privé-interesse te schrijven! Met een schok dacht Marc terug aan zijn leraar Nederlands, meneer Wassenberg. Tot Marcs verdriet deed die meer aan tekstverklaren dan aan ontleden. Hij werd er "sip" van. Hadden ze de naam van Chomsky nu nog maar 'ns gebruikt en de klinkerdriehoek getekend, en een of twee boomdiagrammen. Maar niks van dat alles. Ja, ergens wordt gezegd dat de chomskyaanse en de cognitieve linguïstiek verschillende visies hebben op processen als het grammaticaal ontleden en interpreteren van een zin, maar dat wordt gauw afgestopt met de mededeling dat daar het laatste woord nog niet over gezegd is. Dat is toch dogmatiek ten top!

En dan zo weinig klank- en zinsleer in dat boek, dat zich een inleiding in de taalwetenschap waagt te noemen! Nee, 't is duidelijk: 'Taal in gebruik' leidt helemaal niet in tot de grammatica: 't woord 'fonologie' komt in 't hele boek niet voor. Ja, één keer, terloops! Is dat niet "verbazingwekkend"?

Marc van Oostendorp wist meteen wat 'm te doen stond: een 'column (= bespreking)' maken. Mooi, 'n weerwoord is dan dubbel dom. Discussie gesloten. Weg met interactie!

Hoe nu verder? Reageren botst met het genre 'column (= bespreking)', maar zwijgen is negeren. En dat is wat Marc juist zo erg lijkt te vinden. Toch maar wat terugzeggen dan? Dan neem ik hem in elk geval serieus en, ach, dan moet ik mogelijke kritiek van 'n genrefreak maar negeren.

2. Een pietsje psychologie-van-de-koude-grond

"Je kunt de taal op velerlei wijze bestuderen, en een ervan - volgens mij een heel legitieme - is je te concentreren op de vorm", maar over de vorm wil 'Taal in gebruik' de studenten niks vertellen, weet de columnist. Dit is - zo oppert een stroman - een reactie op "die generativisten die deden alsof zij de waarheid in pacht hadden, alsof hun visie op taal de enige wetenschappelijke was". Is dat geen prachtige projectie?

Gek genoeg haalt de columnist niet nog een stroman van stal die fijntjes zegt: "Laat de echte taalkunde maar aan ons over"! Nee, dat zou ook wel wat hautain kunnen overkomen, nietwaar?

Maar nu de diepere zielenroerselen van de columnist zelf. "Ik vond zinsontleden fascinerend en tekstverklaren suf, en meneer Wassenberg en zijn vak heb ik daarna nooit meer serieus genomen. En dan deed hij tenminste nog wat aan dat ontleden." Tja, een oude frustratie! Marc mist ontleden. Wel, daar vond ik nou geen barst aan op de middelbare school, want op mijn lagere school was het al zo behandeld dat ik daarna geen moeite had met naamvallen, ablativus absolutus of participium conjunctum. Gelukkig heeft mijn meneer Wassenberg me toen iets over tekstkenmerken geleerd.

"De taalkunde is het mooiste vak dat er is, als je haar niet nodeloos beperkt", zo vindt de recensent. Zit er dan een steekje los aan docenten die vinden dat studenten meer van taalwetenschap mogen weten dan wat in grammatica's staat?

3. Wat snufjes vakgeschiedenis

3.1. Klinkerdriehoek

Het negeren van de klinkerdriehoek is "op zijn minst de ontkenning van de geschiedenis van de taalwetenschap". Inderdaad, dat is kort en krachtig "bizar"!

Beste Marc, hopelijk vind je 't niet erg als ik nu wat persoonlijk word en jou iets beken. Van alle studenten die ik ooit fonologie gegeven heb, is er niet één fonoloog geworden. Nu besef ik hoe dat komt: ik heb hun niets over de klinkerdriehoek verteld. Dat woord ontbrak in Cohen e.a. (1961), dat ik - na mijn ATW-scriptie over morfofonologie in de tgg - in 1968 op colleges gebruikte, en ook daarna nog 'n tijdje. Je weet wel, dat boek dat de fonologie in Nederland tot ontwikkeling bracht.

