0210.30 Terug
Vooruit 0210.b

Col: 0210.31

Date: Sun, 27 Oct 2002 16:05:08 +0100
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
Subject: Col: 0210.31: Column Willem Kuiper, no. 60: Kist van Jezus' broer ontdekt

Column Willem Kuiper, no. 59: Kist van Jezus' broer ontdekt

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Terwijl in het Reformatorisch Dagblad ten strijde wordt getrokken tegen de pompoenen van Halloween, de kalkoenen van Kerstmis en de eieren van Pasen meldt de Volkskrant van woensdag 23 oktober dat de knekelkist van Jezus' broer ontdekt is.


[Afbeelding 1: de knekelkist van Jacob]

Niet tijdens een goed gedocumenteerde, door wetenschappers uitgevoerde opgraving, maar toen de auteur van de nog in de Biblical Archaeology Review te verschijnen publicatie in Jeruzalem was, kwam hij bij toeval in contact met de bezitter van de kist die het ding jaren eerder onderhands kocht voor een paar honderd dollar zonder te weten wat hij precies kocht.
     Het bleek destijds in Jeruzalem de gewoonte het graf van doden één jaar na hun bijzetting weer te openen, en de nog resterende botten in een stenen kistje te verzamelen, en dat kistje ergens neer te zetten. Komt mij even logisch als efficiënt voor in een land dat voornamelijk uit steen bestaat. Ondanks de intense verwoestingen waarmee de inname van Jeruzalem in AD 70 gepaard ging, is een aantal van dit soort stenen knekelkisten bewaard gebleven. Israëlische archeologen hebben zes kisten uit éénzelfde graf opgediept en op drie daarvan waren volgens de TV-journalisten Ray Bruce en Chris Mahn de volgende namen te lezen: Maria, Jozef en Jezus zoon van Jozef.
     Daar is nu dan de kist van Jacob bijgekomen met daarop de inscriptie: Jacob, zoon van Jozef, broer van Jezus.


[Afbeelding 2: de inscriptie op de knekelkist van Jacob]

Vervelend is wel dat noch de beenderkisten van Jezus, Jozef en Maria noch die van Jacob organische resten bevatten. Ze zijn leeg... Maar de kist zou geen sporen van recente bewerking vertonen!
     Zoals het probleem in de krant geformuleerd wordt, lijkt het een als --> dan probleem. Als Kriekepitte bestaat - denkt koning Nobel die daaraan sterk twijfelt - dan zal de schat waarover Reinaert het heeft ook wel bestaan. Oftewel: als die kist authentiek is - waaraan iemand kan twijfelen zonder aan paranoia te lijden - dan is Jacob de broer van Jezus.
     De gevolgen van die conclusie zijn verstrekkend: Jezus kan in dat geval onmogelijk Gods Zoon geweest zijn en Zijn moeder onmogelijk maagd vóór, tijdens en na Zijn geboorte. Dit alles in de veronderstelling dat de inscriptie op de kist slaat op dé Jozef, dé Jezus en dé Jacob, namen die destijds net zo wijdverspreid waren als Jan, Piet en Klaas in het Nederland van mijn kindertijd.

Dat er tussen Jezus en Jacob een familierelatie bestond, was de Middeleeuwer bekend. Hier te lande heeft Jan van Boendale in het tweede (van de vier) boek van Der leken spiegel de burgerlijke stand van het christendom glashelder uit de doeken gedaan:

  • Joachim van Nazareth was de echtgenoot van Anna van Bethlehem en verwekte bij haar de onbevlekt ontvangen Maria.
  • Na Joachims dood hertrouwde Anna met Cleophas, een/de broer van Jozef, de latere verloofde van hun dochter Maria, en ontving van hem een dochter, ook Maria geheten. Deze Maria-2 huwde met Alpheus en kreeg van hem vier kinderen: Jacob (later toegenaamd: de Mindere), Jozef (ook wel Barsabas geheten), Simon en Judas. Alle vier werden apostel.
  • Na Cleophas' dood hertrouwde Anna met Salome, en ontving van hem een dochter Maria-3, die met Zebedeus huwde, en van hem twee zonen kreeg: Jacob (later toegenaamd: de Meerdere) en Jan (toegenaamd: de Evangelist). Beiden werden apostel.
  • Anna had een zuster, Esmeria geheten, en deze Esmeria gaf het leven aan Eliud, de opa van 'onze' sint Servaes, en Elisabeth, de moeder van Jan de Doper.
De gevonden kist is die van Jacob de Mindere. Over hem vertelt (het in Utrecht geschreven) Amsterdamse handschrift van de Middelnederlandse vertaling van de Legenda Aurea (AD 1438):

Van Sunte iacob den mynren.

IAcobus die heylige apostel ons heren die geheten is die minre Sunte iacob ofte iacobus die gerechtige. Hi wort geheten alpheus sone niet allene naden vleysche mer oec nader bedudinge des names. want alpheus beduut geleert te sijn of leringe ouermits der ingeestinge der wijsheyt ende leringe der ander menschen. Alpheus beduut oec voeruluchtich als vander werlt die te versmaden Ende alpheus hiet oec een van dusenden ouermits bewisinge der oetmoedicheyt. Iacobus hiet oec ons heren brueder want hi onsen here seer gelijc was Ia also gelijc dat se vele [226va] menschen niet wel onderkennen en conden. Want daer om namen die ioden doesi cristum vangen souden een teyken des cussens van iuda diese wel onderkende op dat si iacobum voer cristum niet en vingen Dat selue getuget oec Sunte ignacius inder epistelen die hi tot Sunte ian ewangelisten screeff. Waert mi georloft van di so woudic geerne te iherusalem comen om te sien den eerweerdigen iacobum die getoenaemt is die gerechtige daermen of seit dat hi ihesu cristo alte gelijc was inden aensichte inden leuen ende in alre manieren sijnre wanderinge recht oft sijn brueder waer teffens gedragen van eenre moeder Si seggen daer of mocht ic hem sien dat ic recht ihesum cristum sage na alre scepnisse ende manieren sijns lichams. Of hi is ons heren brueder geheten. Want also onse here ende iacobus die apostel van tween susteren gecomen waren also waren oec ioseph onser lieuer vrouwen man ende cleophas Sunte iacobs vader twe gebruederen ¶ Of hi is geheten ons heren brueder om dat sonderlinge vordel der heylicheyt sijns leuens ende daer om wort hi voer alle die ander apostelen bis[226vb]scop tot iherusalem gemaect. Hi is oec geheten Iacobus de minre om dat ondersceyt vanden anderen iacobus die zebedeus sone was ende die die meerre hiet want al was dese eerste Sunte iacob ouder hi wort later onder die apostelen ons heren gheroepen. Ende dese gewoente wert noch in vele cloesteren gehouden dat mense outste rekent die daer eerst in comen al waren si oec ionger van iaren ende minre <+van heyligen leuen. ¶ Hi is oec geheten iacobus die gerechtige om die verdiente sijnre sonderlinger heylicheyt. Want also Sunte ieronimus seyt so was hi van so groter weerdicheyt ende heylicheyt gerekent onder den volke dat si den soem van sijnre cledinge mit groten gedrange begeerden te roeren Van sijnre heylicheyt scrijft egesippus die inder apostelen tiden was aldus. Iacobus ons heren brueder die die gerechtige van hem allen geheten was ontfinc die kerke van ons heren tiden durende tot [-nv] toe Hi was van sijnre moeder lichaem geheyliget. Hi en dranc wijn noch geen dinc daermen dronken of werden mach. Hi en at nye vleysch sijn hoeft en wort nye gescoren. Hi en plach niet te baden. Hi en wert mit [227ra] geenre olien bestreken. Altoos had hi aen een linnen cleet datmen hiet enen kedel. Hondert werue bugede hi sijn knyen des dages inden gebede ende hondert werf des nachtes. waer om hadden sijn knyen een zwel gelijc oft waer aenden versen Ende om dese eenpaerlike gerechticheyt is hi die gerechtige geheten Ende daer om wortet hem alleen onder alle die ander apostelen verhenget te gaen in sancta sanctorum niet om daer in te offeren mer sijn gebet te doen Men seyt dat hi die eerste was onder den apostelen die misse dede Ende die eere deden hem die apostelen om sijn grote heylicheyt dat hi na ons heren hemeluaert alre eerst misse tot iherusalem dede Ia eer hi biscop gemaect wort Alsmen inder apostelen werc vint dat die discipulen in die leringe volherdende bleuen ende inder mededeylinge der brekinge des broots dat vander missen te verstaen is Of lichte daer om hietet dat hi eerst misse dede want hijt eerst in biscops gewade dede Als petrus daer na tot antyochien ende marcus tot alexandrien. § Sunte Ieronimus seyt dat Sunte iacob altoos in reynicheyden bleef ende daer in sterf Op den goeden vrydach doe on[227rb]se here gestoruen was Als Iosephus ende ieronimus seggen So loefde [-So loefde] Sunte iacob dat hi niet eten noch drinken en soude eer hi onsen here verresen sage Opten paeschdach doe hi noch sonder eten gebleuen was openbaerde hem onse here ende den genen die mit hem waren ende seyde settet die tafel ende broot Daer na nam onse here dat broot ende gebenedidet de gaft ende seyde iacobum. Stant op lieue brueder ende et want des menschen soen is verresen vander doot. ¶ Int seuende iaer sijns biscopdoms doe die apostelen des paeschens te iherusalem vergadert waren vraechde hem iacobus hoe vele onse here doer hem gewrocht hadde ende seyde dat den volke voert Ende doe hi seuen dage lanc mitten anderen apostelen voer annas ende cayphas ende sommich der ioden inden tempel gepredict hadde ende het daer bi was dat si gedoept wouden wesen Quam daer een man haestelic in ende began te roepen O ghi manne van israhel wat doe di waer om lati v van desen touenaers bedriegen ende maecte so veel gerufts onder den volke dat si die apostelen wouden stenen Ende die man clam op daer iacobus stont [227va] ende predicte ende werpen neder daer hi al sijn leefdage seer of hincte. Ende dit leet hi int seuende iaer nader opuaert ons heren. ¶ Doe die ioden in sinen dertichsten iaer sagen dat si paulum niet en mochten doden omdat hi totten keyser appellierde ende te romen gesent was Doe keerden si haer wredelike veruolginge tegens iacobum ende sochten orsaken tegen hem ende quamen tot hem seggende Wi bidden di dattu dat [-du dat] volc wederroepste want het dwaelt na ihesu ende waent dat hi si cristus. Daer om bidden wy dattu dat volc wilste op den paeschdach van ihesu raden wi sellen di alle onderdanich wesen ende sellen mitten volke een getuuch geuen van di dattu gerechtich biste ende niemants persoen aen en sietste. Doe setteden si hem op een hoge stede inden tempel ende riepen mit luder stemmen seggende O alre gerechtichste der mannen dien wi alle sculdich sijn onderdanich te wesen Want dit volc dat dwaelt van ihesum die gecrucet is so sprec ons wt wat di daer of dunct. Doe antwoerde die heylige iacobus. Wat vraechdi mi vanden sone des menschen siet hi sit inden hemel totter [227vb] rechterhant der ouerster mogentheyt ende sel comen ordelende leuende ende dode Die kerstene worden hier in seer verblijt ende hoerdent geerne. Mer die scriben ende die pharizeen seyden wi doen qualic dat wi dit liden datmen ihesu al sulken getuuch geue. laet ons op clymmen ende werpene of op dat die ander verueert werden ende ihesu niet en gelouen. § Doe riepen si alle mit luder stemmen ende seyden. O o die gerechtige heuet oec gedwaelt. Si clommen op ende worpene of ende steenden seggende. laet ons stenen iacob den gerechtigen. Doe en sterf hi nochtan niet rechteuoert Mer hi keerde hem omme staende op sinen knien ende seyde. Here ic biddi vergift hem want si niet en weten wat si doen Doe riep een vanden priesteren des tempels. Ic bids v [-dat] hout op wat doe di. dese gerechtige bit voer ons dien ghi steent Doe greep een van hem eens volres rec ende sloech hem mit enen groten slage die herne in want hi vrese hadde dat hi ontgaen mochte Ende aldus bleef die heylige apostel iacobus doot ende voer mit sulker martelien totten here ende wert begrauen bi den tempel. Dit seit egesippus [...]