3.2. Boomdiagrammen

Niet één boomdiagram in 'Taal in gebruik'. Is dat nou niet "een totaal overboord gooien van allerlei soorten van taalwetenschap die niet in deze of gene politieke agenda passen"? Een afrekening met 't verleden? Zou jij 't wellicht "legitiem" kunnen vinden dat 'wij' studenten laten zien hoe taal vanuit een interactioneel perspectief bestudeerd kan worden, ook wat de zinsleer betreft?

Trouwens, Marc, als je 'Taal in gebruik' goed gelezen hebt - en dat moeten 'wij' aannemen, want jij hebt geen politieke agenda, toch? - dan is je vast opgevallen dat de indeling van zinstypen via de vorm wordt benaderd, zelfs met een rol voor intonatie. Heeft dat jou, vormliefhebber en fonoloog, niet kunnen bekoren? Heb je 't wel gezien? Nee, er staat geen boomdiagram bij.

3.3. Arbitrariteit en analogie

En, Marc, ook leuk voor iemand geïnteresseerd in geschiedenis is nog 't volgende. Toen Cohen e.a. toch echt niet meer 'kon', verscheen in 1974 de 'Basiskursus algemene taalwetenschap'. Ook daar heb ik college uit gegeven. Omdat 't boek zo goed was? Nee, gewoon bij gebrek aan beter, zoals eerstejaars al vlug doorhadden toen ze almaar hulphypothesen moesten leren bedenken omdat hun zinnen niet zo goed pasten in de theorie, sterk gebaseerd op Engelse 'feiten'.

Maar weet je wat nu vooral zo interessant is voor jou met je historische interesse? Wel, er staat niets in over de arbitrariteit van het woord, terwijl Plato 't daar toch al over heeft gehad. Ook staat er niets in over analogie. Nee, want 't was een 'fout' begrip, al leek 't Aristoteles wel aardig. Mag die notie nu wel weer meedoen? Interessant voor jou is ook nog dat in die 'Basiskursus algemene taalwetenschap' vrijwel niets staat over morfologie. Ja, toch, terloops, om fonologische noties uit te leggen.

Dat er in die 'Basiskursus' niets staat over een interactionele visie op taal, vind jij vast nog niet zo gek. Maar heb jij je wel 'ns afgevraagd waaraan de taalkunde zoal haar ontstaan dankt? En is 't wel 'ns in je opgekomen dat een oude notie als conventie in taal alleen te begrijpen is vanuit interactioneel perspectief? Is je wel 'ns verteld dat er 'n traditie was waarin taal gewoon als iets interactioneels bestudeerd werd? Of 'kon' dat niet toen jij college liep? Hoe dan ook, je hebt nog niet ontdekt dat er zelfs grondleggers van de taalwetenschap in die traditie staan?

4. Relatietherapie: een mogelijke oplossing

Je hebt gelijk, Marc, "wetenschap is geen therapie". Het volgende durf ik dan ook haast niet - en dat nog wel publiekelijk - te berde te brengen. Maar toch, want het is voor de goede zaak, die ook jou ter harte gaat, neem ik aan. Bij dezen nodig ik je uit een hoofdstuk over fonologie te schrijven voor 'Taal in gebruik'. Voldoet het aan de gangbare eisen, dan komt je bijdrage in een eventuele herdruk van het boek. Zo gauw je stuk er is, komt het prompt prominent op de website van 'Taal in gebruik'. Immers, een up-to-date inleiding in fonologie van het Nederlands is sowieso al wel weer welkom. Of hou je 't maar liever bij columns (= recensies)? Beetje zonde dan van je (drie)dubbeltalent.