Sinds de Romeinse aristocratie zich voor het christendom ging interesseren en op pelgrimage ging naar het Heilig Land is er aan souvenirjacht gedaan. Zo vond keizerin Helena in AD 324 in Jeruzalem het Heilig Kruis alsook het kruis van de Dismas, de 'goede moordenaar'. De hele Middeleeuwen door zie je koningen met reliquien uit het Land van Overzee terugkeren. De lokale bevolking weet dat, en houdt desgewenst de voorraad in stand. Dat betekent niet dat elke archeologische 'vondst' per definitie vroom bedrog is, maar wel dat men niet voorzichtig genoeg kan zijn met materiaal van onduidelijke herkomst.
     Heinrich Schliemann droomde ervan Troje bloot te leggen, en dus was de verwoeste stad die hij opgroef in het voormalige Phrygia het legendarische Troje. Florens V droomde ervan het lichaam van zijn gesneuvelde vader te bergen, en dus waren de botten die hij opgroef de botten van zijn vader. Voor ons mensen is het bijna onmogelijk niet voor een dergelijke verleiding te bezwijken.

Maar in dit geval gaat het niet om het graf van koning Artur of dat van Jacob van Merlant, het gaat om de knekelkist van Jacob, de zoon van Jozef, de broer van Jezus. Of die echt is, weet ik niet, maar ik heb zo mijn twijfels. Dat Allerheiligen/Allerzielen verdrongen wordt door Halloween, dat de kerststal plaats moet maken voor de kalkoen, dat de verrijzenis met Pasen verworden is tot een lentefeest met wilgentwijgen en gele lintjes, dat Pinksteren afgeschaft dreigt te worden om wat vrije dagen terug te winnen, het zij zo. Een volk dat de Kerst- en Nieuwjaarskaarten al in de winkel legt nog voordat Sint Maarten en Sint Nicolaas gevierd zijn verdient niet beter. Maar ik moet er als 'Middeleeuwer' niet aan denken dat een fake de doodsklok zou luiden over de Moedermaagd.

Willem Kuiper.

Literatuuropgave:

  • Louis Goosen, Van Andreas tot Zacheüs. Thema's uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten. Nijmegen 1992.
  • http://www.refdag.nl
  • http://www.thenazareneway.com/ossuary_of_james.htm
  • http://www.startribune.com/stories/1556/3378837.html
  • http://www.webdo.ch/hebdo/hebdo_1996/hebdo_15/jesus_15.html
  • http://www.christianitytoday.com/ct/2002/141/32.0.html
  • http://groups.yahoo.com/group/crosstalk2/messages PS. In de Middeleeuwen zou de knekelkist van Jacob zijn authenticiteit bewijzen door een reeks van wonderen die rond deze vondst zouden plaatsvinden.


  • [Dit nummer][Archieven Kuiper]