Graag wil ik je vragen je hoofdstuk waar mogelijk te schrijven vanuit een interactioneel perspectief op taal, zoals ik ook aan m'n (andere) medeauteurs heb gevraagd. Dit doe ik vol vertrouwen in jou, want we lijken op minstens één punt dezelfde smaak te hebben: net als jij vind ik Renée van Bezooijens hoofdstuk - niet eens zozeer omdat er 'fonologie' in staat - een uitstekend stuk. Vraag 't bij gelegenheid gerust even bij haar na. Met de andere hoofdstukken ben ik overigens ook gelukkig, maar dat doet er nu niet zo toe, nu jij en ik hopelijk samen "therapeutisch" aan de slag gaan.

Met jouw bijdrage ga je geschiedenis schrijven: je hebt niet alleen de wij- en zij-taalkunde al gedetecteerd, dat onderscheid zul je binnen de kortste keren ook nog weten te neutraliseren, zogezegd.

5. Slot

Dan nog iets, Marc. Als jij dat fonologiestuk schrijft - je hebt echt alle vrijheid om je klinkerdriehoek te behandelen - mag 'Taal in gebruik' van jou dan misschien best wel 't nu wat voorzichtige en dan wellicht zelfs te bescheiden 'een' weglaten uit de ondertitel? We (!) maken er gewoon van: 'Taal in gebruik. Inleiding in de taalwetenschap'. Wat vind je daarvan?

Trouwens - dit nog even voor de aardigheid - wist je dat Cohen e.a. 't indertijd hebben bestaan in de ondertitel van hun boek te spreken van 'de moderne klankleer'? Ja, je ziet 't goed: 'de', terwijl ze niet eens die wetenschapshistorisch door jou zo hoog geschatte klinkerdriehoek noemen. Dat gaan wij* beter doen, hè? Oké?

Theo Janssen

Noot

* Zie voor in- en exclusief WIJ, vanuit interactioneel perspectief: Hüning en Janssen (2002: 71), en vanuit morfologisch perspectief: Janssen (in druk).

Literatuur

  • Cohen, A., C.L. Ebeling, K. Fokkema, A.G.F. van Holk (1961), Fonologie van het Nederlands en het Fries. Inleiding tot de moderne klankleer, Tweede druk 1969, Den Haag: Martinus Nijhoff.
  • Haan, G.J. de, G.A.T. Koefoed, A.L. des Tombe (1974), Basiskursus algemene taalwetenschap, Assen: Van Gorcum.
  • Hüning, M., Th. Janssen (2002), Woorden en cognitie, in: Th. Janssen, (red.), Taal in gebruik. Een inleiding in de taalwetenschap, Den Haag: Sdu, 61-76.
  • Janssen, Th. (in druk), Deixis and reference, in: G. Booij, Ch. Lehmann, J. Mugdan (red.) Morphology. An international handbook on inflection and word formation, Deel 2, Berlijn: Mouton de Gruyter.
================================================
Naschrift van Marc van Oostendorp (20 juli 2002)
================================================

De toon van mijn vorige column en van het antwoord erop van Janssen is nogal polemisch. Toch zal de oplettende lezer zien dat we allebei uiteindelijk een gemeenschappelijk belang hebben: dat wij taalkundigen zo min mogelijk tijd verdoen met onderling gekibbel, maar _de_ taalwetenschap in al haar rijkdom aan de man brengen. Ik neem de uitdaging om een fonologiehoofdstuk te schrijven voor een nieuwe druk van 'Taal in gebruik' dan ook graag aan.

=======================================
Epiloog van Theo Janssen (20 juli 2002)
=======================================

Marc van Oostendorps toezegging een fonologiehoofdstuk te schrijven voor een mogelijke herdruk van 'Taal in gebruik' vind ik de mooist denkbare dupliek. Die getuigt van sportiviteit in de wetenschap. Marc, chapeau!

Medeauteurs van 'Taal in gebruik' hoopten dat de 'column (= repliek)' een discussie op gang zou brengen over wat we onze studenten in het algemeen het best kunnen aanbieden, niet alleen om hen wetenschappelijk plezier in hun taalkundestudie te geven, maar ook om hen uit te dagen zich lastige stof eigen te maken, met inzet en interesse.


[Dit nummer][Columns Van Oostendorp]